ECLI:NL:RBZWB:2026:4081

ECLI:NL:RBZWB:2026:4081

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 15-05-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 02-376245-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vrijspraak van het feit dat verdachte meerdere malen een voertuig heeft bestuurd, terwijl zijn bevoegdheid daartoe bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking was ontzegd. Bewezenverklaring meerdere diefstallen in vereniging van geld en/of sieraden en/of bankpassen met pincodes van personen door middel van de zogeheten "babbeltruc" en meerdere pogingen daartoe. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 4 jaren met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-376245-24

vonnis van de meervoudige kamer van 15 mei 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats]

wonende in [woonplaats]

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting in [locatie]

raadslieden mr. A. Koop-van Vliet en mr. N.A.H. Limbourg, advocaten in Breda

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 mei 2026, waarbij de officier van justitie mr. M. Nijboer en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) gewijzigd en als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft voor feit 4 bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vervolging. De verdenking betreft een feit dat niet kan hebben plaatsgehad. Niet omdat verdachte niet op die data op de genoemde locaties was, maar omdat in die periode geen ontzegging van de rijbevoegdheid aan hem was opgelegd.

Het standpunt van de officier van justitie

Volgens de officier van justitie klopt het dat in de ten laste gelegde pleegperiode bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking geen ontzegging van de rijbevoegdheid aan verdachte was opgelegd. Hij heeft wel veelvuldig gereden met een ongeldig rijbewijs, maar zij gaat de tenlastelegging niet wijzigen.

Het oordeel van de rechtbank

In de eerste plaats zijn er wettelijke redenen voor de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Daarnaast kan niet-ontvankelijkverklaring plaatsvinden bij een zodanig ernstige inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Hiervan is geen sprake. Het vervolgen voor een mogelijk niet bewijsbaar feit is geen wettelijke reden voor een niet-ontvankelijkverklaring en maakt geen inbreuk op het recht van verdachte op een eerlijk proces. Het betreffende verweer wordt verworpen en de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van alle feiten.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

Feiten 1 tot en met 3

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de (primaire) feiten.

Feit 4

Bij repliek heeft de officier van justitie aangegeven dat een bestanddeel niet bewezen kan worden. De rechtbank verstaat dit als een verzoek tot vrijspraak.

Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De verdediging bepleit partieel vrijspraak van zowel het primaire als het subsidiaire feit, voor zover dat ziet op [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] . De door verdachte aan deze feiten geleverde bijdrage is van onvoldoende gewicht om te kunnen concluderen dat er sprake is geweest van medeplegen.

De verdediging bepleit ook partieel vrijspraak van het primaire feit, voor zover dat ziet op [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] . Zij refereert zich voor wat betreft de rol van verdachte als medepleger van deze feiten aan het oordeel van de rechtbank, maar deze feiten kunnen slechts worden gekwalificeerd als oplichting, zoals subsidiair ten laste is gelegd.

Feit 2

De verdediging bepleit vrijspraak van het feit, omdat de door verdachte geleverde bijdrage aan dit feit van onvoldoende gewicht is om te kunnen concluderen dat er sprake is geweest van medeplegen.

Feit 3

De verdediging bepleit partieel vrijspraak van zowel het primaire als het subsidiaire feit, voor zover dat ziet op [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] . De door verdachte geleverde bijdrage aan deze feiten is van onvoldoende gewicht om te kunnen concluderen dat er sprake is geweest van medeplegen.

De verdediging bepleit ook partieel vrijspraak van het primaire feit, voor zover dat ziet op [slachtoffer 12] . Zij refereert zich voor wat betreft de rol van verdachte als medepleger van dit feit aan het oordeel van de rechtbank, maar dit kan slechts worden gekwalificeerd als oplichting, zoals subsidiair ten laste is gelegd.

Feit 4

De verdediging bepleit vrijspraak. Het betreffende observatiebewijs is onrechtmatig verkregen, omdat het bevel stelselmatige observatie ontbreekt. Daarom moeten de processen-verbaal observatie worden uitgesloten van het bewijs, waardoor er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1 primair en feit 3 primair

De rechtbank is van oordeel dat feit 1 primair en feit 3 primair wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, zoals later onder 4.4 wordt weergegeven. Bij feit 1 gaat het om acht voltooide delicten en bij feit 3 om drie pogingen.

Eerst zal er een samenvatting van de werkwijze van verdachte en zijn medeplegers en een toelichting op de kwalificatie van de feiten worden gegeven. Daarna zullen de specifieke bewijsoverwegingen per concrete pleegdatum aan de orde komen, waarbij de voltooide delicten en de pogingen die op dezelfde dag zijn gepleegd gezamenlijk worden besproken. De volgorde van de datumbespreking in de bewijsredenering zal deels afwijken van de volgorde in tijd.

Werkwijze Een ouder, vaak hoogbejaard slachtoffer wordt vanuit de dadergroep gebeld door een persoon die zich voordoet als politiemedewerker en waarschuwt dat het adres van het slachtoffer is aangetroffen bij inbrekers die in de omgeving van de slachtoffer actief zouden zijn. Politiecollega’s zullen geld en/of waardevolle spullen op komen halen om die veilig te stellen en/of te taxeren. Het slachtoffer wordt gevraagd die spullen alvast klaar te leggen, waarna ze bij de voltooide delicten ook daadwerkelijk door een nepagent worden opgehaald en meegenomen. Daarmee hebben de daders zich zodanige feitelijke heerschappij over dat geld en/of die goederen verschaft dat naar het oordeel van de rechtbank sprake is van wegneming. Dat daarvoor de medewerking van de aangevers nodig was, doet daaraan niet af. Daarom kunnen de primair ten laste gelegde gekwalificeerde diefstallen en pogingen daartoe wettig en overtuigend bewezen worden.

Bij ieder individueel slachtoffer zijn steeds meerdere daders betrokken met ieder hun eigen rol of rollen. Bij de nu volgende bespreking van de individuele feiten zal de rechtbank waar nodig uitdrukkelijk aandacht besteden aan de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking.

24 oktober 2024: slachtoffers [slachtoffer 8] (1), [slachtoffer 9] (1) en [slachtoffer 12] (3) Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij degene is die onder de naam “ [gebruikersnaam 1] ” deelneemt aan een Snapchatgesprek tussen “ [gebruikersnaam 1] " en onder andere “ [gebruikersnaam 2] ", “ [gebruikersnaam 3] ” en “ [gebruikersnaam 4] ". “ [gebruikersnaam 1] ” heeft in die chatgesprekken een aansturende rol in de (poging) oplichtingen van slachtoffers [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 12] . Dit blijkt uit het versturen van het adres van slachtoffer [slachtoffer 12] naar de ophalers en het aansturen van de ophalers. De aansturende rol van verdachte in het groepsgesprek heeft op de zitting ook niet ter discussie gestaan. Verdachte heeft echter verklaard dat hij gedwongen boodschappen doorgaf die hij op een andere telefoon kreeg van een derde die hij niet bij naam wil noemen. Deze verklaring van verdachte schuift de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde, gelet op wat “ [gebruikersnaam 1] ” allemaal zegt in het chatgesprek. Meteen in het begin is verdachte degene die meldt dat hij een “vis” heeft en vraagt wie het over neemt; “een snelle ontbijtje; ketting en twee ringen”. Na een enthousiaste reactie van “ [gebruikersnaam 3] ” stuurt verdachte het bijbehorend adres van [slachtoffer 8] . Het begin van de gespreksbijdrage van verdachte en de andere onderdelen daarvan, kennen een snelheid en spontaniteit van communiceren die niet past bij verdachte als tussenpersoon voor een derde. Van enige dwang is bovendien evenmin gebleken.

Op de zitting heeft verdachte verklaard dat hij niet weet wat met “vis” wordt bedoeld. Dat versterkt zijn ongeloofwaardigheid. Gelet op het vervolg van het gesprek kan het namelijk niets anders betekenen dan dat verdachte een potentieel slachtoffer aan de haak heeft, waarvan de buit binnen gehengeld moet worden. Daarbij is deze pleegdatum de recentste van alle bewezen verklaarde pleegdata. Vóór die datum heeft verdachte met zijn respectievelijke mededaders al meerdere anders slachtoffers gemaakt oftewel “vissen” binnengehaald.

27 mei 2024: [slachtoffer 2] (1) De hiervoor bij 24 oktober 2024 benoemde aansturende rol van verdachte wordt bevestigd door [medeverdachte 1] . Verdachte heeft op de zitting bekend dat hij de chauffeur is geweest die [medeverdachte 1] heeft weggebracht naar en opgehaald bij [slachtoffer 2] in [plaats 1] . De rechtbank heeft echter geen reden te twijfelen aan de verdergaande verklaring van [medeverdachte 1] dat hij meermalen met [verdachte] (rechtbank: verdachte) op pad is geweest om sieraden op te halen. Hij kreeg een oortje in van [verdachte] , die [medeverdachte 1] vertelde wat hij moest zeggen, een naam en nummer. De rechtbank stelt vast dat dat aansluit bij het eerder aangehaalde snapchatgesprek van 24 oktober 2024 waarin verdachte ook een naam en nummer (rechtbank: meldcode) en gespreksinstructies doorgeeft aan degene die bij [slachtoffer 8] aan de deur gaat. Ook op 27 mei 2024 is er dus sprake van een bewuste en nauwe samenwerking van verdachte met in ieder geval [medeverdachte 1] en een jongen die volgens [medeverdachte 1] altijd belde, omdat hij zo goed een vrouwenstem na kon doen. Voorts blijkt hieruit dat verdachte reeds op 27 mei 2024 een grotere rol had dan hij zichzelf toedicht.

Tot slot vindt de rechtbank in dit verband nog een chatgesprek van belang tussen [medeverdachte 1] en “ [gebruikersnaam 1] ” op 28 oktober 2024. Daarin zegt [medeverdachte 1] dat hij de naam van verdachte gaat noemen als de scotoe (rechtbank: staattaal voor politie) weer een keer bij [medeverdachte 1] aan de deur staat en verdachte het niet goed maakt. [medeverdachte 1] zegt dat hij verdachte genoeg tijd heeft gegeven. Verdachte reageert dan: “noem namen. Geen bewijs is geen eis.” en vrijwel aansluitend: “jij hebt het zelf gedaan. Dus noem namen die je wilt noemen. Heb niks met jou te maken pik. (een rijtje smileys die huilen van het lachen). Ben aan geen ene deur gegaan. Dus zeg watje wilt.” Dat bevestigt voor de rechtbank dat verdachte steeds een aansturende rol heeft gehad en bewust heeft vermeden om zelf bij (potentiële) slachtoffers aan de deur te gaan en de buit binnen op te halen.

10 en 12 september 2024: slachtoffers [slachtoffer 3] (1) en [slachtoffer 4] (1) Het telefoonnummer waarmee slachtoffers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op respectievelijk 10 en 12 september 2024 werden gebeld door een nepagent was op 10 september 2024 om 19:11 uur opgewaardeerd met geld van een bankrekening van verdachte en tien minuten later in gebruik genomen. [slachtoffer 3] is vervolgens op 10 september 2024 rond 20.45 gebeld. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij online een beltegoedvoucher heeft gekocht, maar dat was voor iemand in Spanje en verdachte wist niet waarvoor die derde de voucher zou gebruiken. Het maar-deel van die verklaring van verdachte schuift de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde, gelet op wat hiervoor is overwogen bij het eerdere feit van 27 mei 2024 en het ook niet is onderbouwd. Verdachte heeft bij ieder van de feiten onder feit 1 en 3 steeds onderdeel uitgemaakt van een samenwerkingsverband, waarin hij een cruciale en wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Dat geldt overigens ook voor het later te bespreken feit 2 van 27 februari 2024. Het kan dan ook niet anders dan dat hij ook bij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] onderdeel was van een samenwerkingsverband, waarin hij een cruciale en wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Hij heeft in ieder geval gezorgd dat de slachtoffers gebeld konden worden.

14 oktober 2024:slachtoffers [slachtoffer 5] (1), [slachtoffer 6] (1), [slachtoffer 7] (1), [slachtoffer 10] (3) en [slachtoffer 13] (3) Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij op 14 oktober 2024 een bij hem in gebruik zijnde auto aan [medeverdachte 2] heeft gegeven. [medeverdachte 2] en een ander zijn later die dag aangehouden, waarbij [medeverdachte 2] een politiepolo droeg. Hij is als (nep)agent bij de slachtoffers [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] op bezoek geweest en heeft daar geld en/of waardevolle goederen meegenomen. [slachtoffer 10] heeft hem niet binnen gelaten en bij [slachtoffer 13] is het bezoek niet doorgegaan, omdat hij al telefonisch had laten weten niemand binnen te laten.

Ook bij deze gekwalificeerde diefstallen en pogingen daartoe heeft verdachte deel uitgemaakt van een samenwerkingsverband waarin hij een cruciale en wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Met zijn auto kon nepagent [medeverdachte 2] Friesland en daarin gelegen woonplaatsen van de (potentiële) slachtoffers bereiken. Maar de rol van verdachte is groter.

In het groepsgesprek van 14 oktober 2024, waarin de feiten van die dag worden beraamd

en besproken, is verdachte degene geweest die om 11:38 uur “ [gebruikersnaam 5] ” aan het groepsgesprek heeft toegevoegd en om 13:29 uur de groepsnaam heeft gewijzigd. De door verdachte toegevoegde “ [gebruikersnaam 5] ” vraagt om 14:55 uur om een naam en code, waarop de naam “ [gebruikersnaam 6] ” met code “ [nummer 1] ” wordt gedeeld. Met de naam [gebruikersnaam 6] en code [nummer 1] heeft medeverdachte [medeverdachte 2] kort daarna geprobeerd om bij [slachtoffer 10] binnen te komen. Op het moment dat het adres van [slachtoffer 10] in het groepsgesprek wordt gedeeld, neemt verdachte bovendien nog actief deel aan dat gesprek. Dit bevestigt voor de rechtbank dat verdachte ook hier een aansturende rol heeft gehad en nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen. Dat hij de groepschat meerdere malen heeft verlaten, doet daar niet aan af.

Gelet op het voorgaande schuift de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij niet wist waarvoor [medeverdachte 2] [gebruikersnaam 6] zijn auto nodig had als ongeloofwaardig terzijde.

Feit 2 Vóór de slachtoffers van het nepagentenscenario van de feiten 1 en 3 is de eenentachtigjarige [slachtoffer 1] uit [plaats 2] al op 27 februari 20204 - kort samengevat - slachtoffer geworden van een scenario met nepbankmedewerkers. Het is [medeverdachte 3] die toen bij het slachtoffer aan de deur is geweest om een envelop met de bankpassen van het slachtoffer op te halen. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij [medeverdachte 3] die dag in [plaats 3] heeft opgepikt en haar naar het slachtoffer heeft vervoerd. Hij heeft vervolgens gewacht om [medeverdachte 3] terug te brengen naar [plaats 3] , maar kan zich niet kan herinneren dat [medeverdachte 3] (kort na vertrek) zou zijn uitgestapt om met de gestolen passen te pinnen in Puttershoek. De rechtbank heeft echter geen enkele reden om te twijfelen aan de duidelijke verklaring van [medeverdachte 3] dat haar chauffeur [verdachte] van die dag [medeverdachte 3] zelfs vergezeld heeft bij het (meermalen) pinnen. Gelet daarop is ook bij dit feit sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [medeverdachte 3] en de jongens die volgens [medeverdachte 3] haar hebben aangespoord te doen wat zij deed. Gelet op de verklaring van [medeverdachte 3] schuift de rechtbank de verklaring van verdachte op zitting dat hij niet wist wat [medeverdachte 3] ging doen als ongeloofwaardig terzijde.

Feit 4 Het dossier bevat geen bewijs dat verdachte in de ten laste gelegde pleegperiode bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen was ontzegd. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van feit 4.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. in de periode van 27 mei 2024 tot en met 24 oktober 2024 te [plaats 1] (gemeente Groningen), Herkenbosch (gemeente Roerdalen), Eersel, Dirksland (gemeente Goeree Overflakkee), Oisterwijk, Lemmer (De Fryske Marren), Balk (De Fryske Marren) en/of [woonplaats] , tezamen en in vereniging met anderen meermalen geld en/of sieraden, die aan de slachtoffers, te weten- [slachtoffer 2] ,- [slachtoffer 3] ,- [slachtoffer 8] ,- [slachtoffer 4]- [slachtoffer 9] ,- [slachtoffer 5] ,- [slachtoffer 6] en/of- [slachtoffer 7]

toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat/die weg te nemen geld en/of sieraden onder zijn bereik te brengen door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid of door een samenweefsel van verdichtsels door- voornoemde personen (telefonisch) te benaderen en/of zich voor te doen als [alias 1] , [alias 2] , [alias 3] , [alias 4] , mevrouw [alias 5] , mevrouw [alias 6] , [alias 7] , [alias 8] , [alias 9] , [alias 10] , [alias 11] , [alias 12] , [alias 13] en/of [alias 14] van de politie en/of recherche,- voornoemde personen mede te delen dat er in hun omgeving is ingebroken en/of gepoogd is in te breken en/of inbrekers actief zijn en/of inbrekers zijn aangehouden en/of zijn/haar adres op een briefje en/of envelop is aangetroffen bij die inbrekers,- voornoemde personen te vragen of hij/zij geld en/of waardevolle goederen in hun woning aanwezig hebben zodat hij, verdachte, en/of zijn mededaders, deze veilig kunnen stellen, in bewaring kunnen nemen en/of kunnen taxeren,- voornoemde personen mede te delen dat een of meerdere collega’s zullen langskomen om de goederen op te halen, foto’s komen maken van de goederen en/of het hang- en sluitwerk komen controleren,- voornoemde personen te vragen om voornoemde goederen te verzamelen en/of klaar te leggen en/of in een tas te stoppen,- bij voornoemde personen langs te gaan teneinde de goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen en/of- voornoemde personen te vragen om fictieve overboekingen te doen en te instrueren om in te loggen op hun digitale bankomgeving en/of digitale overboekingen te doen;

2.op 27 februari 2024 te [plaats 2] (gemeente Hoeksche Waard) tezamen en in vereniging met anderen, bankpassen (met pincodes), die aan het slachtoffer, te weten [slachtoffer 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen bankpassen (met pincodes) onder zijn bereik te brengen door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid of door een samenweefsel van verdichtsels door- voornoemd persoon een sms-bericht van de ING bank te sturen met daarin de mededeling dat gepoogd werd af te schrijven en te vragen contact op te nemen,- zich (telefonisch) voor te doen als [alias 15] en/of [alias 16] van de fraudehelpdesk en/of ING Bank,- voornoemd persoon mede te delen dat de bankrekening zou worden geblokkeerd en/of de bankpassen onbruikbaar zijn,- voornoemd persoon te vragen naar de pincode(s),- voornoemd persoon mede te delen dat er een koerier de bankpassen zou komen ophalen en daarbij de code “ [nummer 2] ” zou noemen,- voornoemd persoon te vragen de bankpassen in een envelop te doen,- bij voornoemd persoon langs te gaan teneinde de bankpassen op te halen;

3. in de periode van 14 oktober 2024 tot en met 24 oktober 2024 te Hilvarenbeek, Heeg (gemeente Súdwest-Fryslân), Lemmer (gemeente De Fryske Marren) en/of [woonplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of sieraden, die aan het slachtoffer, te weten- [slachtoffer 12]- [slachtoffer 10] en/of- [slachtoffer 11] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat/die weg te nemen geld en/of sieraden onder zijn bereik te brengen door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid of door een samenweefsel van verdichtsels door- die voornoemde personen telefonisch heeft benaderd en/of zich heeft voorgedaan als [alias 17] , [alias 18] , [alias 19] , [gebruikersnaam 6] , [alias 20] en/of [alias 21] van de politie,- die voornoemde personen heeft medegedeeld dat er in zijn/haar omgeving veel woning inbraken zijn en/of inbraken met geweld zijn gepleegd en/of zijn/haar adres op een briefje is gevonden,- die voornoemde personen heeft gevraagd of hij/zij geld en/of sieraden in zijn/haar woning aanwezig heeft,- die voornoemde personen heeft medegedeeld dat een of meerdere collega’s zouden langskomen en/of daarbij een code zouden noemen om de goederen op te halen en/of de sloten te controleren,- die voornoemde personen heeft gevraagd om voornoemde goederen in een tas te stoppen en/of- bij die voornoemde personen is langsgegaan teneinde voornoemde goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte voor de bewezenverklaarde feiten 1 tot en met 3 wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4,5 jaar, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

Rekening houdend met de bepleite vrijspraken en de minimale rol die verdachte volgens de verdediging heeft gehad in de overige feiten, bepleit de verdediging te volstaan met een gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het voorarrest, en het overige deel voorwaardelijk op te leggen, eventueel in combinatie met een taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in een periode van acht maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan negen gekwalificeerde diefstallen en drie pogingen daartoe. De slachtoffers waren allemaal op hoge leeftijd. De feiten zijn gepleegd door de geraffineerde “babbeltruc”, waarbij verdachte een aansturende en organiserende rol heeft gehad binnen het geheel. Hij heeft onder meer adressen van slachtoffers geregeld, vervoer georganiseerd en opdrachten gegeven aan de mededaders. De daders hebben zich voorgedaan als politieagenten en één keer als bankmedewerker om het vertrouwen van kwetsbare ouderen te winnen. Onder het valse voorwendsel dat hun geld en sieraden niet veilig zouden zijn vanwege actieve inbrekers bij wie hun woonadres als mogelijk inbraak- adres zou zijn aangetroffen, hebben zij de slachtoffers bewogen, dan wel geprobeerd te bewegen, hun waardevolle bezittingen af te staan. In meerdere gevallen zijn daarbij ook sieraden weggenomen die voor de slachtoffers een emotionele waarde hadden. Naast een materieel verlies betekent dit voor hen ook een diep emotioneel verdriet.

De rechtbank acht het zeer kwalijk dat bij deze vorm van diefstal doelbewust oudere slachtoffers worden uitgekozen, waarbij op doortrapte en schaamteloze wijze misbruik wordt gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hen dachten te mogen hebben. Met deze werkwijze wordt het gezag van en het vertrouwen in de politie aangetast en dit heeft een ontwrichtend effect op de samenleving. Extra kwalijk is dat de feiten bij de slachtoffers thuis hebben plaatsgevonden. Het gevoel van veiligheid dat iedereen in en rond het eigen huis zou moeten hebben, is hierdoor ernstig geschaad. Verdachte heeft echter zijn eigen gewin voorop gesteld, zonder zich te bekommeren om de uitwerking van zijn daden op de slachtoffers.

Hierop kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een forse gevangenisstraf.

De rechtbank heeft acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting, die zijn gebaseerd op de straffen die doorgaans voor vergelijkbare feiten worden opgelegd. De rechtbank neemt daarbij het oriëntatiepunt voor een woninginbraak als uitgangspunt. Dat is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en bij recidive vijf maanden per woninginbraak.

De persoon van verdachte

Uit het strafblad van verdachte van 30 januari 2026 blijkt niet alleen dat hij al eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten, maar ook dat hij het eerste delict in deze zaak op 27 februari 2024 heeft gepleegd toen hij nog in een proeftijd liep van een eerdere veroordeling. Voor maar liefst acht vermogensdelicten was hij eerder veroordeeld tot 113 dagen jeugddetentie onvoorwaardelijk, 200 uur werkstraf én een voorwaardelijke jeugddetentie van 12 maanden. De rechtbank moet constateren dat die straf blijkbaar onvoldoende indruk heeft gemaakt om verdachte te weerhouden opnieuw slachtoffers te maken.

Uit het reclasseringsadvies van 29 april 2024 blijkt dat de reclassering het psychosociaal functioneren van verdachte, zijn sociaal netwerk, het ontbreken van een zinvolle dagbesteding en zijn middelengebruik als delictgerelateerde risicofactoren ziet. De reclassering adviseert het volwassenstrafrecht toe te passen en schat het recidiverisico in als hoog. De reclassering rapporteert wel dat zij mogelijkheden ziet om dit hoge recidiverisico in te perken met bijzondere voorwaarden.

De rechtbank ziet echter gelet op het strafblad van verdachte geen ruimte voor een voorwaardelijk strafdeel.

De rechtbank weegt daarbij ook mee dat verdachte berekenend te werk is gegaan. Door zich op enig moment voornamelijk op de achtergrond te houden heeft verdachte kennelijk beoogd zijn betrokkenheid te verhullen en de kans op belastend bewijs tegen hem te verkleinen. Dit getuigt van een planmatige en doordachte werkwijze. Verder weegt de rechtbank mee dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven. Eerst nadat hij kennis heeft genomen van het dossier, heeft hij - en dan nog zeer beperkt - een verklaring afgelegd over zaken waar hij niet meer aan kon ontkomen, waarbij hij zijn rol steeds heeft geminimaliseerd.

Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van vier jaar, met aftrek van de tijd die hij reeds in voorarrest heeft verbleven.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

7. De benadeelde partijen

Feit 1: [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]

De volgende benadeelde partijen vorderen een materiële schadevergoeding:

De verdediging heeft verweer gevoerd.

De rechtbank heeft hiervoor al overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de feiten heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partijen en dat hij verplicht is hun schade te vergoeden, voor zover de schade rechtstreeks voortvloeit uit de bewezenverklaarde feiten.

[slachtoffer 3]

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde materiële schade tot een bedrag van € 30.858,00 voldoende is onderbouwd en rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit. Zij overweegt hiertoe het volgende.

De benadeelde partij heeft onmiddellijk na de ontvreemding aangifte gedaan bij de politie, waarbij de benadeelde partij heeft verklaard dat de dader eerst ongeveer € 1.945,00 aan cash geld en twee kettingen meenam. Kort daarna kwam de dader terug en nam hij zes kettingen, een ring en een horloge mee, om vervolgens weer kort daarna 14 gouden munten, drie kleine munten en twee zilveren munten mee te nemen. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aangifte. Cash geld en sieraden zijn bovendien een gebruikelijke beoogde buit bij de zogeheten “politiebabbeltruc”.

De vordering is met stukken onderbouwd. Zes kettingen zijn door een edelsmid getaxeerd op € 600,00, € 1.800,00, € 850,00, € 3.200,00, € 292,00 en € 72,00 aan de hand van foto’s, bonnen en/of een certificaat. De bij één van die kettingen behorende diamantjes zijn door de edelsmid aan de hand van een foto getaxeerd op € 13.000,00. Deze bedragen zullen daarom worden toegewezen.

Op de taxatie staan nog twee andere kettingen van allebei € 400,00. Deze acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd, omdat hiervan geen foto’s aanwezig zijn en de benadeelde partij bovendien slechts aangifte heeft gedaan van zes weggenomen kettingen.

Ook de gevorderde bedragen voor het horloge van € 800,00, de drie gouden victoria munten van € 1.755,00 en de tien gouden tientjes van € 6.000,00 worden toegewezen, omdat hiervan aangifte is gedaan en deze door de edelsmid zijn getaxeerd.

Voor de zilveren munten zal, gelet op de taxatie, slechts een bedrag van € 44,00 worden toegewezen, nu maar van twee weggenomen munten aangifte is gedaan. Op de taxatie staan voorts drie ringen vermeld die door de edelsmid zijn getaxeerd. Door de benadeelde partij is slecht aangifte gedaan van één weggenomen ring. Gelet daarop gaat de rechtbank bij toewijzing uit van de goedkoopste ring, te weten € 500,00.

Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank een totaalbedrag van € 30.858,00 zal toewijzen en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan voor dat deel van de vordering naar de burgerlijke rechter.

[slachtoffer 4]

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiële schade tot een bedrag van € 922,50 voldoende is onderbouwd en rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit. Om die reden zal dit bedrag worden toegewezen.

Voor de gevorderde schade van € 4.550,00 aan weggenomen sieraden, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. Deze schadepost is onvoldoende onderbouwd en de rechtbank beschikt ook niet over voldoende informatie om gebruik te kunnen maken van haar schattingsbevoegdheid. Voor dit deel kan de benadeelde partij naar de burgerlijke rechter.

Wettelijke rente

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen over de toegekende bedragen vanaf het tijdstip, waarop het feit per benadeelde partij is gepleegd. De verschillende data staan hieronder in het dictum weergegeven.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal tot slot de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van de toegekende schadebedragen. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen.

8. Het beslag

Ten aanzien van het volgende in beslag genomen goed zal een last gegeven worden tot teruggave aan verdachte, nu verdachte redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt en het goed niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer:

- horloge, met goednummer PL2000-ZB3R024071-874733.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit 4;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid of door een samenweefsel van verdichtsels, meermalen gepleegd;

feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid of door een samenweefsel van verdichtsels;

feit 3 primair: een poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid of door een samenweefsel van verdichtsels, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen:

* [slachtoffer 3] van € 30.858,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 september 2024 tot aan de dag der voldoening;

* [slachtoffer 4] van € 922,50 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 september 2024 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partijen in het overige gedeelte van hun vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat hun vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

Schadevergoedingsmaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partijen:

* [slachtoffer 3] van € 30.858,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 september 2024 tot aan de dag der voldoening, en bepaalt

dat bij niet betaling 160 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

* [slachtoffer 4] van € 922,50 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 september 2024 tot aan de dag der voldoening, en bepaalt dat bij niet betaling 9 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partijen vervalt en omgekeerd;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende in beslag genomen goed:

- horloge, met goednummer PL2000-ZB3R024071-874733.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter, mr. R.J.H. de Brouwer en

mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van M.C.C. Joosen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 mei 2026.

De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

De tenlastelegging

1. hij in of omstreeks de periode van 27 mei 2024 tot en met 24 oktober 2024 te [plaats 1] (gemeente Groningen), Herkenbosch (gemeente Roerdalen), Eersel, Dirksland (gemeente Goeree Overflakkee), Oisterwijk, Lemmer (De Fryske Marren), Balk (De Fryske Marren) en/of [woonplaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, geld en/of sieraden, in elk geval enige goederen die geheel of ten dele aan de slachtoffers, te weten- [slachtoffer 2] ,- [slachtoffer 3] ,- [slachtoffer 8] ,- [slachtoffer 4] en/of- [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 9] ,- [slachtoffer 5] ,- [slachtoffer 6] en/of- [slachtoffer 7]

in elk geval aan een ander toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die/de weg te nemen geld en/of sieraden onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, een valse order of door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid of door listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels door

- voornoemde personen (telefonisch) te benaderen en/of zich voor te doen als [alias 1] , [alias 2] , [alias 3] , [alias 4] , mevrouw [alias 5] , mevrouw [alias 6] , [alias 7] , [alias 8] , [alias 9] , [alias 10] , [alias 11] , [alias 12] , [alias 13] en/of [alias 14] van de politie en/of recherche, althans onder de hoedanigheid als politieagent en/of rechercheur,- voornoemde personen mede te delen dat er in hun omgeving is ingebroken en/of gepoogd is in te breken en/of inbrekers actief zijn en/of inbrekers zijn aangehouden en/of zijn/haar adres op een briefje en/of envelop is aangetroffen bij die inbrekers,- voornoemde personen te vragen of hij/zij geld en/of waardevolle goederen in hun woning aanwezig hebben zodat hij, verdachte, en/of zijn mededaders, deze veilig kunnen stellen, in bewaring kunnen nemen en/of kunnen taxeren,- voornoemde personen mede te delen dat een of meerdere collega’s zullen langskomen om de goederen op te halen, foto’s komen maken van de goederen en/of het hang- en sluitwerk komen controleren,- voornoemde personen te vragen om voornoemde goederen te verzamelen en/of klaar te leggen en/of in een tas te stoppen,- bij voornoemde personen langs te gaan teneinde de goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen en/of- voornoemde personen te vragen om fictieve overboekingen te doen en te instrueren om in te loggen op hun digitale bankomgeving en/of digitale overboekingen te doen;( art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 27 mei 2024 tot en met 24 oktober 2024 te [plaats 1] (gemeente Groningen), Herkenbosch (gemeente Roerdalen), Eersel, Dirksland (gemeente Goeree-Overflakkee), Oisterwijk, Lemmer (De Fryske Marren), Balk (De Fryske Marren) en/of [woonplaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de slachtoffers, te weten- [slachtoffer 2] ,- [slachtoffer 3] ,- [slachtoffer 8] ,- [slachtoffer 4] en/of- [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 9] ,- [slachtoffer 5] ,- [slachtoffer 6] en/of- [slachtoffer 7]heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, namelijk geld en/of sieraden door

- voornoemde personen (telefonisch) te benaderen en/of zich voor te doen als [alias 1] , [alias 2] , [alias 3] , [alias 4] , mevrouw [alias 5] , mevrouw [alias 6] , [alias 7] , [alias 8] , [alias 9] , [alias 10] , [alias 11] , [alias 12] , [alias 13] en/of [alias 14] van de politie en/of recherche, althans onder de hoedanigheid als politieagent en/of rechercheur,- voornoemde personen mede te delen dat er in hun omgeving is ingebroken en/of gepoogd is in te breken en/of inbrekers actief zijn en/of inbrekers zijn aangehouden en/of zijn/haar adres op een briefje en/of envelop is aangetroffen bij die inbrekers,- voornoemde personen te vragen of hij/zij geld en/of waardevolle goederen in hun woning aanwezig hebben zodat hij, verdachte, en/of zijn mededaders, deze veilig kunnen stellen, in bewaring kunnen nemen en/of kunnen taxeren,- voornoemde personen mede te delen dat een of meerdere collega’s zullen langskomen om de goederen op te halen, foto’s komen maken van de goederen en/of het hang- en sluitwerk komen controleren,- voornoemde personen te vragen om voornoemde goederen te verzamelen en/of klaar te leggen en/of in een tas te stoppen,- bij voornoemde personen langs te gaan teneinde de goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen en/of- voornoemde personen te vragen om fictieve overboekingen te doen en te instrueren om in te loggen op hun digitale bankomgeving en/of digitale overboekingen te doen,waardoor voornoemde personen werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

2.hij op of omstreeks 27 februari 2024 te [plaats 2] (gemeente Hoeksche Waard) en/of [woonplaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, bankpassen (met pincodes), in elk geval enige goederen die geheel of ten dele aan het slachtoffer, te weten [slachtoffer 1] in elk geval aan een ander toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die/de weg te nemen bankpassen (met pincodes) onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, een valse order of door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid of door listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels door

- voornoemd persoon een sms-bericht van de ING bank te sturen met daarin de mededeling dat er geld van haar bankrekening was afgeschreven en/of gepoogd werd af te schrijven en te vragen contact op te nemen,- zich (telefonisch) voor te doen als [alias 15] en/of [alias 16] van de fraudehelpdesk en/of ING Bank, althans onder de hoedanigheid als bankmedewerker,- voornoemd persoon mede te delen dat de bankrekening zou worden geblokkeerd en/of de bankpassen onbruikbaar zijn,- voornoemd persoon te vragen naar de pincode(s),- voornoemd persoon mede te delen dat er een koerier de bankpassen zou komen ophalen en daarbij de code “ [nummer 2] ” zou noemen,- voornoemd persoon te vragen de bankpassen in een envelop te doen,- bij voornoemd persoon langs te gaan teneinde de bankpassen op te halen en/of- geld te pinnen met de opgehaalde bankpassen en/of verkregen pincode(s);( art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

3. hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2024 tot en met 24 oktober 2024 te Hilvarenbeek, Heeg (gemeente Súdwest-Fryslân), Lemmer (gemeente De Fryske Marren) en/of [woonplaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of sieraden, in elk geval enige goederen die geheel of ten dele aan het slachtoffer, te weten- [slachtoffer 12] ,- [slachtoffer 10] en/of- [slachtoffer 11]

in elk geval aan een ander toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die/de weg te nemen geld en/of sieraden onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, een valse order of door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid of door listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels door

- die voornoemde personen telefonisch heeft benaderd en/of zich heeft voorgedaan als [alias 17] , [alias 18] , [alias 19] , [gebruikersnaam 6] , [alias 20] en/of [alias 21] van de politie, althans onder de hoedanigheid als politieagent,- die voornoemde personen heeft medegedeeld dat er in zijn/haar omgeving veel woning inbraken zijn en/of inbraken met geweld zijn gepleegd en/of zijn/haar adres op een briefje is gevonden,- die voornoemde personen heeft gevraagd of hij/zij geld en/of sieraden in zijn/haar woning aanwezig heeft,- die voornoemde personen heeft medegedeeld dat een of meerdere collega’s zouden langskomen en/of daarbij een code zouden noemen om de goederen op te halen en/of de sloten te controleren,- die voornoemde personen heeft gevraagd om voornoemde goederen in een tas te stoppen en/of- bij die voornoemde personen is langsgegaan teneinde voornoemde goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nementerwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2024 tot en met 24 oktober 2024 te Hilvarenbeek, Heeg (gemeente Súdwest-Fryslân), Lemmer (gemeente De Fryske Marren) en/of [woonplaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, het slachtoffer, te weten- [slachtoffer 12] ,- [slachtoffer 10] en/of- [slachtoffer 11]heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, namelijk geld en/of sieraden door

- die voornoemde personen telefonisch heeft benaderd en/of zich heeft voorgedaan als [alias 17] , [alias 18] , [alias 19] , [gebruikersnaam 6] , [alias 20] en/of [alias 21] van de politie, althans onder de hoedanigheid als politieagent,- die voornoemde personen heeft medegedeeld dat er in zijn/haar omgeving veel woning inbraken zijn en/of inbraken met geweld zijn gepleegd en/of zijn/haar adres op een briefje is gevonden,- die voornoemde personen heeft gevraagd of hij/zij geld en/of sieraden in zijn/haar woning aanwezig heeft,- die voornoemde personen heeft medegedeeld dat een of meerdere collega’s zouden langskomen en/of daarbij een code zouden noemen om de goederen op te halen en/of de sloten te controleren,- die voornoemde personen heeft gevraagd om voornoemde goederen in een tas te stoppen en/of- bij die voornoemde personen is langsgegaan teneinde voornoemde goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nementerwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

4. hij in of omstreeks de periode 20 februari 2025 tot en met 28 februari 2025 te [plaats 3] , Heesch, Zutphen, [woonplaats] en/of Sint Williebrord, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Rat Verleghstraat te Breda , de Haagweg te Breda , Rijksweg A59 te Heesch, de Verlengde Ooyerhoekseweg te Zutphen, Belcrumweg te Breda , De Savornin Lohamstraat te Breda , [woonadres] , [woonplaats] , de Vijverstraat te Sint Williebrord, de Nijverheidssingel te Breda , een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd.( art 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994 )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand