beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/444740 / FA RK 26-615
datum uitspraak: 21 april 2026
beschikking over verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
[de man] ,
hierna: de man,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
advocaat: mr. G. Kartal in Rotterdam,
tegen
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Schiettekatte in Rotterdam,
over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2018, hierna: [minderjarige] .
Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,
hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.
1. Het procesverloop
In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 4 februari 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;
- het op 6 februari 2026 van mr. Schiettekatte ontvangen stelbericht;
- het uittreksel uit het gezagsregister over [minderjarige] ;
- het op 26 maart 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen, met ook een zelfstandig verzoek.
De zaak is mondeling behandeld op 1 april 2026. Bij die behandeling waren aanwezig de advocaat van de man en de vrouw met haar advocaat. Ook was een vertegenwoordigster aanwezig namens de Raad. Mr. Kartal liet weten dat de man niet in staat was om bij de zitting aanwezig te zijn.
2. De feiten
Partijen hebben met elkaar een relatie gehad. Uit deze relatie is [minderjarige] geboren.
[minderjarige] woont bij de vrouw.
De man heeft [minderjarige] erkend. Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over
[minderjarige] .
3. De verzoeken
De man verzoekt te bepalen dat:
hij eenmaal per veertien dagen omgang heeft met [minderjarige] , waarbij de omgang afwisselend plaatsvindt met en zonder overnachting, in die zin dat de omgang met overnachting loopt van zaterdag om 12:00 uur tot zondag om 12:00 uur en de omgang zonder overnachting van zaterdag om 12:00 uur tot 18:00 uur;
de reguliere omgangsregeling van kracht blijft gedurende vakantie- en feestdagen, met uitzondering van de zomervakantie, welke partijen bij helfte verdelen, waarbij de man gerechtigd is om met [minderjarige] naar een veilig land te reizen, en met uitzondering van tweede kerstdag, op welke dag [minderjarige] bij de man verblijft van 10:00 uur tot de daaropvolgende dag om 10:00 uur;
de man zorgdraagt voor het halen en brengen van [minderjarige] ,
dan wel een zodanige omgangsregeling vast te stellen als de rechtbank juist en redelijk acht.
Tijdens de zitting heeft de advocaat namens de man verklaard dat hij instemt met het zelfstandige verzoek van de vrouw. De man hoopt dat de vrouw bereid is om de regeling eerder uit te breiden met een overnachting, als zij ziet dat de contacten goed verlopen. De man biedt zijn excuses aan voor zijn uitlatingen naar de vrouw via appberichten. De man verwacht dat hij de regeling, als deze eenmaal is vastgesteld, beter kan nakomen. De man wil verdere discussies tussen partijen voorkomen. Hij doet op dit moment afstand van een regeling tijdens de schoolvakanties. Hij hoopt dat partijen er op termijn zelf in slagen om hierover afspraken te maken. De man vraagt de vrouw om het eerste contact tussen hem en [minderjarige] op zijn verjaardag op 17 mei 2026 te laten plaatsvinden. Daarna zullen de contacten steeds op zaterdag worden uitgevoerd.
De vrouw verzoekt te bepalen dat:
- Eens per maand heeft [minderjarige] op zaterdag van 12:00 uur tot 18:00 uur omgang met
de man;
- Na een periode van drie maanden verblijft [minderjarige] het eerste weekend van de maand
van zaterdag 12:00 uur tot zondag 17:00 uur bij de man;
De man draagt zorg voor het halen en brengen van [minderjarige] ;
In de weken dat er geen fysiek contact is, vindt er videobelcontact plaats indien
[minderjarige] daar behoefte aan heeft;
- Bijzondere feestdagen brengt [minderjarige] bij de vrouw door, met uitzondering van
Tweede Kerstdag.
De vrouw heeft haar twijfels of de man een structurele regeling kan nakomen. Zij wil de tijd en ruimte krijgen, om te zien of de man betrouwbaar is in het nakomen van de regeling, voordat deze wordt uitgebreid. De vrouw vindt het wel belangrijk dat zij weet waar de man [minderjarige] mee naartoe neemt. Voorheen bracht de man de contactmomenten door bij zijn familie. De vrouw beschikt niet over een telefoonnummer waarop zij de man kan bereiken. Zij stemt er mee in om het eerste contact tussen de man en [minderjarige] op de verjaardag van de man te laten plaatsvinden. Zij vindt het wel belangrijk dat de man [minderjarige] op tijd terug brengt, zodat [minderjarige] op tijd naar bed kan. De vrouw zou het fijn vinden, als de man zelf het initiatief neemt om met [minderjarige] te (beeld)bellen. [minderjarige] wil heel graag een vader in zijn leven. Hij begrijpt niet waarom de man steeds gedurende periodes uit zijn leven verdwijnt. Dat is voor hem heel verwarrend. [minderjarige] verheugt zich op het contact met de man en zijn familie. Hij is erg teleurgesteld, als de man niet op komt dagen.
De Raad kan achter het verzoek van de vrouw staan. Belangrijk is dat de man betrouwbaar is in het nakomen van de afspraken. De vrouw moet ook weten waar de man met [minderjarige] naartoe gaat en op welk telefoonnummer de man te bereiken is. De Raad complimenteert de man in zijn streven naar een structurele contactregeling. [minderjarige] is nog wel erg jong voor een (beeld)belcontact, waarvoor hij het initiatief moet nemen. Het is aan de man om hierin het initiatief te nemen.
4. De beoordeling
Vaststelling verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van een ouder aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt dan een beslissing die zij in het belang van het kind vindt.
Tijdens de zitting zijn partijen overeengekomen dat het zelfstandige verzoek van de vrouw kan worden vastgesteld, met dien verstande dat het eerste contact plaatsvindt op de verjaardag van de man en dat de man [minderjarige] die dag uiterlijk 18:00 uur weer bij de vrouw brengt. Vervolgens zal het contact op de eerste zaterdag van de maand plaatsvinden en na drie maanden in het eerste weekend van de maand. De (advocaat van de) man zal binnen een week na de zitting aan (de advocaat van) de vrouw laat weten waar het contact tussen de man en [minderjarige] plaatsvindt en op welk telefoonnummer de man bereikbaar is. De rechtbank zal deze regeling hierna op die wijze vaststellen. Partijen spreken verder af dat er geen belregeling hoeft te worden vastgesteld, maar dat de man het initiatief neemt om, in de weken dat er geen fysiek contact is, met [minderjarige] te (beeld)bellen. De resterende verzoeken worden afgewezen, omdat er geen belang meer is bij de behandeling daarvan.
Omdat partijen een relatie met elkaar hebben gehad en de zaak over hun kind gaat, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen.
5. De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de man en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken recht hebben op contact met elkaar:
waarbij de man zorg draagt voor het halen en brengen van [minderjarige] ;
onder bepaling dat de man aan de vrouw laat weten waar het contact tussen de man en [minderjarige] plaatsvindt en op welk telefoonnummer de man bereikbaar is.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Vriends, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026 in aanwezigheid van Joosen, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.