ECLI:NL:RBZWB:2026:3931

ECLI:NL:RBZWB:2026:3931

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 10-04-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer C/02/443896 FA RK 26-175
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Erkenning voogdijuitspraak van de kinderrechtbank te Congo

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/443896 FA RK 26-175

Datum uitspraak: 10 april 2026

beschikking over voogdij

in de zaak van

[verzoeker 1] ,

en

[verzoeker 2] ,

hierna: de verzoekers,

wonende in [plaats 1] ,

advocaat: mr. E.P.J. Appelman in Alkmaar,

over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] (Congo) op [geboortedag] 2013,

hierna: [minderjarige 1] ,

en

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] (Congo) op [geboortedag] 2013,

hierna: [minderjarige 2] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het procesverloop

In het dossier zitten de volgende stukken:

- het op 12 januari 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;

- de uittreksels uit het gezagsregister over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Het verzoek is mondeling behandeld op 23 maart 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de verzoekers, met hun advocaat. Ook was aanwezig een vertegenwoordiger namens de Raad.

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben de mogelijkheid gekregen om te zeggen wat zij van het verzoek vinden. Zij hebben schriftelijk hun mening gegeven. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben geschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast:

- Verzoekers hebben beiden de Nederlandse nationaliteit.

- Op 10 juni 2013 zijn te [plaats 2] (Congo) geboren: [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn burger van Democratische Republiek Congo.

- In de uitspraak van de kinderrechtbank van Kinshasa/Matete, vaste zetel: Limete, van 27 mei 2019 is - voor zover hier van belang - het volgende beslist:

* Vertrouwt de voogdij en het ouderlijk gezag over de kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toe aan meneer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] ;

* Geeft de kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toestemming om zich bij eisers in hun woonplaats in Nederland te voegen om hen in staat te stellen de voogdij over voornoemde kinderen te waarborgen.

- In oktober 2020 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in Nederland aangekomen. Sindsdien wonen zij bij de verzoekers.

3. Het verzoek

Verzoekers verzoeken, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

1. voor recht te verklaren dat wordt erkend de hierbij overgelegde voogdijuitspraak van de kinderrechtbank van Kinshasa/Matete van 27 mei 2019 waarin verzoekers werden belast met de voogdij over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;

Subsidiair:

2. verzoekers te belasten met de voogdij over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

4. De standpunten

Verzoekers leggen aan hun verzoek ten grondslag dat zij in het verleden de oudere zussen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vanuit Congo hebben geadopteerd. Verzoekers hebben toen, in het belang van hun adoptiedochters, alles geprobeerd om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ook veilig bij hun in Nederland te krijgen, zodat de zussen gezamenlijk kunnen opgroeien. Dat is gelukt en in oktober 2020 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ook naar Nederland gekomen.

Bij uitspraak van 27 mei 2019 van de kinderrechtbank te Kinshasa zijn verzoekers belast met de voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Daartoe werd overwogen dat de biologische vader van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder tragische omstandigheden te [plaats 2] is overleden en dat de biologische moeder vervolgens, uit vrees voor vergelding en bedreigingen door haar schoonfamilie was gevlucht naar Centraal-Congo, waarbij ze [minderjarige 1] en [minderjarige 2] heeft moeten achterlaten. Aldus stonden [minderjarige 1] en [minderjarige 2] al vanaf de leeftijd van drie jaar niet meer onder direct toezicht van de biologische moeder. Ze stonden na de vlucht van hun moeder onder toezicht van de ngo/vzw Congo Fraternité (COFRA) te Kinshasa/N’sele, dat instond voor hun verzorging en opvoeding. Later bleek dat het weeshuis niet langer over voldoende middelen beschikte om het onderhoud en de begeleiding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te realiseren, wat mede heeft geleid tot het bespreekbaar maken van de voogdijoverdracht aan verzoekers.

Inmiddels hebben verzoekers via de ambassade in Brussel de Congolese paspoorten verlengd, en ook de verblijfsdocumenten zijn verlengd. Nu [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vijf jaar bij hun wonen, hoopten zij gebruik te kunnen maken van de optieprocedure om een Nederlands paspoort voor de minderjarigen te verkrijgen. Alhoewel de gemeente Etten-Leur hier niet afwijzend tegenover staat, ontdekten verzoekers dat de documenten van de rechtbank in Kinshasa nog niet zijn omgezet naar Nederlands recht, reden waarom zij graag zouden willen zien dat dit alsnog gebeurt, zodat zij de aanvraag van de paspoorten kunnen voltooien.

Verzoekers verwijzen naar artikel 1:26 BW, op grond waarvan een ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft, de rechtbank kan verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Nederland opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand. Dit artikel ziet op uitspraken betreffende de burgerlijke staat van personen en niet op uitspraken over het gezag of de voogdij over kinderen. Evenwel heeft dit verzoek tot erkenning van de voogdijbeslissing tot strekking dat hiervan aantekening kan worden gemaakt in het gezagsregister, zodat dit verzoek kan worden gegrond op artikel 1:26 BW.

