ECLI:NL:RBZWB:2026:4072

ECLI:NL:RBZWB:2026:4072

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 11659432 CV EXPL 25-1324 (E)
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Bergen op Zoom

Samenvatting

Vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat eiser de feiten en omstandigheden waarop de vordering wordt gebaseerd, onvoldoende heeft gesteld en (gemotiveerd) heeft onderbouwd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Bergen op Zoom

Zaaknummer: 11659432 \ CV EXPL 25-1324

Vonnis van 15 april 2026

in de zaak van

[V.V.E.] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: de VVE,

gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.,

tegen

JAWEL BOUW B.V.,

te Wouwse Plantage,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Jawel Bouw,

gemachtigde: mr. M.A.J. van Hulten.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties,- de conclusie van antwoord, met producties,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

- de brief met aanvullende producties van Jawel Bouw,

- de mondelinge behandeling van 25 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, met daaraan gehecht de spreekaantekeningen van de VVE.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

De VVE vordert, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:- te verklaren voor recht dat Jawel Bouw toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de aannemingsovereenkomst tussen partijen en aansprakelijk is voor de schade die de VVE daardoor heeft geleden,- Jawel Bouw te veroordelen tot betaling van € 24.075,12, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 23.069,43,- Jawel Bouw te veroordelen in de proceskosten.

De VVE heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. Partijen hebben een aanneemovereenkomst gesloten voor verbouwing en restauratie van het complex gelegen aan [adres] . Het door Jawel Bouw aangenomen en geleverde werk is in strijd met de eisen van goed en deugdelijk werk en bevat gebreken aan de intercom en de dakkappen. Daarnaast hebben zich lekkages voorgedaan in de woningen met nummers [huisnummer 1] en [huisnummer 2] . Hoewel daartoe aangeschreven, heeft Jawel Bouw nagelaten deze gebreken te herstellen. Jawel Bouw is daarmee tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. De VVE vordert vervangende schadevergoeding van in totaal

€ 23.069,43, vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast is Jawel Bouw de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.005,69 verschuldigd.

Jawel Bouw voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de VVE, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de VVE, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de VVE in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3. De beoordeling

Vooropgesteld wordt, dat van de partij die de vordering instelt, wordt verwacht dat deze de feiten en omstandigheden waarop de vordering wordt gebaseerd, voldoende feitelijk stelt en concreet en gemotiveerd onderbouwt. De VVE heeft hieraan niet voldaan, zodat haar vordering zal worden afgewezen. Dat wordt hieronder toegelicht.

Ten aanzien van het gestelde gebrek aan de intercominstallatie heeft de VVE gesteld dat sprake is van storingen, maar aan de hand van de overgelegde processtukken en producties kan niet worden vastgesteld dat (en hoe en wanneer) deze storingen hebben plaatsgevonden. Voor de onderbouwing van het bestaan van dit gestelde gebrek heeft de VVE volstaan met het overleggen van een e-mail van 14 maart 2025 van [bedrijf], op basis waarvan zij de conclusie heeft getrokken dat de installatie vanaf het begin gebrekkig is geweest. Onduidelijk is echter gebleven hoe [bedrijf] heeft geconstateerd dat de intercominstallatie gebrekkig is, en daarbij werd niet toegelicht wat maakt dat de aansluiting over drie groepen (in plaats van één) een gebrek is. Bovendien volgt uit deze e-mail dat de daarin opgenomen conclusies zijn getrokken aan de hand van documentatie. Dat er een feitelijke inspectie heeft plaatsgevonden en dat daarbij toen gebreken zijn geconstateerd is niet gebleken.

De geconstateerde schade aan de dakkappen wordt door de VVE begroot op

€ 1.000,-, waarbij zij heeft aangegeven dat zij op het moment van dagvaarden een bedrijf heeft ingeschakeld om de daadwerkelijke kosten voor herstel vast te stellen. Een rapport hiervan is niet in het geding gebracht, zodat niet kan worden vastgesteld wat de feitelijke kosten van herstel zijn. Los daarvan, is onvoldoende duidelijk wat de oorzaak is (en wat de gevolgen zijn) van het loslaten van de op de dakkappen aangebrachte coating. Gelet hierop kan niet de conclusie worden getrokken dat sprake is van een gebrekkig product of van enige toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Jawel Bouw, zodat ook het bestaan van dit gebrek onvoldoende is onderbouwd.

Dat geldt eveneens voor de gestelde lekkages in de woningen met nummers [huisnummer 1] en [huisnummer 2] , welke door de VVE enkel worden onderbouwd door middel van een e-mail met foto’s van een van de bewoners, waarin wordt gesteld dat sprake is van lekkages. Op die foto’s zijn echter geen lekkages te zien. Van die stelling is voorts geen verdere onderbouwing gegeven, en evenmin is duidelijk geworden wat de gevolgen van deze lekkages zijn. De VVE stelt dat de lekkages zijn ontstaan doordat de afvoercapaciteit van de goten onvoldoende is. Een rapport waaruit die onderbouwing blijkt, is niet overgelegd omdat VVE deze nog niet had ontvangen. Tegen die achtergrond is ook dit deel van de vordering onvoldoende onderbouwd.

Nu de vordering van de VVE als onvoldoende onderbouwd wordt afgewezen, kan al het overige, waaronder de discussie tussen partijen of en wanneer de oplevering heeft plaatsgevonden, onbesproken blijven.

De VVE is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Jawel Bouw worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

1.154,00

(2 punten × € 577,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.298,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van de VVE af,

veroordeelt de VVE in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de VVE niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt de VVE tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Bosters en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand