RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446803 / FA RK 26-1737
Datum uitspraak: 10 april 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. P.R. Klaver uit Bergen op Zoom.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 april 2026;
het e-mailbericht van het Bureau Geneesheer Directeur van 7 april 2026 met bijlage;
het proces-verbaal van de zitting van 8 april 2026.
Bij het voormelde proces-verbaal van de zitting van 8 april 2026 heeft de rechtbank de zaak aangehouden. Tijdens de zitting op 8 april 2026 bleek de advocaat niet in de gelegenheid om aanwezig te zijn bij de zitting. Daarnaast had de betrokken arts in opleiding tot specialist, mevrouw [persoon 1] , aangegeven dat de behandelaar van betrokkene niet op de hoogte was van de zitting en daardoor zelf ook niet aanwezig kon zijn. De rechtbank heeft daarom de zitting aangehouden.
De mondelinge behandeling, met gesloten deuren, is vervolgens voortgezet op 10 april 2026 bij een accommodatie van [zorginstelling] aan de [locatie] . Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [persoon 1] , arts in opleiding tot specialist (AIOS);
[persoon 2] , verpleegkundige;
[persoon 3] , verpleegkundige.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij [zorginstelling] , [locatie] . De burgemeester van Bergen op Zoom heeft de crisismaatregel op 6 april 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Betrokkene geeft aan dat hij sinds gisteren op een andere afdeling verblijft. Hij kan het goed vinden met een groepsgenoot. Het was niet het idee van betrokkene om opgenomen te worden. Betrokkene wil zichzelf lichamelijk en geestelijk laten onderzoeken in het Erasmus MC in Rotterdam, maar niet bij [zorginstelling] . Verder geeft betrokkene aan dat de medicatie niet op tijd wordt gegeven.
De AIOS geeft aan dat betrokkene is gediagnosticeerd met schizofrenie. Betrokkene woonde op vrijwillige basis begeleid bij [zorginstelling] . Echter verslechterde zijn toestandsbeeld en werd hij opgenomen op de huidige behandelafdeling. Daar verbleef betrokkene voorafgaand aan de crisismaatregel 115 dagen. Betrokkene was ineens cognitief achteruit gegaan en manisch ontregeld, mogelijk wegens een urineweginfectie. Betrokkene was toen niet te sturen. Uiteindelijk is hij tijdelijk overgeplaatst naar de High Intensive Care door middel van de crisismaatregel, omdat hij met een mes had gedreigd richting de zorgverleners. Op dit moment is betrokkene soms niet te volgen in wat hij zegt. Wel is betrokkene veel rustiger en beter in contact met de zorg. Zonder een voortzetting van de crisismaatregel is er in ieder geval een risico op verwaarlozing en op agressie vanuit anderen richting betrokkene. De AIOS wil betrokkene lichamelijk en geestelijk onderzoeken, maar hij weigert dat. Betrokkene wil zich enkel laten onderzoeken in het Erasmus MC, echter is daar geen indicatie voor. Doordat betrokkene zich niet wil laten onderzoeken, is het niet duidelijk waardoor het toestandsbeeld van betrokkene is ontstaan. Verder is betrokkene ambivalent ten opzichte van de medicatie en geeft betrokkene vaak aan dat hij naar huis wil. Ook verloopt de samenwerking tussen betrokkene en de zorg niet altijd goed. Hierdoor is het niet mogelijk om op vrijwillige basis de noodzakelijke zorg te verlenen. De AIOS verklaart dat onder andere de verplichte zorgvorm ‘het toedienen van vocht en voeding’ noodzakelijk is, omdat betrokkene de laatste tijd slecht eet en dat een risico is voor verslechtering van zijn toestandsbeeld. Daarnaast zijn de verplichte zorgvormen die zien op de medicatie en het verrichten van lichamelijk en geestelijk onderzoek bij betrokkene nodig. Verder is er op de High Intensive Care sprake van cameratoezicht. Indien het slechter zal gaan met betrokkene, is een overplaatsing naar de High Intensive Care voorzienbaar. Het verplicht inzetten van de zorgvorm ‘insluiten’ is niet voorzienbaar, omdat de kans niet groot is dat betrokkene dusdanig ontregelt dat dit nodig zal zijn. Indien betrokkene voldoende stabiel is, kan hij terug naar begeleid wonen gaan met behulp van ambulante zorg. Op dit moment is betrokkene echter nog niet stabiel genoeg om alleen te zijn en is het nog niet veilig voor betrokkene om terug te gaan naar begeleid wonen. De verwachting is dat betrokkene dan weg zal lopen.
Mevrouw [persoon 3] , verpleegkundige, sluit zich aan bij wat er door de AIOS naar voren is gebracht. Er is lang geprobeerd om op vrijwillige basis zorg te verlenen aan betrokkene. Betrokkene ging echter steeds verder achteruit en dat is zorgelijk. Er moet voorkomen worden dat het toestandsbeeld van betrokkene nog verder zal verslechteren.
[persoon 2] , verpleegkundige, verklaart dat betrokkene inmiddels veel minder heftig gedrag vertoont. Eerder verstopte betrokkene zich in de badkamer en wilde hij daar niet uit komen.
De advocaat van betrokkene voert aan dat betrokkene het niet eens is met de voortzetting van de crisismaatregel en verzoekt het verzoek af te wijzen.
5. De beoordeling
Medische verklaring
De rechtbank stelt vast dat er een crisismaatregel is verleend op basis van een medische verklaring, die is opgesteld door een psychiater die niet voldeed aan de eis van onafhankelijkheid. De psychiater, de heer [persoon 4] , is namelijk de afgelopen periode betrokken (geweest) bij de behandeling van betrokkene. De volgende dag heeft een onafhankelijke psychiater, mevrouw [persoon 5] , per e-mail verklaard dat zij betrokkene heeft onderzocht en dat zij het beeld en de crisismaatregel, die de heer [persoon 4] heeft uitgeschreven, bevestigd. Hieruit volgt dat de onafhankelijke psychiater de inhoud van de medische verklaring voor haar rekening neemt. Tevens heeft de onafhankelijke psychiater haar eigen bevindingen weergegeven als aanvulling op de medische verklaring. Uit het arrest van de Hoge Raad van 22 september 2023 volgt dat in dit geval op grond van het e-mailbericht van de onafhankelijke psychiater in samenhang met de door de heer [persoon 4] opgestelde medische verklaring voldaan is aan de voor een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel vereiste medische verklaring van een onafhankelijke psychiater.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Betrokkene is plotseling cognitief achteruit gegaan en manisch ontregeld. Op dat moment was betrokkene niet te sturen en liet hij bizar gedrag zien, waarbij hij onder andere vrijwel de gehele dag op de badkamer bleef zitten. Ook was hij aan het roepen, schreeuwen en bonken, waarmee hij irritatie opriep bij groepsgenoten. Betrokkene is vijandig naar zijn omgeving. Hij heeft onder andere met een mes gedreigd richting de zorgverleners. Op dit moment is betrokkene soms niet te volgen in wat hij zegt. Daarnaast verzorgt betrokkene zichzelf niet en eet en drinkt hij niet tot nauwelijks.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, bipolaire-stemmingsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ overweegt de rechtbank dat daaronder wordt verstaan dat betrokkene, indien hij niet meer opgenomen is, contact moet blijven onderhouden met het ambulante team.
De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de AIOS tijdens de zitting heeft bevestigd dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Hij is ambivalent ten opzichte van de medicatie en geeft vaak aan naar huis te willen. Ook verloopt de samenwerking tussen betrokkene en de zorg niet altijd goed. Daarnaast weigert betrokkene een medisch onderzoek te laten verrichten.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 mei 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 door mr. Gremmen, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 16 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.