RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444370 / JE RK 26-136
Datum uitspraak: 10 april 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie [plaats 1] ,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
en
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. J.J.R. Albicher uit Roosendaal.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats 2] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats 1] .
1. Het verdere verloop procesverloop
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de in deze zaak gegeven beschikking van 5 februari 2026 en alle daarin genoemde stukken;
het bericht van de GI van 13 februari 2026;
het bericht van mr. Albicher van 18 februari 2026;
het bericht van de GI van 20 februari 2026.
De GI en de advocaat van [minderjarige] hebben laten weten dat de zaak schriftelijk kan worden afgedaan.
2. Het (resterende) verzoek
Het verzoek dat nog voor ligt:
De GI verzoekt op grond van artikel 6.1.2, eerste lid Jeugdwet om
aansluitend een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van zes maanden.
De GI verzoekt het (resterende deel van het) verzoek af te wijzen.
3. De (nadere) beoordeling
Naar aanleiding van de overgelegde stukken overweegt de kinderrechter als volgt. Gebleken is dat [minderjarige] op 13 maart 2026 is geplaatst bij [accommodatie] . Dit is een open setting. Van een plaatsing in een gesloten setting is dus geen sprake. [minderjarige] is blij en is gemotiveerd om deze plaatsing succesvol te laten verlopen.
Op de zitting van 5 februari 2026 is besproken dat de GI eigenlijk een verzoek om een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wilde indienen. Aangezien dit niet het verzoek was dat er lag, zou de GI een nieuw verzoek indienen. De GI heeft bij bericht van 13 februari 2026 aangegeven dat zij geen voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp zal indienen omdat dit niet strookt met de behandelwijze van [accommodatie] . Dit is door de GI besproken met [minderjarige] , de regie-behandelaar van [accommodatie] en de zorg-coördinator van [hulpverlening] . Zij delen deze visie. De GI verzoekt de kinderrechter daarom het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp af te wijzen. Ook de advocaat heeft die visie. Aangezien er op begrijpelijke gronden geen nader verzoek voor ligt tot het verlenen van een (voorwaardelijke) machtiging gesloten jeugdhulp zal de kinderrechter het oorspronkelijke verzoek afwijzen.
4. De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. van Leuven, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 in aanwezigheid van mr. van Ham als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.