ECLI:NL:RBZWB:2026:3980

ECLI:NL:RBZWB:2026:3980

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-05-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer 25/4838
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Artikel 8:54/8:75a Awb; verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van de inspecteur van 22 augustus 2025. Zij heeft het beroep betreffende de boete opgelegd bij de naheffingsaanslag omzetbelasting met [aanslagnummer] .F.02.5210. ingetrokken omdat de inspecteur dit besluit op 8 januari 2026 heeft herzien.

De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De inspecteur heeft hierop niet gereageerd.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is de inspecteur aan belanghebbende tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.

Op 22 september 2025 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van belanghebbende ongegrond is verklaard. De inspecteur heeft op 8 januari 2026 medegedeeld dat de boete is verminderd tot nihil. Hiermee is de inspecteur tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.

Moet de inspecteur de proceskosten van belanghebbende vergoeden?

5. De inspecteur is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van belanghebbende, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Het verzoek om vergoeding van € 122,- aan verletkosten wordt afgewezen. Voor zover belanghebbende heeft bedoeld een verzoek om vergoeding van verschotten (het internationale telefoongesprek) te doen, wordt dit verzoek ook afgewezen. Belanghebbende heeft deze kosten niet met bewijsstukken onderbouwd en ook is niet duidelijk of zij deze kosten in verband met de procedure redelijkerwijs heeft moeten maken. Het verzoek om vergoeding van de postzegels, printkosten en enveloppen wordt eveneens afgewezen. Kosten voor binnenlandse post en kantoorkosten vallen niet onder kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat de inspecteur verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. De inspecteur heeft dat ook toegezegd. Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de inspecteur wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van D. Weijtens, griffier, op 11 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. drs. S.J. Willems-Ruesink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand