[verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker
(gemachtigde: mr. G. Vermeulen),
en
de burgemeester van de gemeente Tilburg.
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [verhuurder] B.V. te [plaats 2] (de verhuurder)
(gemachtigde: mr. T. Stoutjesdijk).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van de burgemeester om de door hem gehuurde woning aan [adres] te [plaats 1] (de woning) met ingang van 6 mei 2026 voor de duur van een maand te sluiten op grond van de Opiumwet (bestreden besluit).
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester en een voorlopige voorziening gevraagd.
Op 30 april 2026 heeft de burgemeester de rechtbank bericht dat het besluit zal worden opgeschort tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, mr. B. van den Broek namens de burgemeester en de gemachtigde van de verhuurder.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter
uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is de burgemeester bevoegd om tot sluiting over te gaan?
3. De bevoegdheid van de burgemeester om de woning te sluiten is niet weersproken. Het gaat ook om een zodanige hoeveelheid aangetroffen harddrugs (306,5 pillen amfetamine en 10,25 gram amfetaminepasta) dat de burgemeester naar vaste rechtspraak in beginsel mag concluderen dat die bestemd is te worden verkocht, afgeleverd of verstrekt.
Mocht de burgemeester gebruik maken van zijn bevoegdheid?
Is sluiting een geschikt middel?
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat sluiting van de woning in het algemeen een geschikt middel is om de doelen te bereiken die de burgemeester voor ogen heeft, namelijk het herstellen van de openbare orde, het voorkomen van verdere overtredingen in of rond de woning, het wegnemen van risico’s voor omwonenden en het afgeven van een signaal aan drugscriminelen en buurtbewoners dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit. De verhuurder heeft een signaal afgegeven aan de wijkagent. Daarna heeft de politie waarnemingen gedaan en is de woning binnengetreden. De bevindingen zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage. Uit de waarneming van 22 januari mocht de burgemeester concluderen dat degene die door de politie is bevraagd, verzoeker heeft bezocht en drugs van hem heeft gekocht. De waarneming van 10 februari 2026 laat de burgemeester buiten beschouwing, maar het resultaat van de doorzoeking van de woning wordt wel bij het bestreden besluit betrokken. De burgemeester mag van deze gegevens uitgaan, tenzij deze voldoende gemotiveerd worden betwist. Nu de bevoegdheid van de burgemeester niet wordt betwist, is de hoeveelheid drugs die is aangetroffen een belangrijke factor. De aangetroffen wapens mocht de burgemeester ook beschouwen als een aanwijzing dat er sprake is van drugshandel. De twee aangetroffen telefoons mocht de burgemeester ook beschouwen als een – lichte – aanwijzing daarvoor. De burgemeester mag naar voorlopig oordeel ook waarde hechten aan de melding via de Fixi-app die de gemeente kort voor het nemen van het bestreden besluit heeft ontvangen. De voorzieningenrechter gaat er wel van uit dat de burgemeester ter voorbereiding van de te nemen beslissing op bezwaar, meer onderzoek doet naar de herkomst van de Fixi-melding en de betrouwbaarheid daarvan.
Het tijdsverloop sinds het politieonderzoek en de bestuurlijke rapportage acht de voorzieningenrechter niet zo lang dat de doelen van de burgemeester niet meer te bereiken zijn, en ook hierbij mag de burgemeester waarde hechten aan de Fixi-melding die de gemeente kort voor het bestreden besluit nog heeft ontvangen.
Is de sluiting noodzakelijk?
5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester voldoende heeft onderbouwd dat sluiting van de woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde en dat hij niet heeft kunnen volstaan met een andere maatregel zoals een bestuurlijke dwangsom of een waarschuwing. Er zijn namelijk handelshoeveelheden harddrugs aangetroffen in de woning en na de doorzoeking is een Fixi-melding gedaan. De burgemeester heeft daarbij aan de hand van het overgelegde kaartje gemotiveerd gesteld dat de woning is gelegen in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk. Ter zitting is dát ook niet bestreden door verzoeker. Hij heeft slechts gesteld dat dat buiten zijn invloedsfeer ligt.
Namens de verhuurder is ter zitting gesteld dat er meer informatie is over de situatie in of om de woning na het bestreden besluit, maar die mondelinge informatie laat de voorzieningenrechter buiten beschouwing. Dit neemt echter niet weg dat de burgemeester de informatie, mits voldoende onderbouwd, kan betrekken bij de heroverweging in de te nemen beslissing op bezwaar.
Is de sluiting evenwichtig?
6. De voorzieningenrechter is daarnaast van oordeel dat de sluiting van de woning in de gegeven omstandigheden evenwichtig is. De sluiting voor de duur van een maand is beperkt in tijd en de voorzieningenrechter gaat er vooralsnog van uit dat het beperkt is tot die duur. Weliswaar heeft de gemachtigde van de verhuurder ter zitting gesteld dat de verhuurder de huurovereenkomst wenst te ontbinden, maar hij heeft die ontbinding nog niet gerealiseerd.
Voorts is relevant dat vast staat dat verzoeker op de hoogte was van de aanwezigheid van de harddrugs, zodat hem hiervan een verwijt kan worden gemaakt. Dat sprake is van een bijzondere binding met de woning is niet gebleken noch onderbouwd met (medische) stukken. Inherent aan de sluiting van een woning is dat de bewoner de woning moet verlaten. Dat is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid. De voorzieningenrechter neemt mee dat verzoeker inmiddels is aangemeld bij Traverse en daarmee tijdelijk andere huisvesting zal kunnen verkrijgen. Dat de plek bij Traverse voor verzoeker niet de beste oplossing is, acht de voorzieningenrechter voorstelbaar. En dat verzoeker kort na de actie van de politie hulp heeft gezocht bij Novadic Kentron voor zijn verslaving, is een zeer positieve ontwikkeling, die echter niet leidt tot de conclusie dat thans aan zijn belang om de woning niet te sluiten voorrang moet worden gegeven.
De veronderstelling van de voormalig begeleider van verzoeker, dat eiser na sluiting van de woning mogelijk ‘over de rand wordt geduwd’, is niet medisch onderbouwd en kan daarom niet worden gevolgd. De latere brief van deze begeleider laat de voorzieningenrechter buiten beschouwing omdat hierin stevige veronderstellingen worden geuit, die op geen enkele wijze zijn onderbouwd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter mocht de burgemeester (vooralsnog) meer belang hechten aan de met het besluit te dienen doelen dan aan de belangen van verzoeker om in de woning te mogen blijven.
Conclusie en gevolgen
7. Nu het verzoek wordt afgewezen kan de woning voor een periode van één maand gesloten worden door de burgemeester.
De beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026 door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier. Deze uitspraak zal geanonimiseerd worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: