Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-190499-21
Beslissing van de meervoudige kamer van 30 april 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
verblijvende te [tbs-instelling]
(hierna: de tbs-instelling),
hierna: betrokkene,
raadsman mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Roosendaal.
1. Inleiding
Bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van
4 mei 2022 is betrokkene, wegens overtreding van artikel 285 van het Wetboek van
Strafrecht en artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, veroordeeld tot een
gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van het voorarrest, en is aan hem tbs met
voorwaarden opgelegd.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs met voorwaarden is op 19 mei 2022 aangevangen.
Bij beslissing van 27 november 2023 heeft de rechtbank bevolen dat betrokkene alsnog van
overheidswege zal worden verpleegd.
Bij beslissing van deze rechtbank van 30 mei 2024 is de tbs verlengd voor een termijn van twee jaren.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 26 maart 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met bevel tot verpleging. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 30 april 2026 behandeld. Officier van justitie, mr. P.W.P. Emmen, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Roosendaal.Verder is als deskundige gehoord [deskundige] , psychiater en coördinerend regiebehandelaar bij de tbs-instelling.
3. Adviezen
Advies tbs-instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 17 maart 2026 geadviseerd de tbs met verpleging te verlengen met twee jaren. Bij betrokkene is sprake van een autismespectrumstoornis, een borderline persoonlijkheidsstoornis en PTSS. Daarnaast is er sprake van een hoog recidiverisico op terugval in delictgedrag als de tbs en daarmee de hoge mate van zorg en toezicht komt te vervallen. Behandeling middels milieutherapie en gerichte interventies ten aanzien van de aanwezige problematiek zijn van groot belang om het recidiverisico te verminderen. Gezien de (deels chronische) problematiek van betrokkene, het hoge recidiverisico uit zorg en de afhankelijkheid van externe structuur en controle wordt verblijf en behandeling in een forensische kliniek, met behoud van de justitiële titel, noodzakelijk geacht. Betrokkene bevindt zich aan het begin van zijn traject, waar hij zich over het algemeen genomen positief voor inzet. Het resocialisatietraject en uitstroomdoel zijn nog niet concreet vormgegeven. De verwachting is dat het traject nog meerdere jaren in beslag neemt en dat nog langere tijd een setting met hoog beveiligingsniveau nodig is.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan toegevoegd dat betrokkene stappen zet in zijn behandeling. Duidelijk is dat hij meer handvatten heeft om beter om te gaan met spanningen en niet te decompenseren. Verder is hij gestart met traumatherapie. Begeleid verlof is gestart en wordt binnenkort geëvalueerd.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
Advies psychiater
Uit het rapport van [psychiater] van 23 januari 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van een neurobiologische ontwikkelingsstoornis, in de vorm van eenautismespectrumstoornis en dyslexie. Ook is sprake van een traumagerelateerdestoornis. Het samenspel van het autisme en de voor betrokkene traumatische ervaringengedurende zijn opgroeien heeft een negatieve invloed gehad op zijn persoonlijkheidsontwikkeling, waardoor persoonlijkheidskenmerken zijn ontstaan die aan de classificatiecriteria voldoen van een borderline persoonlijkheidsstoornis. Het risico op gewelddadig gedrag vloeit voort uit betrokkenes stoornissen. Er is bij betrokkene sprake van een beperkt vermogen om emoties en impulsen te reguleren, waardoor hij met momenten kan worden overspoeld door deze emoties met impulsdoorbraken tot gevolg. In het kader van het risicomanagement is het van belang dat betrokkene de geïndiceerde behandeling volgt en afrondt. Dit is nodig in het kader van verbetering van coping en zelfcontrole, zeker in de context van voor betrokkene stresserende omstandigheden. Als het tbs-kader nu zou komen te vervallen, zonder dat betrokkene de inhoudelijke behandeling heeft afgemaakt en zonder dat hij adequaat ingebed is op het gebied van wonen, werk en (na)zorg na de klinische fase, is de inschatting dat het risico op gewelddadig gedrag zou oplopen tot hoog met name in een complexe en/of moeizame interpersoonlijke context. Gelet op de fase van het traject (ten tijde van het rapport moet begeleid verlof nog worden opgestart) wordt geadviseerd de tbs met verpleging met twee jaar te verlengen. Vanwege de overwegend coöperatieve houding van betrokkene en de vorderingen die hij reeds heeft gemaakt binnen de behandeling, is wel te verwachten dat hij voor het einde van deze periode toe zal zijn aan de uitstroom uit de kliniek.
Advies psycholoog
Uit het rapport van psycholoog [psycholoog] van 21 februari 2026 blijkt dat betrokkene lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een autismespectrumstoornis, matig van ernst, en een posttraumatische stressstoornis, deels in remissie. Als betrokkene nu uit zorg raakt, terwijl de behandeling nog niet volledig is geweest, is de kans op gewelddadige recidive uiteindelijk hoog te noemen, met name bij relatievorming. Zijn kwetsbaarheden liggen vooral op het gebied van zijn stoornis in het autistische spectrum. Hij heeft vanuit de stoornis weinig zicht en grip op zijn emoties, waardoor hij met name binnen partnerrelaties kwetsbaar is. Hij snapt de ander en zichzelf onvoldoende en heeft vervolgens weinig zicht en grip op zijn emoties, die met rigide denken kunnen leiden tot oordeel- en kritiekstoornissen en daarmee tot inadequate handelingen. Gezien de relatief onveranderlijke aard van de problematiek zal die behandeling vooral praktisch ingericht moet worden. Betrokkene moet meer zicht krijgen op zijn kwetsbaarheden vanuit zijn autistismespectrumstoornis en hij moet beter in staat zijn om spanningen en frustraties te reguleren, te kanaliseren en te integreren in zijn persoonlijkheid. Het opzetten van beschermende structuren buiten, zoals werk en het verder uitbouwen van een steunend en corrigerend netwerk, moet ook nog meer van de grond komen. Daartoe moet in eerste instantie een verloftraject worden opgestart zoals de instelling nu ook doet. Bij relatievorming is alertheid geboden. Gezien de nog te doorlopen stappen in de behandeling is zeker nog twee jaar nodig. De psycholoog adviseert de tbs met verpleging met twee jaar te verlengen.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaren te verlengen gebleven.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
5. Beoordeling
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium. Indien de tbs-maatregel op dit moment zou komen vervallen, dan wordt de kans op herhaling als hoog ingeschat. Betrokkene boekt vooruitgang in zijn behandeling en de begeleide verloven zijn inmiddels opgestart. Er zijn echter nog de nodige stappen te zetten. De behandeling moet verder worden vormgegeven en de verloven moeten verder worden opgebouwd. De verwachting is dat het traject in ieder geval nog twee jaar in beslag zal nemen.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met twee jaren.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met 2 (twee) jaren;
Deze beslissing is genomen door mr. G.H. Nomes, voorzitter,
en mr. H. Skalonjic en mr. B. Akdikan, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 april 2026.