ECLI:NL:RBZWB:2026:3959

ECLI:NL:RBZWB:2026:3959

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 10-04-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer C/02/445924 / JE RK 26-416
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verzoek verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing toegewezen tot meerderjarigheid. Er zijn nog veel zorgen over de minderjarige. Regie (veilige) omgang met moeder bij GI. Inzet op zelfstandigheidsvaardigheden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/445924 / JE RK 26-416

Datum uitspraak: 10 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Middelburg,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 maart 2026;

het bericht van de GI met bijlage, inhoudende een advies van de Raad, ontvangen op 1 april 2026.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- een vertegenwoordigster van de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van 18 april 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 18 april 2023 en tot 18 oktober 2023, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, laatstelijk tot 18 april 2026.

Bij beschikking van 18 april 2023 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten de grootouders moederszijde, verleend met ingang van 18 april 2023 en tot 18 oktober 2023, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, laatstelijk tot 18 april 2026.

Bij beschikking van 15 mei 2025 heeft de kinderrechter een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 15 mei 2025 en tot 18 april 2026.

[minderjarige] woont op grond van de laatstgenoemde machtiging in een begeleid zelfstandige woning van [jeugdhulpaanbieder] .

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot aan meerderjarigheid, te weten tot [geboortedag] 2027. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot aan meerderjarigheid, te weten tot [geboortedag] 2027. De GI verzoekt tot slot de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

[minderjarige] vertelt tijdens het gesprek met de kinderrechter, samengevat, dat het nu – in tegenstelling tot vorige week – goed met haar gaat. Ze heeft weer normaal contact met de moeder. [minderjarige] vindt het wel jammer dat de jeugdbeschermer niet akkoord is met het verzoek van [minderjarige] om vaker (onbegeleid) naar de moeder te kunnen gaan. Het gaat niet zo goed met de gezondheid van [minderjarige] en ze wil dan graag bij de moeder kunnen zijn. Ook is de moeder ziek en is [minderjarige] hier erg van geschrokken. [minderjarige] heeft het gevoel dat er niet naar haar geluisterd wordt. Daarnaast vertelt [minderjarige] dat zij ups-and-downs heeft gehad met de moeder, vooral als het ging om de stiefvader. Het gaat nu goed tussen [minderjarige] en de stiefvader. Ze kunnen met elkaar het gesprek aangaan. Hij is ook aan zichzelf aan het werken en heeft zijn excuses aangeboden. Ze heeft de situatie met de stiefvader al lang afgesloten en ervaart geen traumaklachten meer. [minderjarige] licht verder toe dat de escalatie van februari met de stiefvader en de moeder voornamelijk haar fout was en dat ze zwart voor haar ogen zag. Ze was geschrokken omdat de moeder en de stiefvader onaangekondigd in haar woning waren. Ook geeft [minderjarige] aan dat ze in maart opgenomen is geweest bij [zorgorganisatie] . Dit was een hele heftige periode. Ze is nu haar medicatie, op advies van [zorgorganisatie] , aan het afbouwen. [zorgorganisatie] blijft betrokken in de vorm van IHT. Over het verzoek geeft [minderjarige] aan dat ze het ermee eens is. Tot slot licht [minderjarige] toe dat het voor haar het allerbelangrijkste is dat ze naar de moeder en haar halfzusje kan blijven gaan.

De GI handhaaft het verzoek en licht, aanvullend op de overgelegde stukken, toe dat de jeugdbeschermer het niet passend vindt dat [minderjarige] op een vrijblijvende manier naar de moeder gaat. Het is van belang dat er eerst een overleg plaatsvindt, zodat er goede afspraken kunnen worden gemaakt. [minderjarige] heeft de afgelopen periode veel wisselingen van verblijf gehad. Het is belangrijk dat [minderjarige] contact heeft met de moeder, maar dit contact moet wel veilig zijn. Gelet op de strafrechtelijke veroordeling van de stiefvader van [minderjarige] , acht de GI het niet veilig dat [minderjarige] bij de moeder logeert als de stiefvader thuis is. [minderjarige] heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel naar de moeder en haar halfzusje. Ook wisselt ze veel in wie ze wel en niet wil zien. Daarnaast vertelt de GI dat er in februari een escalatie heeft plaatsgevonden bij [minderjarige] thuis. [minderjarige] heeft toen met de stiefvader gevochten, hetgeen de relatie tussen de moeder en [minderjarige] heeft doen klappen. De relatie tussen de moeder en [minderjarige] kenmerkt zich door aantrekken en afstoten. Er zijn met de politie veiligheidsafspraken gemaakt. Kort na de escalatie heeft [minderjarige] een psychose gehad en is ze opgenomen geweest bij [zorgorganisatie] . Het is van belang dat de GI de regie houdt op de uitbreiding van de contacten tussen de moeder en [minderjarige] , aangezien de moeder zich in het verleden niet altijd aan de afspraken heeft gehouden.

De moeder vertelt, samengevat, dat zij tevreden is met de betrokkenheid van de GI. Het is fijn als er iemand blijft meekijken tot [minderjarige] achttien wordt. De moeder staat daarom achter het verzoek. Een maand geleden ging het heel slecht met [minderjarige] . Door de juiste hulp is ze weer zichzelf geworden. De moeder wil graag dat [minderjarige] naar haar toe kan komen als het niet goed gaat met haar. De moeder snapt dat er eerst afspraken moeten worden gemaakt. Verder licht de moeder toe dat [minderjarige] geen bezwaar uit over de stiefvader. De stiefvader is in cassatie gegaan tegen de uitspraak van het gerechtshof.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond als bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] , ondanks dat er op bepaalde gebieden positieve ontwikkelingen hebben plaatsgevonden, nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd en dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn behaald. Er zijn zorgen over de geestelijke en lichamelijke gezondheid van [minderjarige] . [minderjarige] heeft al veel meegemaakt in haar leven en is herhaaldelijk blootgesteld aan onveilige en onvoorspelbare situaties. Zo is [minderjarige] getuige geweest van huiselijk geweld tussen de ouders en is ze, gelet op de uitspraak van het gerechtshof, slachtoffer geworden van seksueel misbruik door de stiefvader, die (mede) daarvoor is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar. De moeder heeft momenteel (wederom) een relatie met de stiefvader en woont ook weer met hem samen. [minderjarige] wordt bij de bezoeken aan haar moeder en halfzusje geconfronteerd met de aanwezigheid van haar stiefvader. Hoewel [minderjarige] tijdens het kindgesprek heeft laten weten dat zij het seksueel misbruik een plek heeft gegeven, kan de kinderrechter zich voorstellen dat de confrontatie met de stiefvader voor haar erg zwaar moet zijn. Dat [minderjarige] in deze onmogelijke situatie wordt geplaatst, vindt de kinderrechter dan ook hartverscheurend. De relatie tussen [minderjarige] en de moeder kenmerkt zich door aantrekken en afstoten. In februari 2026 heeft er tevens een ernstige escalatie plaatsgevonden tussen de stiefvader en [minderjarige] , waarbij over en weer geslagen is. De mate waarin [minderjarige] de verantwoordelijkheid hiervoor vrijwel alleen bij zichzelf legt, vindt de kinderrechter zeer zorgelijk. Na deze escalatie hebben de moeder en [minderjarige] een korte periode geen contact met elkaar gehad. In maart 2026 heeft [minderjarige] een psychose heeft gehad, waarna het contact met de moeder weer is hersteld. [minderjarige] is in verband met de psychose opgenomen geweest bij [zorgorganisatie] . Ook is [minderjarige] in korte tijd veel verhuisd en zal ze dit schooljaar voortijdig beëindigen. Tot slot heeft [minderjarige] al haar hele leven geen structureel contact met de vader, hetgeen maakt dat er zorgen zijn over haar identiteitsontwikkeling.

De betrokkenheid van de GI is nog altijd noodzakelijk. Het is van belang dat de GI de ontwikkeling van [minderjarige] blijft monitoren en haar veiligheid blijft waarborgen, alsmede de noodzakelijke hulpverleningstrajecten inzet en zorg draagt voor de continuering daarvan. Ook is het van belang, gelet op de leeftijd van [minderjarige] , dat de GI inzet op de zelfstandigheidsontwikkeling van [minderjarige] en afspraken maakt met alle betrokkenen om zorg te dragen voor een veilige (uitbreiding van) de omgang tussen de moeder, [minderjarige] en haar halfzusje. De regie met betrekking tot de invulling daarvan ligt bij de GI. De ondertoezichtstelling is, gelet op het voorgaande, nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot [geboortedag] 2027.

Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk. Het is de kinderrechter gebleken dat de opvoedomgeving van de moeder nog altijd onvoldoende stabiel en veilig is, gelet op het feit dat oude patronen nog niet zijn doorbroken. Het lukt de moeder ook niet om consequent aan de te sluiten bij de behoeften van [minderjarige] . Binnen de huidige accommodatie van [jeugdhulpaanbieder] ervaart [minderjarige] de noodzakelijke rust, veiligheid, structuur, stabiliteit en ruimte voor haar eigen ontwikkeling. Ook wordt [minderjarige] ondersteund bij haar gezondheid en ontwikkeling richting zelfstandigheid. Dit maakt dat haar verblijf binnen de accommodatie van [jeugdhulpaanbieder] moet worden gecontinueerd. De kinderrechter verlengt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot [geboortedag] 2027.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 18 april 2026 en tot [geboortedag] 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 18 april 2026 en tot [geboortedag] 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 door mr. Borm, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 24 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Boomaars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand