ECLI:NL:RBZWB:2026:4053

ECLI:NL:RBZWB:2026:4053

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 02-300400-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor het voorhanden hebben van een pistool en vijftien kogelpatronen en het aanwezig hebben van vijf verschillende soorten harddrugs, in totaal circa 2155 gram. Vrijspraak van witwassen. Oplegging van zestien maanden gevangenisstraf.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-300400-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 mei 2026

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] in [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] [adres] [plaats 2] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting in [plaats 1] ,

raadsman mr. C.J.M. Jansen, advocaat te [plaats 2] .

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 april 2026, waarbij de officier van justitie mr. S.A.A.P. van Hees en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 8 november 2025, al dan niet samen met een of meer anderen,

feit 1: een pistool en vijftien kogelpatronen voorhanden heeft gehad;

feit 2: 4126 gram MDMA, 58,47 gram cocaïne, 50,78 gram amfetamine en 4,69 gram metamfetamine aanwezig heeft gehad;

feit 3: een geldbedrag van € 3.360,- heeft witgewassen;

feit 4: 69 gram 2-MMC aanwezig heeft gehad.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 1, 2 en

4 heeft begaan, waarbij voor de hoeveelheid MDMA bij feit 2 moet worden uitgegaan van zo’n 1960 gram.

De officier van justitie vordert vrijspraak van feit 3.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit partiële vrijspraak van de bij feit 2 in de tenlastelegging opgenomen hoeveelheid MDMA. Het dossier bevat slechts bewijs voor het aanwezig hebben van zo’n 1960 gram MDMA. Voor het overige voert de verdediging geen bewijsverweer met betrekking tot de feiten 1, 2 en 4.

De verdediging bepleit vrijspraak van feit 3.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feiten en omstandigheden

Op 8 november 2025 om 4.34 uur viel een arrestatieteam van de politie de woning van verdachte aan [adres] in [plaats 2] binnen. Verdachte was op dat moment in de woning aanwezig, samen met nog één ander persoon. In de woonkamer van de woning lag in een zakje een vuurwapen in de vorm van pistool, met in het patroonmagazijn vijftien kogelpatronen. Op dit pistool en patroonmagazijn zat DNA-materiaal van verdachte. Daarnaast lagen er in de woonkamer en in een opbergkast in de berging van de woning harddrugs. Ook werd harddrugs gevonden in een rugzak die verdachte enkele seconden voor de inval over het balkon naar beneden gooide. Tot slot is ook een contant geldbedrag van € 3.360,- bij de inval aangetroffen.

De harddrugs is in beslag genomen en voor zover ten laste gelegd door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzocht, met het volgende resultaat:

Bevat:

SIN-nummer:

Goednummer:

Hoeveelheid:

MDMA

AARS4794NL

PL2000-2025299059-2928686 (restpartij)

6 pillen

MDMA

Zie monster hieronder.

PL2000-2025299059-2926838 (restpartij)

150,68 gram

MDMA

AARS4890NL

PL2000-2025299059-2927324 (monster)

3,12 gram

MDMA

Zie monster hieronder.

PL2000-2025299059-2926590 (restpartij)

1800 gram

MDMA

AARS4889NL

PL2000-2025299059-2928635 (monster)

9,04 gram

MDMA

AARS4798NL

PL2000-2025299059-2928668 (restpartij)

4,037 gram

MDMA

AARS4795NL

PL2000-2025299059-2928681 (restpartij)

6 pillen

Cocaïne

Zie monster hieronder.

PL2000-2025299059-2928638 (restpartij)

50,8 gram

Cocaïne

AARS4793NL

PL2000-2025299059-2928642 (monster)

3,89 gram

Cocaïne

AARS4888NL

PL2000-2025299059-2928647 (restpartij)

3,78 gram

Amfetamine

Zie monster hieronder.

PL2000-2025299059-2926969 (restpartij)

46,83 gram

Amfetamine

AARS4885NL

PL2000-2025299059-2927311 (monster)

3,95 gram

Metamfetamine

AARS4887NL

PL2000-2025299059-2926613 (restpartij)

4,69 gram

2-MMC

Zie monster hieronder.

PL2000-2025299059-2926606 (restpartij)

64,84 gram

2-MMC

AARS4886NL

PL2000-2025299059-2927319 (monster)

4,16 gram

Feiten 1, 2 en 4

Voor opzet op het voorhanden hebben van het pistool en de vijftien kogelpatronen en het aanwezig hebben van de harddrugs is vereist dat bij verdachte sprake was van wetenschap van de aanwezigheid van deze voorwerpen in zijn woning en dat hij hierover de feitelijke macht kon uitoefenen, in die zin dat hij daarover kon beschikken.

Verdachte verklaart dat hij wist dat er harddrugs en een pistool met kogelpatronen in zijn woning aanwezig waren, zij het volgens hem slechts kortstondig. Naast deze wetenschap kon verdachte ook de feitelijke macht over deze harddrugs en het pistool met kogelpatronen uitoefenen, nu deze zich in zijn woning bevonden en hij hiermee ook daadwerkelijk handelingen heeft verricht, waaronder het vasthebben van het pistool en het over het balkon gooien van de rugzak kort voor de inval.

Dit betekent dat verdachte (vol) opzet heeft gehad op en zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van het pistool en de vijftien kogelpatronen en het aanwezig hebben van MDMA, cocaïne, amfetamine, metamfetamine en 2-MMC.

Voor de hoeveelheden van deze harddrugs gaat de rechtbank uit van de in de hiervoor aangehaalde tabel opgenomen hoeveelheden, waarbij door de rechtbank 0,5 gram per pil wordt aangehouden, in het geval de pillen niet zijn gewogen. Dit komt in totaal neer op 2155,817 gram harddrugs, bestaande uit:

- 1972,877 gram MDMA;

- 58,47 gram cocaïne;

- 50,78 gram amfetamine;

- 4,69 gram metamfetamine;

- 69 gram 2-MMC.

De rechtbank stelt vast dat in de tenlastelegging bij feit 2 een veel grotere hoeveelheid MDMA is opgenomen, namelijk 4216 gram. De rechtbank spreekt verdachte vrij van deze hoeveelheid aangezien niet deze hoeveelheid, maar genoemd gewicht van 1972,81 gram MDMA is aangetroffen. Bij de strafoplegging wordt dan ook met dit lagere gewicht rekening gehouden.

Ook spreekt de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde medeplegen, omdat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte de feiten 1, 2 en 4 samen met een of meer anderen heeft gepleegd.

De rechtbank acht de feiten 1, 2 en 4 daarom wettig en overtuigend bewezen op de wijze zoals onder 4.4 wordt omschreven.

Feit 3

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat voor een bewezenverklaring van het door verdachte witwassen van een geldbedrag van € 3.360,-. Uit het dossier volgt niet duidelijk waar of onder wie – verdachte of de andere aanwezige persoon – dit geldbedrag tijdens de inval is aangetroffen. Alleen al vanwege deze onduidelijkheid kunnen de ten laste gelegde handelingen niet aan verdachte worden toegeschreven en is nader onderzoek naar de herkomst van dat geldbedrag überhaupt niet aan de orde. Verdachte wordt daarom van feit 3 vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1op 8 november 2025 te [plaats 2] - een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool en patroonmagazijn, imitatie van het merk Glock, type 26 gen 5, kaliber 9x19mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 15 kogelpatronen, 9mm Luger, van het merk CBCvoorhanden heeft gehad;

2op 8 november 2025 te [plaats 2] opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende- MDMA en- 58,47 gram cocaïne en- 50,78 gram amfetamine en- 4,69 gram metamfetamine,zijnde MDMA en cocaïne en amfetamine en metamfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4op 8 november 2025 te [plaats 2] opzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA, te weten 69 gram 2-MMCaanwezig heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van twintig maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft verbleven.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit dat bij de strafmaat rekening moet worden gehouden met de context waarin de feiten 1, 2 en 4 zich hebben voorgedaan. Verdachte verklaart hierover het volgende. Een aantal uren voor de inval hield verdachte in zijn woning zijn verjaardagsfeest. Een verjaardagsgast, zijnde een man, vroeg aan verdachte of hij een rugzak in de woning mocht achterlaten die hij na twee à drie uren weer op zou komen halen. De man vertrok, maar kwam de rugzak nadien niet ophalen. Verdachte werd nieuwsgierig naar de inhoud van de rugzak, maakte deze open en zag dat hier allerlei zakjes met drugs in zaten. Ook zat er een zakje met een pistool in de rugzak. Verdachte bekeek dit pistool en haalde het magazijn met patronen eruit om te controleren of het om een echt vuurwapen ging. Verdachte schrok van dit pistool en ging vervolgens naar bed. Op het moment dat de politie op het punt stond om zijn woning binnen te vallen, raakte verdachte in paniek. Verdachte pakte daarom de rugzak, liet hier onbedoeld van alles uitvallen en gooide de rugzak over het balkon naar beneden. Verdachte was dus niet de eigenaar van de rugzak en had deze slechts kortstondig in zijn woning. Verdachte wil de naam niet noemen van de persoon van wie de rugzak wel was.

De verdediging verzoekt primair om verdachte, gelet op de door hem geschetste context, maximaal een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van zijn voorarrest. Mocht de rechtbank verdachte toch een gevangenisstraf van een langere duur opleggen, dan verzoekt de verdediging subsidiair om het deel dat de duur van zijn voorarrest overstijgt voorwaardelijk op te leggen, eventueel met het stellen van bijzondere voorwaarden.

Het oordeel van de rechtbank

Aard en ernst van de feiten

Op verschillende plekken in de woning van verdachte en in een uit die woning gegooide rugzak zijn vijf verschillende soorten harddrugs aangetroffen, met een gewicht van in totaal circa 2155 gram. Harddrugs zijn verslavend en kunnen ernstige schade toebrengen aan de gezondheid van gebruikers, met destructieve gevolgen voor hun leven. Daarnaast leidt het gebruik van drugs en de handel daarin tot veel criminaliteit en overlast. Het gaat daarbij enerzijds om strafbare feiten die drugsgebruikers plegen om in hun verslaving te kunnen voorzien en anderzijds om de grootschalige handel in drugs, waarbij aanzienlijke financiële belangen spelen en geweld niet wordt geschuwd. Dat geweld of de dreiging daarmee ook in deze concrete situatie op de loer lag, wordt bevestigd doordat er in de woning van verdachte ook een half geladen pistool is aangetroffen.

Verdachte wist van de aanwezigheid van harddrugs en het half geladen pistool in zijn woning en heeft zelf de keuze gemaakt om deze verboden voorwerpen in zijn woning te houden. Dat hij zich realiseerde dat hij hiermee strafbaar handelde, blijkt wel uit de omstandigheid dat hij enkele seconden voor de politie-inval de rugzak met harddrugs over het balkon naar beneden gooide. Door zo te handelen is verdachte – ongeacht de door hem geschetste context – volledig verantwoordelijk voor het in zijn woning aanwezig hebben van de harddrugs en voorhanden hebben van het half geladen pistool, waarmee hij een schakel vormde in het aan harddrugs gerelateerde criminele milieu.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 13 januari 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor drugs- of wapenfeiten is veroordeeld.

Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies dat 18 november 2025 is opgesteld ten behoeve van een eventuele schorsing van de voorlopige hechtenis. Hieruit blijkt dat de reclassering het recidiverisico bij verdachte destijds niet kon inschatten, omdat hij zich toen nog op zijn zwijgrecht beriep.

De op te leggen straf

Gelet op de aard en de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende strafrechtelijke reactie is. Voor de bepaling van de hoogte hiervan heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Als oriëntatiepunt voor het door een ‘first offender‘ voorhanden hebben van een pistool in een woning wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden gehanteerd. In het geval van verdachte merkt de rechtbank als strafverzwarend aan dat het pistool half geladen was, binnen handbereik lag en in combinatie met verschillende soorten harddrugs is aangetroffen. Voor de aanwezigheid van een hoeveelheid harddrugs van 2000 tot 3000 gram wordt voor een ‘first offender’ als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden gehanteerd.

Gelet op de volledige verantwoordelijkheid van verdachte voor het strafbare handelen legt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op conform deze oriëntatiepunten en met inachtneming van de strafverzwarende omstandigheden. De door verdachte geschetste context heeft hierop – wat er ook zij van die context –geen strafmatigend effect.

Alles afwegende is de rechtbank, anders dan de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden passend en geboden is. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zal in mindering worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

7. Het beslag

De onttrekking aan het verkeer

De bij verdachte in beslag genomen harddrugs en munitie zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat de feiten 1, 2 en 4 zijn begaan met betrekking tot deze voorwerpen en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. Deze voorwerpen zijn op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genummerd van 2 tot en met 10.

Specifiek voor de harddrugs geldt dat het bezit daarvan in strijd is met de Opiumwet en dat deze conform artikel 13a van de Opiumwet worden onttrokken aan het verkeer.

De teruggave

Ten aanzien van het bij verdachte in beslag genomen contante geldbedrag van € 3.360,- wordt de bewaring gelast ten behoeve van de rechthebbende, omdat geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt. Dit geldbedrag is op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genummerd als 1.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 2, 2a, 10, 10b en 13a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 3 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en met betrekking tot munitie van categorie III;

feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 4: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2a onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zestien maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken de in beslag genomen voorwerpen die op de als bijlage III aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd van 2 tot en met 10;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen voorwerp dat op de als bijlage III aan dit vonnis gehechte beslaglijst is genummerd als 1.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.I. Beudeker, voorzitter, en mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. J.F.C. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Lemmens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 mei 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

1hij op of omstreeks 8 november 2025 te [plaats 2] tezamen en in verenigingmet een of meer anderen, althans alleen- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, teweten een pistool en patroonmagazijn, imitatie van het merk Glock, type26 gen 5, kaliber 9x19mm zijnde een vuurwapen in de vorm van eengeweer, revolver en/of pistool en/of- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 15kogelpatronen, 9mm Luger, van het merk CBCvoorhanden heeft gehad;( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

2hij op of omstreeks 8 november 2025 te [plaats 2]tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkaanwezig heeft gehadeen hoeveelheid van een materiaalbevattende- 4126 gram MDMA en/of- 58,47 gram cocaïne en/of- 50,78 gram amfetamine en/of- 4,69 gram metamfetaminein elk geval een hoeveelheid vaneen materiaal bevattende MDMA en/of cocaïne en/of amfetamine en/ofmetamfetamine,zijnde MDMA en/of cocaïne en/of amfetamine en/of metamfetamine(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

3hij op of omstreeks 8 november 2025, te [plaats 2] tezamen en invereniging met een of meer anderen, althans alleen(van) een of meerdere geldbedragen (te weten €3360,-), althans een ofmeer voorwerpenSub a- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/ofdeverplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/dievoorwerp(en) was/waren, en/of- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en)voorhandenhad(den)Sub b- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeftomgezet,en/of- gebruik heeft gemaaktterwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) althansredelijkerwijs hadden moeten vermoeden dat dat/die voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen)misdrijf;( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek vanStrafrecht )

4hij op of omstreeks 8 november 2025 te [plaats 2]tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenal dan niet opzettelijkeen substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bijde Opiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan, te weten69 gram 2-MMCaanwezig heeft gehad( art 10b lid 2 Opiumwet, art 2a lid 1 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand