RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-054189-24
vonnis van de meervoudige kamer van 13 mei 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
raadsman mr. J.J. Vermaat, advocaat te Rotterdam
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 april 2026, waarbij de officier van justitie, mr. E. van Aalst, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:1: samen met anderen meerdere postpakketten die hij als medewerker van PostNL onder zich had heeft verduisterd;2: samen met anderen meerdere elektronische apparaten heeft witgewassen.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide feiten heeft gepleegd. Ten aanzien van het witwassen onder feit 2 acht zij meer in het bijzonder het overdragen en omzetten als genoemd onder sub b bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging voert geen bewijsverweer.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feit 1
De rechtbank stelt vast dat verdachte feit 1 volledig heeft bekend. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte werkte bij PostNL. Hij heeft een plan bedacht om bij PostNL pakketten weg te nemen en daarbij samengewerkt met [medeverdachte] . [medeverdachte] heeft ervoor gezorgd dat verdachte beschikte over de juiste labels om de pakketten naar een eigen adres of een adres van een medeverdachte te kunnen sturen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en [medeverdachte] hierbij nauw en bewust samengewerkt. Zonder de bijdrage van [medeverdachte] had verdachte de verduistering niet kunnen plegen. Om die reden is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van het medeplegen van de verduistering in dienstbetrekking. Dat [medeverdachte] op dat moment zelf niet meer bij PostNL werkte, doet daaraan niet af. De rechtbank acht het medeplegen van de verduistering in dienstbetrekking wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2
De rechtbank stelt vast dat verdachte ook feit 2 volledig heeft bekend. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte de elektronische apparaten uit de postpakketten die hij via Marktplaats heeft verkocht, witgewassen. Verdachte wist dat deze apparaten afkomstig waren van de door hem gepleegde verduistering. Gelet op de bewijsmiddelen als genoemd in de bijlage, acht de rechtbank het verweten witwassen wettig en overtuigend bewezen.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
in de periode van 3 september 2023 tot en met 6 december 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk meerdere postpakketten, die toebehoorden aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als medewerker van/uitzendkracht bij PostNL onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
2
omstreeks de periode van 6 september 2023 tot en met 3 december 2023, te [plaats]
meerdere elektronische apparaten, zoals een Dell laptop en een Samsung Galaxy S23 en een Dyson Purifier hot+cool,
Sub b
- heeft overgedragen en/of heeft omgezet,
terwijl hij wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 150 uur met aftrek van het voorarrest en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken met een proeftijd van 2 jaren. Aan de voorwaardelijke straf zouden de voorwaarden moeten worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering, met uitzondering van het deel dat ziet op medewerking aan medicijngebruik.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend is.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft tijdens zijn werk bij PostNL pakketten uitgezocht met dure elektronische apparaten. Op die pakketten heeft hij een nieuwe adressticker geplakt waardoor zij zouden worden bezorgd bij hem of bij één van zijn medeverdachten. Vervolgens werd een deel van de apparaten verkocht op Marktplaats. Over dit plan was vooraf goed nagedacht en verdachte en zijn medeverdachten hebben het plan gestructureerd en professioneel uitgevoerd.
Verdachte heeft hiermee heel veel personen en bedrijven benadeeld. Volgens PostNL zijn er in ieder geval 76 pakketten met de labels naar andere adressen gestuurd. Dit betekent dat tientallen mensen op pakketten hebben gewacht die nooit bij hen bezorgd zijn. Het verdwijnen van postpakketten levert de eigenlijke ontvangers en de leveranciers een hoop gedoe en schade op. Het is helemaal niet zeker dat die schade door een verzekeraar wordt vergoed, maar als verzekeraars wel iets uit zouden keren dan worden die kosten weer doorberekend in de verzekeringspremies.
Verdachte heeft in het geheel niet bij deze gevolgen voor anderen stilgestaan, maar alleen gehandeld om voor zichzelf en de medeverdachten een financieel voordeel te krijgen. De rechtbank is van oordeel dat strafbare feiten geen voordeel op mogen opleveren. Verdachte heeft zelf ter zitting verklaard dat hij door de opbrengsten van deze feiten zijn schulden af kon lossen en extra geld had. Mede om dat voordeel weg te nemen, zal de rechtbank ook een geldboete opleggen. Gelet op verdachte zijn financiële situatie zal de rechtbank hem de mogelijkheid geven om de boete in termijnen te betalen.
De rechtbank kijkt ook naar welke straffen er in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Een onderdeel van die straffen is vaak een taakstraf. Die taakstraffen liggen meestal hoger dan de taakstraf die door de officier van justitie is gevorderd.
Daarnaast zal de rechtbank rekening houden met de persoon van verdachte. Uit het reclasseringsrapport volgt dat verdachte een licht verstandelijke beperking en depressieve klachten heeft. Door zijn beperking kan hij de gevolgen van zijn handelen niet goed overzien en is het voor hem lastiger om grenzen te stellen. Hiervoor krijgt hij hulp van hulpverleningsorganisatie [hulpverlening]. De reclassering heeft geadviseerd om naast die hulp ook bijzondere voorwaarden op te leggen. De reclassering kan verdachte daarmee extra hulp bieden om hopelijk herhaling van strafbare feiten te voorkomen. Die bijzondere voorwaarden kunnen worden gekoppeld aan een voorwaardelijke straf. Als verdachte niet meewerkt aan de voorwaarden, dan zal hij alsnog die straf krijgen. Ook de rechtbank is van oordeel dat de geadviseerde voorwaarden nodig zijn om herhaling te voorkomen. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden op één onderdeel na opleggen. De reclassering heeft namelijk als voorwaarde geadviseerd dat medicatie een onderdeel van de behandeling van verdachte kan zijn. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij medicatie vrijwillig in zal nemen als dat nodig is. De rechtbank ziet dan ook geen reden om dat deel als bijzondere voorwaarde op te leggen. Om ervoor te zorgen dat verdachte voldoende druk voelt om mee te werken aan de voorwaarden, zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.
Verder zal de rechtbank er rekening mee houden dat het te lang heeft geduurd voordat de zaak op zitting is behandeld. De redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden met 5 maanden. Normaal gesproken zou de rechtbank als onderdeel van de straf een taakstraf van 180 uren opleggen. Om de overschrijding van de redelijke termijn te compenseren, zal de rechtbank een iets lagere taakstraf opleggen.
De rechtbank zal aan verdachte opleggen:
Een gevangenisstraf van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan deze voorwaardelijke gevangenisstraf worden de bijzondere voorwaarden gekoppeld zoals hierna opgenomen in de beslissing;
Een taakstraf van 150 uren. Als verdachte die straf niet of niet goed uitvoert, staat daar 75 dagen vervangende hechtenis tegenover. Voor iedere dag die verdachte eerder al in voorarrest heeft gezeten, gaan er 2 uren van deze taakstraf af. Die uren hoeft verdachte niet meer te werken.
Een geldboete van € 2.000,00. Verdachte mag die boete betalen in 20 maandelijkse termijnen van elke keer € 100,00. Als hij die boete niet of niet helemaal betaalt, dan staat daar een vervangende hechtenis van 20 dagen tegenover.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24a, 24c, 47, 57, 321, 322 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
Feit 1: medeplegen van verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;
Feit 2: witwassen, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;
- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Ringbaan West 275, 5037 PD Tilburg . Betrokkene blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
* dat verdachte als de reclassering het nodig acht, binnen de proeftijd deelneemt aan de
gedragsinterventie CoVa-plus van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;
*dat verdachte gedurende de proeftijd, als de reclassering het nodig acht, meewerkt aan
diagnostiek en zich laat behandelen door een zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, cognitieve vaardigheden en sociale vaardigheden;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 150 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf naar rato van 2 uren per dag;
- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 2.000,00;
- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen;
- bepaalt dat deze geldboete mag worden betaald in maandelijkse termijnen van elk
€ 100,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.M. Collombon, voorzitter, mr. G.M.J. Kok en
mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 mei 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
9. Bijlage I
De tenlastelegging
1
hij in of omstreeks de periode van 3 september 2023 tot en met 6 december 2023 te
[plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
opzettelijk
meerdere postpakketten, in elk geval enig goed,
dat geheel of ten dele toebehoorde aan PostNL, in elk geval aan een ander of
anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,
en welk goed verdachte en/of zijn mededaders,
uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als
medewerker/uitzendkracht van/bij PostNL in elk geval anders dan door misdrijf,
onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend
( art 321 Wetboek van Strafrecht, art 322 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub
1. Wetboek van Strafrecht )
2
hij in of omstreeks de periode van 6 september 2023 tot en met 3 december 2023, te
[plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen
(van) meerdere elektronische apparaten, zoals een Dell laptop en/of een Samsung
Galaxy S23 en/of een Dyson Purifier hot+cool, althans een of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de
verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die
voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden
had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,
en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) -
onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b
Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )