ECLI:NL:RBZWB:2026:3935

ECLI:NL:RBZWB:2026:3935

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 10-04-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer C/02/426910 / FA RK 24-4419
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vervangende toestemming verhuizing en inschrijving basisschool - overeenstemming zorgregeling

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/426910 / FA RK 24-4419

Datum uitspraak: 10 april 2026

Nadere beschikking over vervangende toestemming verhuizing en inschrijving school

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de vrouw,

wonende in [plaats 1] ,

advocaat: mr. J.J.R. Albicher te Roosendaal,

tegen

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

wonende in [plaats 2] ,

advocaat: mr. A.A.T. van Ginderen te Etten-Leur,

over de minderjarige:

- [minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2015 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, de rechtbank over de verzoeken geadviseerd.

1. Het verdere procesverloop

Het verdere procesverloop bestaat uit de volgende stukken:

de in deze zaak gegeven beschikking van 17 december 2024 en alle daarin genoemde stukken;

het e-mailbericht met bijlage van de gemeente Roosendaal van 10 september 2025, betreffende de UHA-rapportage van 28 augustus 2025;

de brief van de Raad van 10 september 2025;

de brief van de Raad van 3 december 2025;

het keuzeformulier van [minderjarige] waarin hij aangeeft naar het kindgesprek te willen komen, ingekomen bij de griffie op 11 maart 2026;

het F9-formulier met bijlage van 19 maart 2026 van mr. Van Ginderen, betreffende productie 4;

het F9-formulier met bijlage van 20 maart 2026 van mr. Albicher, betreffende productie 11;

de schriftelijke wijziging van het verzoek, overhandigd tijdens de zitting.

Op 24 maart 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de behandeling van de verzoeken voortgezet tijdens de zitting met gesloten deuren. Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

de man, bijgestaan door zijn advocaat;

een medewerkster namens de Raad.

[minderjarige] is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld om zijn mening over het verzoek kenbaar te maken tijdens een zogenoemd ‘kindgesprek’. Hiervan heeft hij gebruik gemaakt op 19 maart 2026. De rechtbank heeft de aanwezigen voorgehouden wat [minderjarige] tijdens dit gesprek heeft verteld. Zij zijn in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren.

2. De feiten

Partijen hebben een relatie met elkaar gehad. [minderjarige] is tijdens deze relatie geboren.

De man heeft [minderjarige] erkend.

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij de vrouw.

Partijen hebben met elkaar afspraken gemaakt over [minderjarige] en hebben deze vastgesteld in een door hen beiden op 4 november 2016 ondertekende vaststellingsovereenkomst. Hierin zijn zij, voor zover hier van belang, met elkaar het volgende overeengekomen:

[minderjarige] zal bij zijn moeder ingeschreven staan in de Gemeentelijke Basisadministratie. De moeder is de verzorgende ouder (artikel 4.1).

Wanneer één van de ouders het voornemen heeft te verhuizen, dan zullen de ouders elkaar vooraf informeren over de verhuisplannen, alvorens dit met [minderjarige] te delen. Wanneer deze verhuizing aanleiding geeft tot bijstelling of wijziging van de ouderschapsregeling, dan zullen de ouders dit samen doen, conform hetgeen overeengekomen is in artikel 13. De ouders zullen in de regio [plaats 1] blijven wonen om zo later voor [minderjarige] een co-ouderschapsregeling te realiseren (artikel 4.2).

Indien de vader een eigen (huur)woning heeft betrokken, komen de ouders overeen dat [minderjarige] om de week in het weekend bij zijn vader verblijft, vanaf zaterdagochtend 10.00 uur tot en met zondagavond 17.30 uur voor het eten. Na 2,5 jaar komen de ouders overeen dat [minderjarige] om de week bij zijn vader verblijft, vanaf zaterdagochtend 10.00 uur tot en met woensdagochtend voor school(se opvang) om zo voor de ouders en [minderjarige] een co-ouderschap te realiseren.

Partijen hebben de zorg- en opvoedingstaken betreffende [minderjarige] momenteel feitelijk verdeeld in die zin dat [minderjarige] bij de vrouw woont en dat hij eenmaal per veertien dagen in het weekend van vrijdag 17.00 uur tot zondagavond 19.00/19.30 uur alsmede eenmaal per twee weken op dinsdag na school tot 19.00/19.30 uur en in de andere week op donderdag na school 19.00/19.30 uur bij de man verblijft. Daarnaast verblijft [minderjarige] een gedeelte van de vakanties bij de man.

Bij de in deze zaak gegeven beschikking van 17 december 2024 zijn partijen en [minderjarige] in het kader van het Uniform Hulpaanbod voor een (jeugd)hulptraject verwezen naar het loket van de samenwerkende gemeente in de regio West-Brabant-West, onder aanhouding van de verzoeken van partijen.

De rechtbank heeft vervolgens kennisgenomen van het UHA-rapport van 28 augustus 2025 waaruit, samengevat, blijkt dat de gestelde resultaten niet zijn behaald. Het is partijen niet gelukt om met elkaar overeenstemming te bereiken over de voorgenomen verhuizing van de vrouw met [minderjarige] van [plaats 1] naar [plaats 3] . Partijen zijn afhankelijk van een beslissing van de rechtbank. Hun onderlinge verstandhouding staat door dit alles onder spanning. Als er geen duidelijkheid komt dan zal [minderjarige] het gevoel krijgen dat hij hierover tussen zijn ouders moet bemiddelen. Partijen en [minderjarige] hebben behoefte aan duidelijkheid. De rechtbank dient dan ook een knoop door te hakken.

Naar aanleiding van de negatieve retourmelding vanuit het UHA, adviseert de Raad bij brief van 3 december 2025 - samengevat - als volgt. Er bestaat al jaren een zorgregeling waarbij [minderjarige] om het weekend bij de man verblijft en waarbij zij elkaar ook eenmaal doordeweeks zien. [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijf bij de vrouw, wat maakt dat de meest logische optie is dat [minderjarige] met zijn moeder mee verhuist. De vrouw heeft haar relatie zorgvuldig en in stapjes opgebouwd en is met een verhuizing niet over één nacht ijs gegaan. Uit de informatie van school blijkt dat [minderjarige] in staat is om met veranderingen om te gaan. De Raad ziet geen contra-indicaties voor een verhuizing en verandering van school. De onduidelijkheid drukt al twee jaar op partijen en [minderjarige] , waardoor de verstandhouding tussen partijen is verslechterd. Er moet een beslissing worden genomen over de verhuizing.

3. De (resterende en gewijzigde) verzoeken

De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, onder wijziging van artikel 4.2 van de vaststellingsovereenkomst, aan de vrouw toestemming te verlenen, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man:

I. om samen met [minderjarige] te verhuizen van [plaats 1] naar [plaats 3] ;

II. om [minderjarige] in te schrijven op de [school] te [plaats 3] .

Tijdens de zitting wijzigt de vrouw schriftelijk, en met de instemming van de man, haar verzoek onder II, in die zin dat zij verzoekt om [minderjarige] in te schrijven op de [school] te [plaats 3] , dan wel op een andere onderwijsinstelling in overleg met de man.

4. De (nadere) standpunten van partijen en het advies van de Raad

Door en namens de vrouw is, samengevat, aangevoerd dat zij aan de ‘verhuiscriteria’ voldoet. Zij heeft hier goed over nagedacht en heeft een eventuele verhuizing goed voorbereid. De vrouw zal gaan werken in het bedrijf van haar partner en krijgt tijd om zich op [minderjarige] te focussen en ervoor te zorgen dat hij goed landt. De bestaande zorgregeling kan voortduren, waarbij de vrouw zorgdraagt voor het halen en brengen van [minderjarige] . [minderjarige] kan in [plaats 3] op volleybal. Op vrijdagen in het weekend van de man, kan [minderjarige] een uur eerder bij hem zijn. De vrouw betwist dat de positie van de man als vader wordt uitgehold bij een verhuizing. De man is en blijft de vader van [minderjarige] . Desgevraagd bevestigt de vrouw dat zij niet zal verhuizen wanneer zij daartoe geen toestemming krijgt.

[minderjarige] loopt op school al jaren op zijn tenen. Hij zit nu in groep 7. Wanneer de verhuizing door kan gaan, zal [minderjarige] het schooljaar afmaken op zijn huidige school, waarna het de bedoeling is dat hij na de zomervakantie op zijn nieuwe school in zal stromen in groep 7-8. [minderjarige] krijgt op die manier de gelegenheid om lesstof te herhalen, zich te settelen en om daarna de overstap te maken naar het voortgezet onderwijs. De vrouw kent de school, omdat de dochter van haar partner daar ook onderwijs volgt. Ook [minderjarige] is al eens op die school geweest. De vrouw verwacht dat [school] beter past bij [minderjarige] en hoopt dat zijn talenten en vaardigheden daar meer tot bloei kunnen komen. De vrouw erkent dat zij de man over de schoolkeuze had moeten informeren. De vrouw blijft er voor open staan om samen met de man een goede school voor [minderjarige] te kiezen en om de huidige leerkracht daarbij te betrekken. De vrouw kan zich dan ook vinden in het advies van de Raad hierover.

Door en namens de man is, samengevat, aangevoerd dat hij zich niet kan vinden in de verhuizing van de vrouw met [minderjarige] . [minderjarige] heeft zijn vertrouwde omgeving hier in de regio. Hier is hij geworteld, heeft hij vriendjes en gaat hij naar sport. Voor een verhuizing mist de noodzaak. Daarnaast krijgt bij een verhuizing ook de rol van de man als betrokken vader een andere invulling. Nu kan [minderjarige] bijvoorbeeld ook met vriendjes bij de man spelen en is de man betrokken bij school en volleybal. Dat zal bij een verhuizing anders zijn. De man is bang dat de partner van de vrouw de vaderrol van de man over zal nemen. De man betwijfelt of de bestaande zorgregeling stand kan houden. Het doordeweekse contactmoment is mogelijk te belastend voor [minderjarige] gelet op de reistijd. Op latere leeftijd zal [minderjarige] bovendien zijn eigen weekenden en doordeweekse avonden gaan invullen, waardoor de man vreest [minderjarige] minder te zullen zien. Daarbij komt dat de man er geen vertrouwen in heeft dat de vrouw [minderjarige] op tijd bij hem zal brengen. Met een verhuizing vreest de man dat de communicatie tussen de ouders slechter wordt. Overleg tussen partijen is er nu al niet, laat staan wanneer zij op grote afstand van elkaar wonen.

Ook verzet de man zich tegen de inschrijving op een [school] . Volgens de man is het de vraag of een ander onderwijssysteem passend is bij [minderjarige] . Nu gaat [minderjarige] naar een school met een klassiek onderwijssysteem. Daar doet hij het goed. De stelling van de vrouw dat [minderjarige] extra aandacht nodig heeft, is volgens de man overtrokken. Bij [school] krijgen kinderen meer vrijheden en wordt een kind minder aan de hand genomen. Dit is een grote verandering. De man betreurt het dat hij geen inzicht heeft gekregen in de beweegredenen van de vrouw om van onderwijssysteem te veranderen. Wanneer de vrouw toch vervangende toestemming voor een verhuizing krijgt, wenst de man zich samen met de vrouw in andere scholen te verdiepen. Zij kunnen dan ook samen scholen bezoeken om zo samen tot een goede keuze te komen. Tot nu toe heeft de vrouw alleen zichzelf laten informeren. De man is hierin, zo blijkt uit de overgelegd e-mailberichten, nooit meegenomen. De man kan zich dan ook vinden in de wijziging van het verzoek en dat er eventueel ook een inschrijving kan plaatsvinden op een andere onderwijsinstelling.

In aanvulling op het schriftelijke advies heeft de Raad, samengevat, nog het volgende naar voren gebracht. [minderjarige] en de ouders schreeuwen om duidelijkheid. De rechtbank moet hen die geven met een eindbeslissing over de verhuizing. De Raad ziet dat de vrouw de verhuizing zorgvuldig heeft voorbereid en dat [minderjarige] een verhuizing aan kan. De zorgregeling kan in stand blijven. De Raad adviseert de rechtbank om de vrouw vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing.

Ten aanzien van de nieuwe school, hetgeen samenhangt met een verhuizing, adviseert de Raad om de zaak aan te houden. Partijen moeten met elkaar in overleg over een passende school. In [plaats 3] zijn er meerdere scholen. Afgewogen moet worden waarom de ene school wel en de andere school niet passend is. Overleg met de huidige leerkracht van [minderjarige] is daarin noodzakelijk. De Raad vindt het kwalijk dat de vrouw de man niet heeft geïnformeerd over haar schoolkeuze. Aan de andere kant had van de man meer initiatief verwacht mogen worden. Wanneer de vervangende toestemming voor een verhuizing zal worden verleend, is het aan partijen om samen op zoek te gaan naar een school. Komen zij niet tot overeenstemming, dan kan een mediator daar mogelijk nog bij helpen en vervolgens kan de rechtbank dan nog een beslissing nemen. Daarnaast moeten partijen met elkaar af gaan spreken hoe zij elkaar in de toekomst gaan informeren en consulteren over belangrijke aangelegenheden rondom [minderjarige] . Hier is hulpverlening voor nodig.

5. De (nadere) beoordeling

Op grond van artikel 1:253a, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (hierna: [minderjarige] ) kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd.

De rechtbank overweegt dat uit het gezamenlijk gezag van partijen volgt dat de vrouw voor een verhuizing met [minderjarige] én om [minderjarige] in te schrijven op school, in beginsel de toestemming van de man nodig heeft. Indien de ouders het hierover niet eens worden, kan het geschil, op grond van artikel 1:253a BW, worden voorgelegd aan de rechter.

Vervangende toestemming verhuizing

Uit vaste jurisprudentie, de rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 25 april 2008, NJ 2008, 414 (LJN BC5901), volgt dat uit voormeld artikel niet mag worden afgeleid dat het belang van de minderjarige bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening altijd zwaarder weegt dan andere belangen. Bij de beoordeling van het geschil over een verhuizing met een minderjarig kind dient de rechter alle omstandigheden van het geval in acht dient te nemen, waaronder:

de noodzaak om te verhuizen;

de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;

het recht en het belang van de verhuizende ouder om te verhuizen en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten;

de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;

de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;

de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in zijn/haar vertrouwde omgeving;

de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de continuïteit van de zorg;

de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;

de leeftijd van de minderjarige, zijn/haar mening en de mate waarin hij/zij geworteld is in zijn/haar omgeving of juist gewend is aan de verhuizingen;

de (extra) kosten van het contact met de andere ouder na de verhuizing.

Op grond van lid 5 van artikel 1:253a BW beproeft de rechtbank, alvorens te beslissen, een vergelijk tussen partijen. Gebleken is dat partijen geen overeenstemming met elkaar hebben bereikt en zij en [minderjarige] behoefte hebben aan duidelijkheid. De rechtbank zal hen die duidelijkheid met deze beschikking geven.

Het is de rechtbank gebleken dat de vrouw de wens heeft om haar leven op te bouwen in [plaats 3] , samen met [minderjarige] , haar nieuwe partner en diens dochtertje. De vrouw heeft sinds 2020 een bestendige relatie met haar nieuwe partner. Hij heeft een eigen bedrijf binnen die gemeente en een dochtertje uit een eerdere relatie voor wie hij de helft van de tijd de zorg draagt. [minderjarige] woont sinds de beëindiging van de relatie van partijen bij de vrouw.

De vrouw heeft de man in juni 2024 om toestemming voor de verhuizing verzocht, maar deze weigert hij. De man voert aan dat de vrouw geen noodzaak heeft tot verhuizen en dat zij de verhuizing niet goed heeft voorbereid en doordacht. Bovendien stelt de man dat een verhuizing van de vrouw en [minderjarige] van invloed is op zijn rol als vader.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de vrouw de verhuizing goed doordacht en voorbereid. De vrouw heeft haar relatie zorgvuldig opgebouwd en heeft [minderjarige] op een passend tempo bij haar nieuwe partner geïntroduceerd. De rechtbank volgt de vrouw in haar stelling dat de verhuizing noodzakelijk is. Haar partner heeft, gelet op zijn onderneming en de zorg voor zijn dochter, geen gelegenheid om naar [plaats 1] (of nabije omgeving) te verhuizen. De rechtbank acht het invoelbaar dat de vrouw, na een periode van zes jaar, haar relatie met haar partner verder vorm wil geven. Een samenwoning is daarin op zichzelf een logische stap. [minderjarige] en de vrouw verblijven al geruime tijd in de weekenden in [plaats 3] , waardoor [minderjarige] die omgeving inmiddels kent. De zorg van de man dat [minderjarige] zijn volleybal bij zijn huidige club gaat missen, begrijpt de rechtbank. Echter, ook in Monster kan [minderjarige] deze vrijetijdsbesteding hebben. De rechtbank weegt mee dat de man er tot op heden niet in is geslaagd om eigen woonruimte te vinden en dat hij niet verwacht dat daar op korte termijn verandering in zal komen. Dat betekent dat een co-ouderschap zoals de ouders dat bij het beëindigen van hun relatie voor ogen hadden, niet binnen afzienbare termijn gerealiseerd zal kunnen worden.