Congo is geen EU-lidstaat, zodat voor erkenning van de uitspraak ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid de vordering Brussel II-ter geen basis kan zijn. Congo is ook niet aangesloten bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 of enig ander verdrag dat ziet op ouderlijke verantwoordelijkheid, zodat erkenning ook niet kan plaatsvinden op grond van een verdrag dat de erkenning van gezagsbeslissingen met Nederland regelt. Evenwel zijn hiervoor in de rechtspraak ontwikkelde criteria en verzoekers verzoeken uw rechtbank dan ook deze criteria in de beoordeling van dit verzoek mee te nemen, een en ander gelet op artikel 431 Rv en de vraag of op basis hiervan kan worden beoordeeld of de uitspraak voor wat betreft de aspecten met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid voor bekrachtiging in Nederland in aanmerking komt.

Verzoekers menen dat de in Congo tot stand gekomen voogdijbeslissing in Nederland kan worden erkend en dat daarmee vaststaat dat verzoekers naar Nederlands recht kunnen worden aangemerkt als voogd over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] . Subsidiair verzoeken verzoekers om hen te belasten met de voogdij over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .

De Raad ondersteunt het verzoek van de verzoekers. Het is een helder en goed onderbouwd verzoek. De Raad vindt het mooi om te zien dat verzoekers de minderjarigen een kans op een goede toekomst willen geven en alle zussen in hun gezin hebben opgenomen.

5. De beoordeling

Internationaal privaatrecht (IPR)

Vanwege het feit dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in Congo zijn geboren en zij burger zijn van de Democratische Republiek Congo, draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom dient de rechtbank ambtshalve vast te stellen of zij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek, en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek.

De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen aangezien [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ten tijde van de indiening van het verzoek hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, is op het verzoek het Nederlands recht van toepassing.

Inhoudelijke beoordeling

Verzoekers hebben hun verzoek gebaseerd op artikel 1:26 lid 1 BW op grond waarvan een ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft, de rechtbank kan verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Nederland opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand.

Dit artikel ziet evenwel op uitspraken betreffende de burgerlijke staat van personen en niet op uitspraken over het gezag of de voogdij over kinderen. De rechtbank begrijpt uit de toelichting op het verzoek dat het verzoek erop gericht is dat de voogdijbeslissing van de kinderrechtbank te Kinshasa, Congo, van 27 mei 2019, in Nederland wordt erkend, zodat daarvan aantekening kan worden gemaakt in het gezagsregister. De rechtbank zal het verzoek daarom als zodanig opvatten.

De rechtbank stelt allereerst vast dat Congo geen verdragspartij is bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Evenmin is Congo partij bij een ander verdrag of overeenkomst die de erkenning van deze beslissing in de verhouding met Nederland regelt. Bij gebreke hiervan dient de rechtbank aan de hand van de in de rechtspraak ontwikkelde criteria voor erkenning van buitenlandse uitspraken op grond van artikel 431 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) te beoordelen of de genoemde uitspraak over de voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in Nederland voor erkenning in aanmerking komt.

Naar de huidige stand van het commune recht kunnen de regels inzake de erkenning van vreemde vonnissen als volgt worden samengevat. Het vreemde vonnis wordt, ongeacht zijn aard en strekking, erkend, indien aan een viertal minimumvereisten is voldaan, te weten;

1. dat de vreemde rechter op een internationaal aanvaardbare grond rechtsmacht heeft aangenomen;

2. dat het vreemde vonnis tot stand is gekomen na een behoorlijke rechtspleging;

3. dat het vreemde vonnis niet in strijd mag zijn met de openbare orde; en

4. dat de buitenlandse beslissing niet onverenigbaar is met een tussen dezelfde partijen gegeven beslissing van de Nederlandse rechter, dan wel met een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter die tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust, mits die eerdere beslissing voor erkenning in Nederland vatbaar is.

Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de uitspraak van 27 mei 2019 van de kinderrechterbank te Kinshasa, Congo, aan het genoemde viertal minimumvereisten, op de volgende gronden:

Met betrekking tot 1:

De beslissing is in Congo genomen terwijl verzoekers op dat moment hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden, maar waarbij de rechtbank het oogmerk heeft gehad om met de voogdijuitspraak internationaal rechtsgevolg te sorteren. Rechtsmacht is hier mede aangenomen op grond van het feit dat de biologische moeder van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in Congo verbleef.

Met betrekking tot 2:

De moeder is tijdens de procedure opgeroepen en heeft met het verzoek ingestemd. Nu de moeder op de hoogte was van het verzoek en haar mening daarover heeft kunnen geven, is er sprake geweest van een behoorlijke rechtspleging.

Met betrekking tot 3:

Niet gebleken is van feiten en omstandigheden die maken dat de uitspraak in strijd is met de Nederlandse openbare orde.

Met betrekking tot 4:

Nadat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich bij de verzoekers in Nederland hebben gevestigd, is er geen sprake geweest van een Nederlandse rechtbankprocedure die strijd zou kunnen opleveren met in de Congo uitgesproken voogdijbeslissing.

De rechtbank is van oordeel dat met het oog op al het hiervoor overwogene de uitspraak van de kinderrechtbank in Kinshasa, Congo, van 27 mei 2019, en het rechtsgevolg daarvan in Nederland voor bekrachtiging in aanmerking komt.

6. De beslissing

De rechtbank:

erkent de beschikking van 27 mei 2019 van de kinderrechtbank te Kinshasa, Congo, waarin verzoekers [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , zijn benoemd tot voogd over de minderjarigen

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2013 te [geboorteplaats] (Congo),

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2013 te [geboorteplaats] (Congo);

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026, in tegenwoordigheid van van Diepen, griffier.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

verzonden op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand