RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/446836 / FA RK 26-1756
Datum uitspraak: 10 april 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
thans verblijvende bij [psychiatrisch ziekenhuis] ,
advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Kouijzer;
- de heer [arts] , arts;
- mevrouw [psychiater] , psychiater;
- [verpleegkundige] , verpleegkundige.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [psychiatrisch ziekenhuis] . De burgemeester van de gemeente Goes heeft de crisismaatregel op 7 april 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat de opname ‘wel gaat’, maar hij weet niet wat hij van de opname vindt. Betrokkene is gisteren twee keer weggegaan omdat hij geen sigaretten en bier had. Verder geeft betrokkene aan dat hij al jaren stabiel is.
De arts licht tijdens de zitting toe dat een voortzetting van de opname wenselijk is. Betrokkene is bekend met vluchtgedrag en middelengebruik. Het is echter noodzakelijk dat de medicatie van betrokkene op peil wordt gebracht en dat betrokkene verder stabiliseert. Betrokkene had een doodswens, maar hij handelt hier niet naar.
De psychiater licht tijdens de zitting toe dat betrokkene tijdens zijn huidige opname meermaals is gevlucht van de instelling, waarna hij door de politie is aangetroffen en teruggebracht naar de instelling. Volgens de psychiater is er in het kader van vrijwilligheid dus onvoldoende vertrouwen. Verder is de zorgvorm ‘insluiten’ niet noodzakelijk.
De advocaat van betrokkene voert aan dat voldaan wordt aan de juridische eisen voor de voortzetting van de crisismaatregel. Er is sprake van een stoornis en ernstig nadeel. Verder is de vrijwilligheid van betrokkene niet bestendig, nu hij gisteren is gevlucht van de instelling. Het verzoek kan dus worden toegewezen. De advocaat pleit afwijzing van de zorgvorm ‘insluiten’ nu deze zorgvorm tot op heden niet toegepast is.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene bekend is met schizofrenie wat zich uit in onsamenhangende en psychotisch gekleurde uitspraken. Betrokkene presenteert zich met een aanhoudend patroon van gevaarlijk gedrag en er is sprake van impulsieve, potentieel zelfbeschadigende acties. Verder is bij betrokkene sprake van terugtrekgedrag, staken van voedsel- en vochtintake en verlies van decorum- en impulsbeheersing.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene spreekt geen bereidheid uit tot het maken van veiligheidsafspraken en hij is bekend met vluchtgedrag.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 mei 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 door mr. de Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. de Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 24 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.