ECLI:NL:RBZWB:2026:3949

ECLI:NL:RBZWB:2026:3949

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 10-04-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer C/02/446645 / JE RK 26-558
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Ondertoezichtstelling. Zorgen over de veiligheid in de thuissituatie bij de vader.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446645 / JE RK 26-558

Datum uitspraak: 10 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

Zeeland-West-Brabant, Breda,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,

gevestigd in Amsterdam

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van 27 maart 2026, ontvangen op 31 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 april 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:

een vertegenwoordiger van de Raad;

de moeder;

- de vader;

- een vertegenwoordiger van de GI.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan een persoonlijk begeleider van de vader.

De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om zijn mening te geven over het verzoek. [minderjarige] heeft zijn mening gegeven in een gesprek met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat weergegeven wat [minderjarige] van het verzoek vindt.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

De ouders zijn sinds 2017 uit elkaar, waarna een co-ouderschap is afgesproken. De ene week is [minderjarige] bij de moeder en de andere week is [minderjarige] bij de vader.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. Het standpunt van de Raad

Ter onderbouwing van het verzoek voert de Raad, samengevat, het volgende aan. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] . [minderjarige] is in de thuissituatie bij vader getuige (geweest) van huiselijk geweld tussen vader en zijn partner. [minderjarige] heeft bij de Raad aangegeven hier last van te hebben en ook [zorgorganisatie 1] , die bij het gezin is betrokken, heeft de indruk dat [minderjarige] het niet altijd als prettig ervaart bij de vader. Vanuit [zorgloket] wordt aangegeven dat er vele politie- en zorgmeldingen zijn, waarbij sprake zou zijn van conflicten en alcoholgebruik door de partner van vader. [minderjarige] laat na escalaties bij vader bij moeder thuis signalen van stress zien, zoals hoofdpijn, overgeven en buikpijn, waardoor hij soms ook niet of later naar school gaat. Er is inmiddels sprake van fors schoolverzuim, waarover de Raad zorgen heeft, en er is sprake van concentratieproblemen. Het lijkt moeder onvoldoende te lukken om [minderjarige] te beschermen, waarover [zorgloket] en [zorgorganisatie 1] aangeven dat moeder niet weerbaar genoeg is. Wanneer er niets verandert, is de Raad bezorgd dat [minderjarige] opgroeit met gevoelens van verdriet, angst en boosheid en een verkeerd beeld van hoe hij op een liefdevolle manier een relatie aan kan gaan. Ook bestaat het risico dat [minderjarige] het idee krijgt niet voor zichzelf op te mogen komen, vanuit een bestaande loyaliteit naar beide ouders. Gedurende de ondertoezichtstelling dient gewerkt te worden aan het voorkomen dat [minderjarige] getuige is van huiselijk geweld, aan het naar school gaan volgens lesrooster en aan het zorgen voor duidelijke regels en grenzen die bij beide ouders gelden, zodat er structuur, stabiliteit en veiligheid komt voor [minderjarige] .

Beide ouders hebben het beste voor met [minderjarige] , maar het lukt hen niet samen een verandering teweeg te brengen en tot afspraken te komen die in het belang zijn van [minderjarige] en zijn veiligheid waarborgen. Er is hulpverlening, maar de ouders gaan deze niet volledig aan. De hulpverlening wordt door de ouders afgesloten wanneer deze kritisch is op het eigen handelen. De vader heeft aangegeven dat de hulpverlening van [minderjarige] bij hem thuis niet meer welkom is.

De verwachting is dat de ouders de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn weer zelf kunnen dragen.

De Raad heeft op zitting uitgesproken dat het belangrijk is dat er een passende contactregeling komt tussen [minderjarige] en de vader. Op papier is de afspraak dat [minderjarige] om de week bij de moeder is en om de week bij de vader, maar deze regeling wordt niet altijd correct nagekomen. [minderjarige] is de afgelopen weken bij de moeder geweest en niet bij de vader. Dat de contactregeling niet altijd is nagekomen heeft ook onder meer te maken met het feit dat de vader na ruzies tussen de vader en zijn vrouw [minderjarige] midden in de nacht naar de moeder bracht. De vader lijkt klem te zitten tussen enerzijds het contact met en de opvoeding van [minderjarige] en anderzijds de zorg voor zijn vrouw. De GI zal moeten onderzoeken hoe de begeleiding van de vader het beste kan worden vormgegeven. [minderjarige] wil contact met zijn beide ouders. Vanuit een gelijkwaardige opvoedsituatie die stabiel en veilig is kan worden ingezet op meer contact met de vader en worden toegewerkt naar herstel van de week op week af regeling.

5. De standpunten van belanghebbenden

Door de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij achter het advies van de Raad staat. De moeder is voor de veiligheid van [minderjarige] gaan staan door [minderjarige] recent een keer niet naar de vader te laten gaan. [minderjarige] was daar even boos over, maar was daarna weer rustig over de situatie. Het doet de moeder verdriet dat zij haar grenzen op dit punt heeft moeten aangeven bij [minderjarige] . De moeder heeft met de school van [minderjarige] afgesproken dat [minderjarige] later naar school mag komen als de vader hem in het midden van de nacht naar de moeder brengt. De moeder stuurt [minderjarige] altijd naar school toe en geeft aan dat hij kan bellen als het niet gaat. Soms komt hij dan eerder terug van school, maar soms is [minderjarige] echt niet naar school te krijgen. Er komt een gesprek met de leerplichtambtenaar.

Door de vader is, samengevat, het volgende naar voren gebracht. [minderjarige] is afgelopen twee weken bij de moeder geweest. De vader wil daarom dat [minderjarige] twee weken naar de vader gaat en dat daarna de week op week af regeling weer hervat wordt. De vader heeft bij de moeder aangegeven aan suïcide te denken als [minderjarige] bij hem wordt weggehouden. Het lijkt erop dat deze uitspraak de reden was om [minderjarige] niet bij hem te laten komen, maar de situatie is dus juist omgekeerd. De vader heeft telefonisch contact met [minderjarige] . [minderjarige] heeft de vader verteld dat hij naar hem wilde komen, maar dat dit niet mocht van de moeder. De vrouw van de vader zit met pijn thuis. Daarom drinkt zij ’s avonds een drankje om in slaap te kunnen vallen. De vrouw van de vader is boos over bepaalde dingen, waardoor spanningen ontstaan die weer kunnen ontaarden in ruzies. De vader wil niet dat de persoonlijke begeleider van [zorgorganisatie 1] van [minderjarige] bij hem binnen komt, omdat de persoonlijke begeleider de vader had aangeraakt terwijl de vader dat niet wilde. Er zou begeleiding van [zorgorganisatie 2] komen voor de vader, maar de vader kon niet weg van huis voor een gesprek, omdat hij zijn vrouw dan alleen thuis moest laten. De vader geeft aan dat hij door zijn vrouw verhoord zou worden als de gesprekken niet thuis zijn. De gesprekken kunnen ook niet bij de vader thuis plaatsvinden, omdat de vrouw van de vader er dan bij is en zij zich in het gesprek zal mengen. De vrouw van de vader kan niet naar boven omdat zij niet goed kan lopen en er vooralsnog geen traplift is.

6. Het standpunt van de GI

Door de GI is, samengevat, naar voren gebracht dat de GI zich kan vinden in het verzoek van de Raad en bereid is de ondertoezichtstelling uit te voeren. Er is nog geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar. De GI kan niet zeggen hoe lang het zal duren voordat er iemand beschikbaar is.

7. De beoordeling

Wettelijk kader

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Inhoudelijke beoordeling

Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter als volgt. Er wordt voldaan aan voornoemde voorwaarden. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging, gelet op de zorgen over de veiligheid van [minderjarige] . [minderjarige] is getuige van huiselijk geweld in de thuissituatie van de vader (geweest). Ook zijn er zorgen geuit over het drankgebruik in de thuissituatie bij de vader. Er zijn veel zorgmeldingen gedaan. De moeder kan [minderjarige] onvoldoende tegen de onveiligheid beschermen. Zij is onvoldoende in staat grenzen te stellen, consequent te zijn en [minderjarige] te sturen. De situatie is thans ook van invloed op het forse schoolverzuim van [minderjarige] . Er bestaat veel spanning tussen de ouders. Dat is merkbaar voor [minderjarige] en hij heeft daar last van, zowel mentaal (verdriet, angst en boosheid) als fysiek (misselijkheid, hoofd- en buikpijn). Het lukt de ouders onvoldoende om tot gezamenlijke afspraken te komen om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen. Er is wel een contactregeling afgesproken, maar doordat de ouders zich hier niet altijd aan houden ontbreekt het aan stabiliteit en structuur voor [minderjarige] .

Er zijn verschillende hulpverleners in het vrijwillig kader betrokken geweest, maar deze trajecten hebben onvoldoende geleid tot het gewenste effect. Dat komt mede doordat de ouders de hulpverlening lijken af te stoten op het moment dat een hulpverlener kritisch is op het handelen van de ouders. Beide ouders gunnen elkaar dat er contact is met [minderjarige] . Vanuit alle goede intenties zijn de moeder en de vader echter in een impasse terecht gekomen, waar zij zonder hulp niet uit lijken te kunnen komen.

De verwachting is dat de ouders de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn weer zelf kunnen dragen. De ondertoezichtstelling zal daarom worden toegewezen voor twaalf maanden, zoals verzocht. De kinderrechter merkt op dat het een goede basis is voor de ondertoezichtstelling dat beide ouders hebben uitgesproken graag te willen meewerken aan de ondertoezichtstelling om het beste voor [minderjarige] te kunnen bereiken.

De doelen waaraan tijdens de ondertoezichtstelling gewerkt moet worden, zijn:

[minderjarige] is geen getuige van huiselijk geweld in de thuissituatie van vader;

[minderjarige] gaat volgens lesrooster naar school toe;

[minderjarige] ervaart duidelijke regels en grenzen bij zowel vader als moeder.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is

verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

8. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 10 april 2026 tot 10 april 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 door mr. Felix, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 22 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Van Ham als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand