[eiseres], uit [plaats], eiseres
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV,
(gemachtigde kantoor Zwolle: [gemachtigde]).
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het recht op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) van eiseres.
Het UWV heeft met een besluit van 7 maart 2024 (primair besluit) de ZW-uitkering van eiseres beëindigd per 2 april 2024 wegens het bereiken van de maximumduur van 104 weken ziekteverzuim. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt bij het UWV.
Met een besluit van 28 mei 2024 (bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld – aanvankelijk bij de rechtbank in Amsterdam, maar dit is terecht doorgestuurd naar deze rechtbank – tegen het bestreden besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht tot beëindiging van de ZW-uitkering is overgegaan.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de verzoeken van eiseres om versnelde behandeling van het beroep en om vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen wegens betalingsonmacht afgewezen.
De rechtbank heeft eiseres meermaals meegedeeld dat stukken die niet in de Nederlandse taal zijn opgesteld, niet zullen worden meegenomen door de rechter.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 26 februari 2026 in Breda op zitting behandeld. Voor het UWV is mr. H.J.J. Verhoeven verschenen als gemachtigde. Eiseres heeft zich afgemeld voor de zitting.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. De rechtbank overweegt dat eiseres zich een aantal keer heeft ziek gemeld, maar dat het vervolgens niet mogelijk was voor het UWV om haar arbeidsongeschiktheid vast te stellen. Het UWV kon namelijk niet in contact komen met eiseres. Nadat eiseres uiteindelijk op 19 april 2023 op een spreekuur bij de verzekeringsarts was geweest, heeft het UWV met een besluit van 15 augustus 2023 een ZW-uitkering aan haar toegekend. De verzekeringsarts heeft daarbij vastgesteld dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag van eiseres 5 april 2022 was. Vanaf 23 mei 2022 had eiseres recht op een ZW-uitkering, nu zij per die datum uit dienst trad bij haar ex-werkgever. Het UWV heeft ter zitting gesteld dat het besluit van 15 augustus 2023 onherroepelijk is geworden, nu daartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend. Dit betekent dat vaststaat dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag van eiseres 5 april 2022 was.
4. In beroep ligt de beëindiging van de ZW-uitkering van eiseres per 2 april 2024 wegens het bereiken van de maximale termijn van 104 weken voor. Eiseres heeft aangegeven dat de 104 weken per 17 augustus 2023 moeten gaan lopen, de datum van de eerste uitbetaling van de ZW-uitkering. De rechtbank oordeelt dat hiervoor geen aanleiding bestaat op basis van artikel 29, vijfde lid, van de ZW. Daar staat in dat geen ziekengeld wordt uitgekeerd nadat een tijdvak van 104 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken. Dat is dwingendrechtelijk, dus daarvan kan niet worden afgeweken. De rechtbank heeft van het UWV ter zitting begrepen dat eiseres inmiddels een IVA-uitkering ontvangt en dat er in de maand augustus 2023 is nabetaald over de periode vanaf 23 mei 2022. Er bestaat geen aanleiding voor het toekennen van wettelijke rente of schadevergoeding in dit beroep, nog daargelaten dat eiseres dergelijke verzoeken niet nader heeft onderbouwd en het hier gaat over een rechtmatig besluit.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2026 door mr. R.J.H. van der Linden, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Pasmans, griffier.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.