RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-067147-24
vonnis van de meervoudige kamer van 13 mei 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
waarnemend raadsman mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 april 2026, waarbij de officier van justitie, mr. E. van Aalst, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
1: samen met anderen meerdere gestolen postpakketten in zijn bezit heeft gehad;2: samen met anderen meerdere elektronische apparaten heeft witgewassen.
3. De voorvragen
De geldigheid van de dagvaarding:
De verdediging heeft aangevoerd dat de dagvaarding ten aanzien van feit 1 nietig is, omdat onvoldoende duidelijk is waartegen verdachte zich moet verweren. Op basis van de tenlastelegging is immers niet duidelijk om welke postpakketten het gaat.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding voldoende duidelijk is wanneer die wordt gelezen in combinatie met het dossier.
De rechtbank leest de dagvaarding in combinatie met het procesdossier. Gelet op de verweten pleegperiode en het verwijt dat het feit in vereniging zou zijn gepleegd, is het naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk dat met de term (post)pakketten alle postpakketten worden bedoeld die in het dossier voorkomen die door de medeverdachte bij het sorteercentrum van PostNL van een ander adreslabel zouden zijn voorzien. De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding ook ten aanzien van feit 1 geldig is.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide feiten heeft gepleegd. Ten aanzien van het witwassen onder feit 2 acht zij meer in het bijzonder het overdragen en omzetten als genoemd onder sub b bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat bij beide feiten maximaal een pleegperiode van één maand bewezen kan worden.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
De rechtbank gaat er in de beoordeling van beide verdenkingen van uit dat alleen ten aanzien van de verduisterde goederen die verdachte al via Marktplaats heeft verkocht en de goederen die in zijn woning zijn aangetroffen een bewezenverklaring kan volgen. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij wist dat postpakketten en de apparaten die daarin zaten door zijn broer werden verduisterd bij PostNL. Desondanks heeft verdachte een deel van de goederen in gebruik genomen en een deel van de goederen verkocht.
Verdachte bevestigt dat de HP mini PC werd verkocht via Marktplaats, maar betwist dat die PC afkomstig was uit één van de postpakketten. De rechtbank ziet onvoldoende bewijs dat de PC daadwerkelijk afkomstig was uit de postpakketten. Om die reden spreekt zij verdachte vrij van dit onderdeel van het witwassen.
Gelet op de bewijsmiddelen als genoemd in de bijlage, acht de rechtbank de heling en het witwassen wettig en overtuigend bewezen. Naar het oordeel van de rechtbank is hierbij sprake van eendaadse samenloop van beide feiten.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
in de periode van 3 september 2023 tot en met 6 december 2023 te [plaats] meermalen een postpakket heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen;
2
in de periode van 5 november 2023 tot en met 3 december 2023, te [plaats] ,
(van) meerdere elektronische apparaten, zoals een Lenovo laptop en een Huawei smartwatch,
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 150 uur met aftrek van het voorarrest en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken met een proeftijd van 2 jaren.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de gevorderde straf te matigen en daarbij rekening te houden met het gegeven dat verdachte een VOG nodig heeft voor het behoud van zijn baan.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft meerdere postpakketten met waardevolle goederen in ontvangst genomen, terwijl hij wist dat zijn broer die pakketten op zijn werk verduisterde. Verdachte wist heel goed dat deze pakketten niet voor hem bestemd waren. Deze wetenschap heeft hem er niet van weerhouden om de luxegoederen uit de pakketten te verkopen of zelf in gebruik te nemen. De door de verdediging aangevoerde persoonlijke omstandigheden nemen niet weg dat verdachte beter had moeten weten en beter had moeten handelen. Verdachte heeft daarmee andere personen en bedrijven benadeeld. Het verdwijnen van postpakketten levert de eigenlijke ontvangers en de leveranciers een hoop gedoe en schade op. Het is helemaal niet zeker dat die schade door een verzekeraar wordt vergoed, maar als verzekeraars wel iets uit zouden keren dan worden die kosten weer doorberekend in de verzekeringspremies.
De rechtbank is van oordeel dat strafbare feiten geen voordeel op mogen leveren. Uit de verklaring van verdachte ter zitting blijkt dat hij dat voordeel wel heeft gehad. Niet alleen heeft hij een deel van de goederen verkocht om extra geld te hebben, hij heeft een deel van de waardevolle goederen ook zelf in gebruik genomen. Mede om dat voordeel weg te nemen, zal de rechtbank ook een geldboete opleggen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zijn leven op de rit heeft en inmiddels een fulltime baan heeft. Bovendien blijkt ook uit het reclasseringsrapport dat een financiële straf uitvoerbaar is.
De rechtbank kijkt ook naar welke straffen er in vergelijkbare zaken zijn opgelegd en naar de straffen die aan medeverdachten worden opgelegd. De rechtbank ziet dat de rol van verdachte kleiner is geweest dan de rol van zijn medeverdachten. Ook is hij gedurende een kortere periode bij de strafbare feiten betrokken geweest. Daarnaast is er sprake van eendaadse samenloop van de bewezen feiten. Gelet op al deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om aan verdachte de gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Nu de rechtbank afziet van een voorwaardelijke gevangenisstraf zullen naar verwachting de gevolgen van de straf voor de loopbaan van verdachte beperkt zijn.
Verder zal de rechtbank er rekening mee houden dat het te lang heeft geduurd voordat de zaak op zitting is behandeld. De redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden met 5 maanden. Normaal gesproken zou de rechtbank als onderdeel van de straf een taakstraf van 150 uren opleggen. Om de overschrijding van de redelijke termijn te compenseren, zal de rechtbank een lagere taakstraf opleggen.
Alles overwegende zal de rechtbank aan verdachte opleggen:
Een taakstraf van 120 uren. Als verdachte die straf niet of niet goed uitvoert, staat daar 60 dagen vervangende hechtenis tegenover. Voor iedere dag die verdachte eerder al in voorarrest heeft gezeten, gaan er 2 uren van deze taakstraf af. Die uren hoeft verdachte niet meer te werken.
Een geldboete van € 2.000,00. Als verdachte die boete niet of niet helemaal betaalt, dan staat daar een vervangende hechtenis van 20 dagen tegenover.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 23, 24c, 55, 416 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
Eendaadse samenloop van:
feit 1: opzetheling, meermalen gepleegd en
feit 2: witwassen, meermalen gepleegd
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf naar rato van 2 uren per dag;
- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 2.000,00;
- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.M. Collombon, voorzitter, mr. G.M.J. Kok en
mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 mei 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
9. Bijlage I
De tenlastelegging
1
hij in of omstreeks de periode van 3 september 2023 tot en met 6 december 2023 te
[plaats] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal
meerdere (post)pakketten, althans een of meer goederen heeft verworven,
voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,
terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden
krijgen van dit goed/deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den)
moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek
van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij in of omstreeks de periode van 5 november 2023 tot en met 3 december 2023, te
[plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen
(van) meerdere elektronische apparaten, zoals een Lenovo laptop en/of een HP
mini PC en/of een Huawei smartwatch, althans een of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de
verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die
voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden
had(den),
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,
en/of
- gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) -
onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b
Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )