RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/446884 / FA RK 26-1778
Datum uitspraak: 10 april 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
thans verblijvende in [psychiatrisch ziekenhuis] ,
advocaat mr. J.E.S. de Rechter uit Hulst.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. de Rechter;
- de heer [arts] , arts;
- mevrouw [psychiater] , psychiater, behandelaar;
- [begeleider afdeling] , begeleider van de afdeling.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [psychiatrisch ziekenhuis] . De burgemeester van de gemeente Goes heeft de crisismaatregel op 8 april 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat zij niet langer op de afdeling wil verblijven. Zij ondervindt veel klachten door haar medicatie en zij wil op een natuurlijke, alternatieve wijze geholpen worden. Haar zus en moeder kunnen haar helpen.
De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat bij betrokkene sprake is van een vermoeden van een bipolaire stoornis. Betrokkene voelt zich angstig en zij is uitgeput door een slechte nachtrust. Verder is er sprake van forse urinedetentie. Betrokkene staat niet open voor medicatie nu zij op een alternatieve manier geholpen wil worden. Bij de inname van medicatie dreigt zij met agressie. De behandelaar ziet dan ook geen mogelijkheid voor voortzetting van de zorg in een vrijwillig kader. Ook is een terugkeer naar huis op dit moment niet mogelijk. Het steunsysteem van betrokkene raakt overbelast en de Intensive Home Treatment is niet toereikend gebleken.
De advocaat licht namens betrokkene toe dat betrokkene op dit moment veel zorgen heeft. Zij voelt zich op de afdeling niet op haar plek, zij voelt zich onrustig door haar slaapmedicatie en zij stoort zich aan haar medebewoners. Ook wordt de huidige opname, vanwege een eerdere opname, door betrokkene als traumatisch ervaren. Bij betrokkene is sinds 2012 geen sprake geweest van verplichte zorg. De advocaat begrijpt dan ook niet wat de specifieke aanleiding is geweest voor de huidige opname.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene zich presenteert met aanhoudend bizar gedrag onder de vorm van volledig controleverlies van zichzelf en de omgeving. Er is geen sprake van enig decorum waarbij betrokkene zich ongecontroleerd grensoverschrijdend opdringt naar mannen toe, zichzelf zonder schaamte in openbare ruimtes bevredigd en onuitputtelijk onnavolgbare verhoogd associatieve uitspraken doet.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van bipolaire-stemmingsstoornissen en/of disruptieve-, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene heeft geen ziektebesef of ziekte-inzicht. Er zijn geen afspraken te maken met betrokkene en het is niet haalbaar om betrokkene in een ambulant zorgkader te begeleiden zoals reeds werd gedaan middels Intensive Home Treatment.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 mei 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 door mr. de Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. de Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 24 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.