Daar komt nog bij dat de huidige zorgreling die tussen partijen geldt, in stand kan blijven. Ook heeft de man geen extra kosten, nu de vrouw toezegt te zullen zorgdragen voor het halen en brengen van [minderjarige] . Nu de zorgregeling in stand kan blijven, worden de rechten van de man en [minderjarige] op een onverminderd contact in hun vertrouwde omgeving niet geschaad. De continuïteit van zorg en de frequentie van het contact tussen de man en [minderjarige] blijft immers in stand.

Al met al leidt dit ertoe dat de rechtbank de vrouw vervangende toestemming zal verlenen voor de verhuizing.

De rechtbank begrijpt dat de verhuizing voor [minderjarige] ingrijpend zal zijn. Hij vindt het spannend, zo gaf hij ook tijdens het kindgesprek te kennen. Samen met de Raad acht de rechtbank [minderjarige] veerkrachtig genoeg om met deze verandering om te gaan. Daarbij vertrouwt de rechtbank op de toezegging van de vrouw dat zij [minderjarige] hierin goed zal begeleiden en dat zij pas zal verhuizen na afloop van het huidige schooljaar van [minderjarige] .

Vervangende toestemming school

Ook zal de rechtbank de vrouw vervangende toestemming verlenen om [minderjarige] in [plaats 3] of directe omgeving in te schrijven op een school. Nu de vrouw vervangende toestemming zal worden verleend voor de verhuizing, is een verandering van school voor [minderjarige] een gegeven. De rechtbank zal het gewijzigde verzoek van de vrouw, zoals weergegeven in rechtsoverweging 3.2, dan ook toewijzen. De rechtbank volgt hierin wel hetgeen de Raad hierover naar voren heeft gebracht: gebleken is dat de vrouw de man onvoldoende heeft geïnformeerd over de schoolkeuze voor de [school] . Zij had hem, als gezagdragende ouder, inzicht moeten geven in haar beweegredenen, bijvoorbeeld door hem bij de correspondentie te betrekken. Anderzijds had het ook op de weg van de man gelegen zelf het initiatief te nemen om zich over de door de vrouw gewenste school te informeren. Met de Raad is de rechtbank van oordeel dat het nu aan partijen is om samen, als gezagdragende ouders, een schoolkeuze te gaan maken. Het ligt dan ook op de weg van partijen om zich hierover samen te (laten) informeren. Hieronder verstaat de rechtbank in ieder geval dat zij hiervoor informatie inwinnen bij de huidige leerkracht van [minderjarige] voor de vraag of [school] bij [minderjarige] past. Daarna zullen partijen samen moeten afwegen welke school in [plaats 3] of directe omgeving geschikt is voor [minderjarige] . De rechtbank betrekt daarin dat de vrouw ter zitting heeft aangegeven zelf niet zeker te weten of [school] het beste bij [minderjarige] past. Dit moet dan ook nader worden uitgezocht. Afspraken met en bezoeken aan nieuwe scholen is daarvan een onderdeel. De rechtbank vertrouwt erop dat partijen zich samen zullen inspannen om tot een overeenstemming te komen. Zij geeft partijen mee dat een unanieme en gedragen keuze het meest in het belang van [minderjarige] is. Hij dient te voelen dat zijn beide ouders achter zijn nieuwe school staan.

Anders dan het advies van de Raad zal de rechtbank het verzoek van de vrouw onder II. niet aanhouden. Immers, partijen en [minderjarige] hebben duidelijkheid nodig. Voor [minderjarige] moet helder zijn waar hij vanaf volgend schooljaar onderwijs volgt. De rechtbank kiest er daarom voor om het gewijzigde verzoek van de vrouw toe te wijzen zonder een aanhouding. Dit ontslaat de vrouw er echter niet van om zich in te spannen om in gezamenlijkheid met de man tot een gedragen schoolkeuze te komen. Ook voor de man houdt dit in dat hij zich in zal spannen om informatie te vergaren en om deel te nemen aan afspraken en bezoekmomenten aan nieuwe scholen, ondanks dat hij zich niet in een verhuizing kan vinden. Hoe dan ook, zijn partijen het aan [minderjarige] verplicht om uit te dragen dat zij beiden achter zijn nieuwe school staan.

Zorgregeling

De rechtbank heeft zich ervan vergewist dat partijen het eens zijn over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij een verhuizing van de vrouw. De reguliere zorgregeling blijft, behoudens een kleine wijziging in tijd én de afspraak van het halen en brengen door de vrouw in stand en wel als volgt.

[minderjarige] verblijft bij de man:

- eenmaal per veertien dagen een weekend van vrijdag na school (waarbij [minderjarige] rond 15.45 uur bij de man is) tot zondagavond 19.00/19.30 uur; alsmede

- eenmaal per twee weken op dinsdag na school (waarbij [minderjarige] rond 15.45 uur bij de man is) tot 19.00/19.30 uur en in de andere week op donderdag na school (waarbij [minderjarige] rond 15.45 uur bij de man is) tot 19.00/19.30 uur;

- de vrouw draagt zorg voor het halen en brengen van [minderjarige] naar en van de man.

De rechtbank acht het van groot belang dat partijen zich aan deze afspraak zullen houden en zal voormelde overeenstemming dan ook opnemen in het dictum van deze beschikking.

Uitvoerbaar bij voorraad

Anders dan de man verzoekt, zal de rechtbank de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Een overweging van eerste orde daarbij is dat gebleken is dat partijen en [minderjarige] duidelijkheid nodig hebben. Dit komt zowel ter zitting als in de UHA-rapportage en in het schriftelijke advies van de Raad uitvoerig naar voren. Wanneer de rechtbank haar beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad zou verklaren, dan blijft de onduidelijkheid in stand. Dit zal voor partijen en [minderjarige] belemmerend werken en dat is niet in het belang van [minderjarige] . Bovendien vreest de rechtbank dat de man zijn medewerking in de zoektocht naar een nieuwe school niet zal verlenen als de beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad is. Het is nu aan partijen om met elkaar aan de slag te gaan en het uitgangspunt van duidelijkheid, ook als de man in hoger beroep zal gaan, prevaleert dan.

Proceskosten

De rechtbank zal de proceskosten tussen partijen compenseren, gelet op hun relatie tot elkaar en nu het geschil betrekking heeft op hun beider kind.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

wijzigt de vaststellingsovereenkomst tussen partijen van 4 november 2016, artikel 4.2, en verleent, ter vervanging van de toestemming van de man, de vrouw vervangende toestemming om met [minderjarige] te verhuizen van [plaats 1] naar [plaats 3] ;

verleent aan de vrouw vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven op de [school] te [plaats 3] , dan wel een andere onderwijsinstelling in overleg met de man;

wijzigt de vaststellingsovereenkomst tussen partijen van 4 november 2016, artikel 5, in die zin dat de man en [minderjarige] gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar op de volgende wijze:

- eenmaal per veertien dagen een weekend van vrijdag na school (waarbij [minderjarige] rond 15.45 uur bij de man is) tot zondagavond 19.00/19.30 uur;

- eenmaal per twee weken op dinsdag na school (waarbij [minderjarige] rond 15.45 uur bij de man is) tot 19.00/19.30 uur en in de andere week op donderdag na school (waarbij [minderjarige] rond 15.45 uur bij de man is) tot 19.00/19.30 uur;

- de vrouw draagt zorg voor het halen en brengen van [minderjarige] naar en van de man;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 door mr. Van de Kraats, voorzitter, mr. Bogaert en mr. Jurkovich, allen kinderrechters, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Van de Kraats

Griffier

  • mr. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand