ECLI:NL:RBZWB:2026:4063

ECLI:NL:RBZWB:2026:4063

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer BRE 25/3415 PW en BRE 25/4287 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

PW - ontheffing arbeidsverplichtingen

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

[eiser] te [plaats] , eiser,

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 25/3415 PW en 25/4287 PW

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 6 mei 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiseres] te [plaats] , eiseres,

gemachtigde: mr. O.C. Bozbiyik,

en

het dagelijks bestuur van Samenwerking de Bevelanden (De Bevelanden), verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 24 juni 2025 (bestreden besluit I) van De Bevelanden over de gedeeltelijke ontheffing van arbeidsverplichtingen voor 2 jaar.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 24 juni 2025 (bestreden besluit II) over de gedeeltelijke ontheffing van arbeidsverplichtingen voor 3 jaar.

Beide beroepen zijn tegelijkertijd ter zitting behandeld in Middelburg op 6 mei 2026. Zowel eiser als eiseres zijn niet verschenen. Zij hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. De Bevelanden heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon 1] en [persoon 2] . Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.

Overwegingen

Het gaat in deze zaken om ontheffing van arbeidsverplichtingen. Op grond van artikel 9, lid 2, van de Participatiewet (PW) kan een tijdelijke ontheffing van arbeidsverplichtingen worden verleend. In lid 5 is opgenomen dat een permanente vrijstelling mogelijk is, als sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid als bedoeld in de wet WIA. Dat laatste is wat eisers willen.

Het is vaste rechtspraak dat de betrokkene zelf een begin van bewijs moet leveren dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.

In het geval van eiser is volgens de rechtbank zeker geen begin van bewijs geleverd. Een medische onderbouwing van de gestelde klachten en beperkingen ontbreekt. Daarbij komt dat eiser in 2023 en 2024 nog een opleiding heeft gevolgd en gewerkt heeft. Er is daarom geen sprake van een begin van bewijs en De Bevelanden heeft terecht geen aanleiding gezien om nader onderzoek te verrichten. Aan eiser is terecht geen permanente vrijstelling van arbeidsverplichtingen verleend, op basis van artikel 9, lid 5, van de PW.

In het geval van eiseres geldt ook dat er geen medische onderbouwing is van haar klachten en beperkingen. Wel is duidelijk dat eiseres al meerdere jaren een ontheffing heeft. Dat is een aanwijzing dat mogelijk sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid in de zin van de Wet WIA. Dit kan een begin van bewijs opleveren, maar op dit moment is dat nog onvoldoende. De Bevelanden heeft daarom ook in het geval van eiseres terecht geen permanente vrijstelling van arbeidsverplichtingen verleend.

Ten overvloede merkt de rechtbank het volgende op. Na afloop van de huidige ontheffing van 3 jaar van eiseres, zal opnieuw moeten worden gekeken naar haar situatie. Het ligt dan in de rede dat De Bevelanden nader onderzoek gaat doen. Gezien de duur van de ontheffing zou sprake kunnen zijn van een begin van bewijs, maar dan moet eiseres wel meewerken aan een medisch onderzoek. Zonder medewerking van eiseres kan sowieso geen permanente vrijstelling worden verleend.

Eisers hebben subsidiair gesteld dat zij een ontheffing willen van een langere duur. Ter zitting is van de kant van De Bevelanden toegelicht dat een maximale vrijstelling van 3 jaar de vaste gedragsregel is van De Bevelanden. Dit ligt niet vast in beleidsregels, maar het betreft een vaste gedragslijn. Deze termijn acht de rechtbank niet onredelijk, gelet op het doel daarvan, waaronder het contact houden met de betrokkene. Naar het oordeel van de rechtbank heeft De Bevelanden terecht aan eiseres een vrijstelling voor 3 jaar verleend. Voor eiser geldt dat 2 jaar een redelijke termijn is, gelet op zijn voorgeschiedenis.

Tot slot heeft de gemachtigde van de eisers betoogd dat De Bevelanden moet afwijken van het beleid, op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank stelt vast dat in de eerste plaats geen sprake is van formeel beleid, zodat het ook niet mogelijk is om daarvan af te wijken. Afgezien daarvan is er ook geen aanleiding om af te wijken, omdat het betoog niet is onderbouwd met stukken. Ook die beroepsgrond slaagt niet.

De rechtbank komt tot de slotsom dat zowel bestreden besluit I als bestreden besluit II standhouden. De beroepen zijn daarom ongegrond. Als gevolg hiervan hebben eisers geen recht op vergoeding van het griffierecht of de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. S.H.A.M. Verkooijen, griffier, op 6 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Breeman

Griffier

  • mr. S.H.A.M. Verkooijen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand