ECLI:NL:RBZWB:2026:3942

ECLI:NL:RBZWB:2026:3942

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 10-04-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer C/02/445569 / JE RK 26-350
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

wijziging verdeling zorg- en opvoedingstaken: begeleide omgang tussen vader en minderjarigen, regie bij de GI

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/445569 / JE RK 26-350

Datum uitspraak: 10 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant,

gevestigd te Etten-Leur ,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. S. Klootwijk uit Breda,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 maart 2026;

de op 7 april 2026 door mr. Klootwijk overgelegde e-mailberichten.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad;

- twee vertegenwoordigers van de GI.

Het onderhavige verzoek van de GI is gelijktijdig mondeling behandeld met het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling te verlengen in de zaak met kenmerk: C/02/445710 / JE RK 26-370. Op dat verzoek is bij aparte beschikking beslist.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 april 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 30 april 2026.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 30 april 2025 de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld:

De vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig gerechtigd tot het hebben van contact met elkaar eenmaal in de twee weken op zaterdag van 9:00 uur tot 19.00 uur bij de grootouders (vz), een en ander met inachtneming van hetgeen verder nog in 2.10 van de beschikking is overwogen. Een eventuele uitbreiding of wijziging van deze zorgregeling kan plaatsvinden onder regie van de GI in het kader van de ondertoezichtstelling.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de door de kinderrechter op 30 april 2025 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, in die zin dat:

I. De voorlopige zorgregeling wordt beëindigd.

II. In plaats daarvan begeleide omgang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt vastgesteld waarbij wordt gestart met één keer per twee weken 1 tot 1,5 uur omgang met [minderjarige 1] óf [minderjarige 2] , los van elkaar, en eventuele uitbreiding of wijziging van deze zorgregeling kan plaatsvinden onder regie van de GI in het kader van de ondertoezichtstelling.

III. Op grond van artikel 1:265g, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vast te stellen waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en grootouders vaderszijde minimaal één keer per maand een dagdeel met elkaar kunnen doorbrengen.

4. De standpunten

De vertegenwoordigers van de GI geven aan de contacten tussen de kinderen en de vader nog onvoldoende veilig zijn. De vader schept, mogelijk onbedoeld, verkeerde verwachtingen bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Volgens de GI vindt hij het lastig om structuur te bieden aan de kinderen. Hij belast hen ook met negatieve uitspraken over de moeder en hij heeft moeite om zijn emoties te reguleren. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zeggen dat hun vader vaak boos is. Volgens de GI heeft de vader meer hulp en ondersteuning nodig in de contacten met zijn kinderen. De komende periode zullen de contacten daarom (professioneel) worden begeleid door [praktijk] . Op 16 april 2026 zal het laatste intakegesprek voor dat traject plaatsvinden en de verwachting is dat de begeleide contactmomenten vervolgens snel zullen starten. Er zal in het begin steeds afzonderlijk contact gaan plaatsvinden, dus de ene keer tussen [minderjarige 1] en de vader en de keer daarop tussen [minderjarige 2] en de vader. Ongeveer om de acht tot twaalf weken zal er een evaluatie plaatsvinden. Verder geeft de GI aan dat het wenselijk is voor de kinderen dat zij contact kunnen blijven houden met hun grootouders.

De moeder en haar advocaat zijn het eens met een wijziging van de huidige zorgregeling. Volgens de moeder hebben de ouders sinds de start van de ondertoezichtstelling alleen maar stappen terug gezet. Het is wenselijk dat er begeleide contacten worden opgelegd. Zij vreest echter dat de vader niet leerbaar is in het contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en dat zijn opvoedkwaliteiten niet zullen verbeteren. De moeder heeft op zich geen bezwaar tegen contact tussen de kinderen en de grootouders, maar zij is bang dat de vader dan ook op die momenten zal verschijnen. Volgens de moeder is er geen sprake van family life tussen de grootouders en de kinderen.

De vader is het niet eens met het verzoek van de GI. Hij ziet de kinderen het liefst elke dag en hij vindt begeleide contacten niet nodig. De vader erkent dat er soms ruzies zijn tussen hem en zijn ouders waar [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij zijn. Daar is hij op aangesproken door de therapeut van [praktijk] en sindsdien verlopen de contacten rustiger. Verder wordt er gezegd dat hij de kinderen heeft belast door te zeggen dat de kinderen niet bij hem mogen slapen, omdat het van de moeder niet mag. Volgens de vader is dat gewoon de waarheid en hij wil niet liegen tegen zijn kinderen. De vader geeft aan dat hij hulp aan het zoeken is voor zijn emotieregulatie. De vader wil [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gelijktijdig blijven zien. Hij is het er niet mee eens om slechts één van hen per keer te zien.

De vertegenwoordigster van de Raad ondersteunt het verzoek van de GI om de zorgregeling te wijzigen. Er ligt een duidelijk advies vanuit [praktijk] . Er zal de komende periode worden gewerkt aan het realiseren van onbelast contact tussen de vader en de kinderen. De Raad vindt het ook logisch dat daar begeleide contacten voor nodig zijn en dat er in het begin kortdurend contact zal zijn, maar dat er wel gekeken wordt naar de mogelijkheden van een opbouw in de contacten.

5. De beoordeling

Zorgregeling tussen de grootouders en de kinderen

Op grond van artikel 1:265g, eerste lid, BW kan de rechtbank voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een beslissing inzake de uitoefening van het recht op omgang nemen, voor zover dit in het belang van de kinderen noodzakelijk is. De rechtbank overweegt dat artikel 1:265g, eerste lid, BW niet bepaalt ten aanzien van wie het recht op omgang met de minderjarige kan worden vastgesteld. Gelet op artikel 1:265g, tweede lid, BW, dat terug verwijst naar het eerste lid, kunnen daaronder de met gezag belaste ouder als ook “de omgangsgerechtigde” worden begrepen. De categorie omgangsgerechtigden is niet nader bepaald. De rechtbank is van oordeel dat - analoog aan het bepaalde in artikel 1:377a BW - een minderjarige, onder meer, een recht op omgang heeft met degenen tot wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat. In beginsel kunnen dat grootouders, (half)broers en (half)zussen zijn.

De rechtbank moet eerst beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de grootouders en de kinderen en of die betrekking op één lijn te stellen is met 'family life' in de zin van artikel 8 van het EVRM. Alleen als dit het geval is, is de GI namelijk ontvankelijk in haar verzoek. Voor 'family life' als bedoeld in artikel 8 van het EVRM tussen de grootouders en de kinderen is het biologisch grootouderschap op zichzelf onvoldoende. De GI moet aantonen dat de grootouders meer dan het gebruikelijke contact met hun kleinkinderen hebben gehad. Uit vaste rechtspraak blijkt dat de GI concrete omstandigheden moet aantonen waaruit de nauwe persoonlijk betrekking blijkt (onder meer Hoge Raad 25 juni 1993e, ECLI:NL:HR:1993:ZC1023). De GI kan dit doen door aan te tonen dat de grootouders een substantieel deel van de verzorging en opvoeding van de kleinkinderen voor hun rekening hebben genomen of dat er sprake was van een dusdanig structurele en intensieve oppasregeling dat die regeling het gebruikelijke contact tussen grootouders en kleinkinderen overstijgt.

Naar het oordeel van de kinderrechter is niet vast komen te staan dat de omgang tussen de grootouders en de minderjarigen anders is geweest dan gebruikelijke familiecontacten tussen grootouders en hun kleinkinderen. Bijkomende omstandigheden zijn niet gesteld. Dit maakt dat de kinderrechter concludeert dat er geen family life als bedoeld in art. 8 EVRM tussen hen is ontstaan en dat de GI niet ontvankelijk is in haar verzoek om een omgangsregeling vast te stellen tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de grootouders. Het staat de GI vrij om afspraken te maken met de ouders over contacten tussen de grootouders en de kinderen.

Zorgregeling tussen de vader en de kinderen

De kinderrechter kan de hiervoor genoemde regeling wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan (artikel 1:265g, tweede lid, BW).

Geconstateerd wordt door de GI en door [praktijk] dat de contacten tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de vader (bij de grootouders) op dit moment niet veilig genoeg verlopen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] associëren de vader met ‘boos’. Het lukt de vader onvoldoende om structuur aan te bieden, de kinderen te begrenzen en aan te sluiten bij hun behoeften. Verder is gebleken dat de vader onvoldoende in staat is om het verschil te maken tussen zijn behoefte en die van zijn dochters waardoor hij hen belast met negatieve uitspraken over de moeder en volwassenproblematiek. Tijdens de zitting blijkt eveneens dat de vader niet kan inzien wat dit doet met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De betrokken therapeut benoemt dat de vader meer een speelmaatje voor de kinderen is dan een opvoeder. Tot slot heeft de vader problemen in zijn emotieregulatie.

De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden en dat het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is dat de bij beschikking van 30 april 2025 vastgestelde voorlopige zorgregeling wordt gewijzigd. Het verzoek van de GI zal daarom worden toegewezen, waarbij wordt bepaald dat er voortaan begeleide contacten tussen de kinderen en de vader zullen plaatsvinden onder regie van de GI (en [praktijk] ). De contacten zullen in eerste instantie wekelijks plaatsvinden, waarbij de vader de ene week contact heeft met [minderjarige 1] en de andere week met [minderjarige 2] . Eventuele uitbreidingen van de contacten vinden alleen plaats met goedkeuring vanuit [praktijk] en de GI. In voormelde zaak met kenmerk C/02/445710 / JE RK 26-370 is bij beschikking van 10 april 2026 bepaald dat de ondertoezichtstelling met een jaar wordt verlengd. Dit betekent dat de GI ook de komende periode de regie zal behouden over de hierna vast te stellen zorgregeling.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verklaart de GI niet ontvankelijk in haar verzoek om een zorgregeling vast te stellen tussen de [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de grootouders;

wijzigt de bij beschikking van 30 april 2025 vastgestelde voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat:

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben contact met de vader onder professionele begeleiding. De contacten zullen in eerste instantie wekelijks plaatsvinden, waarbij de vader de ene week 1 tot 1,5 uur contact heeft met [minderjarige 1] en de andere week 1 tot 1,5 uur contact heeft met [minderjarige 2] . Een eventuele uitbreiding of wijziging van deze zorgregeling kan plaatsvinden onder regie van de GI in het kader van de ondertoezichtstelling;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van Weterings als griffier, en op schrift gesteld op 15 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand