ECLI:NL:RBZWB:2026:4090

ECLI:NL:RBZWB:2026:4090

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 13-04-2026
Datum publicatie 14-05-2026
Zaaknummer C/02/445586 / KG ZA 26-106
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

In de echtscheidingsprocedure is de wijze van verdeling van de woning gelast d.m.v. een 'spoorboekje'. Er is geen begin van uitvoering gegeven aan het spoorboekje. Toch geen spoedeisend belang bij gevorderde machtiging te gelde maken van de woning.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/445586 / KG ZA 26-106

Vonnis in kort geding van 13 april 2026

in de zaak van

[de vrouw] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. R.E. Teusink,

tegen

[de man] ,

wonende aan het [woonadres] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de man,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 9 maart 2026, met producties 1 tot en met 21;- de brief van mr. Teusink van 25 maart 2026, met producties 22 tot en met 24;- de op 27 maart 2026 ingediende producties 1, 3 en 4 van de zijde van de man

(de man is niet in de gelegenheid gesteld om de door hem als productie 2 ingediende geluidsopname tijdens de mondelinge behandeling af te spelen, zodat deze productie niet tot de processtukken behoort);

- het e-mailbericht van de griffier van 27 maart 2026 aan de man, waarin de man is meegedeeld dat de voorzieningenrechter geen kennis kan nemen van de verzoeken/vorderingen, omdat vorderingen in een kort gedingprocedure bij de rechtbank alleen door een advocaat kunnen worden ingediend;- de mondelinge behandeling van 30 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2. De feiten

Partijen zijn op 11 maart 2024 met elkaar gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen.

Uit hun huwelijk is geboren het nog minderjarige kind:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 te [geboorteplaats] .

Partijen hebben de woning aan het [woonadres] in gemeenschappelijk eigendom, ieder voor de onverdeelde helft.

De vrouw heeft de woning omstreeks september 2024 verlaten. De man woont nog in de woning.

Bij beschikking van deze rechtbank van [datum] 2025 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Verder is, voor zover nu van belang, de wijze van verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen gelast. De beschikking is op 17 december 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

In voormelde beschikking van [datum] 2025 is met betrekking tot de verdeling van de woning, kort gezegd, het volgende bepaald:

- binnen twee weken na de beschikking dient de woning bindend te worden getaxeerd naar de marktwaarde op dat moment door [makelaar 1] te [plaats 1] en beide partijen dienen hieraan hun medewerking te verlenen;

- de woning wordt aan de man toegedeeld waarbij, onder vrijwaring van de vrouw, de hypothecaire geldlening en de starterslening geheel door de man worden gedragen en afgelost en waarbij de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van deze leningen wordt ontslagen, waarbij de leveringstermijn op drie maanden na de datum van de beschikking is gesteld;

- indien de man niet binnen drie maanden na de datum van de beschikking in staat is gebleken de woning over te nemen, dienen partijen per ommegaande de verkoopopdracht voor verkoop van de woning aan derden aan [makelaar 1] te [plaats 1] te verlenen, waarbij de vraagprijs van de woning ten minste de eerder door [makelaar 1] getaxeerde waarde is;

- de overwaarde dient, zowel in geval van toedeling van de woning aan de man als in geval van verkoop van de woning aan derden, bij helfte te worden gedeeld.

3. Het geschil

De vrouw vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. de vrouw te machtigen tot het te gelde maken van de woning staande en gelegen aan het [woonadres], kadastraal bekend: [plaats 2] [kadastraal nummer] , locaties [woonadres] ,

en met behulp van [makelaar 1] te [plaats 1] te koop aan te bieden en vervolgens te verkopen tegen een door de makelaar te adviseren marktconforme prijs en om alle feitelijke en rechtshandelingen te verrichten die nodig zijn voor de verkoop en levering van de woning, althans zo te beslissen en onder de voorwaarden die de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren;

2. de man te veroordelen om de makelaar en kandidaat kopers en een eventuele taxateur van de kandidaat kopers tot de woning toe te laten op door de makelaar te bepalen redelijke tijden, wanneer dit voor de verkoop van de woning noodzakelijk is zoals voor, maar niet beperkt tot, het bepalen van de vraagprijs en verkoopprijs, voor verkoop bevorderende maatregelen waaronder het maken van foto’s en bezichtigingen van kandidaat kopers, althans zo te beslissen en onder de voorwaarden die de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren;

3. te bepalen dat het te wijzen vonnis in de plaats treedt van de handtekening van de man onder de opdracht tot dienstverlening voor verkoop van de hierboven sub 1. genoemde woning aan derden, aan [makelaar 1] te [plaats 1] , voor een door de makelaar te adviseren marktconforme vraagprijs, althans zo te beslissen en onder de voorwaarden die de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren;

4. te bepalen dat het te wijzen vonnis in de plaats treedt van de handtekening van de man onder de koopovereenkomst met betrekking tot de verkoop van de van de hierboven sub 1. genoemde woning aan een door de makelaar aan te wijzen koper tegen een door de makelaar te adviseren marktconforme prijs, althans zo te beslissen en onder de voorwaarden die de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren;

5. te bepalen dat het te wijzen vonnis in de plaats treedt van de handtekening van de man onder de akte van levering van de hierboven sub 1. genoemde woning aan de kopers, althans zo te beslissen en onder de voorwaarden die de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren;

6. de man te veroordelen tot ontruiming van de woning binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, met achterlating van de goederen die zijn vermeld op de lijst die als productie 21 aan de dagvaarding is gehecht, en de woning niet meer te betreden, met afgifte van de sleutels aan de vrouw of de makelaar en de vrouw te machtigen tot tenuitvoerlegging hiervan met de hulp van de sterke arm van politie en justitie, althans binnen een zodanige termijn en onder zodanige voorwaarden als de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren;

7. te bepalen voorts dat de man een dwangsom verbeurt jegens de vrouw van

€ 1.000,= voor iedere dag of maal dat hij niet aan - een van de - de te geven beslissingen voldoet, althans hieromtrent zo te beslissen en onder de voorwaarden die de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren;

8. de man te veroordelen in de kosten van de procedure.

De vrouw legt aan haar vorderingen, samengevat, het volgende ten grondslag. Na ontvangst van de beschikking van [datum] 2025 heeft zij meteen actie ondernomen. Zij heeft contact gezocht met [makelaar 1] en heeft de man meermaals aangeschreven. De man heeft echter geweigerd zijn medewerking te verlenen aan de taxatie van de woning. Verder is niet gebleken dat de man in staat is haar aandeel in de woning over te nemen binnen de in de beschikking bepaalde termijn. Dit betekent dat de woning moet worden verkocht. De man weigert echter ook hiertoe opdracht te geven aan [makelaar 1] . Gelet op de weigerachtige houding van de man heeft zij er belang bij dat zij wordt gemachtigd de woning te gelde te maken. Verder dient de man te worden veroordeeld zijn medewerking te verlenen aan onder meer bezichtigingen en dient hij de woning binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen, waarbij hij de goederen zoals vermeld op de lijst die als productie 21 is ingediend dient achter te laten in de woning. Zij heeft spoedeisend belang bij haar vorderingen, omdat zij al geruime tijd samen met de minderjarige bij haar ouders inwoont en pas een nieuwe woning kan kopen als de gemeenschappelijke woning is verkocht. Bovendien lopen de lasten van de woning gewoon door.

De man voert verweer. Volgens de man is [makelaar 1] niet onpartijdig. Zo heeft deze, door de vrouw voorgedragen, taxateur in eerdere stukken aannames gedaan die niet neutraal zijn. Verder heeft deze taxateur hem in 2023 zeer slecht behandeld, welk gedrag destijds ook door de vrouw “als niet normaal” is bestempeld. Hij wil dan ook dat de woning door een andere onafhankelijke taxateur wordt getaxeerd. Aangezien de taxatie nog niet heeft plaatsgevonden wil hij alsnog een termijn krijgen om te onderzoeken of hij financieel in staat is de woning over te nemen. Verder voert de man aan dat de vrouw niet heeft aangetoond dat zij de intentie heeft om een andere woning te kopen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Artikel 254 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt, samengevat, dat voor het verlenen van een voorlopige voorziening, sprake moet zijn van spoedeisend belang. De gevorderde voorlopige voorziening kan pas worden verleend als het belang van de vrouw bij de gevorderde voorziening, afgezet tegen het belang van de man bij behoud van de huidige situatie, op dit moment zodanig spoedeisend is dat een oordeel in een mogelijke bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden geen sprake is van spoedeisend belang aan de zijde van de vrouw. De voorzieningenrechter zal uitleggen waarom. In de beschikking van [datum] 2025 heeft de rechtbank de wijze van verdeling van de woning gelast door middel van een zogenoemd ‘spoorboekje’. De man heeft tot nu toe niet meegewerkt aan de eerste stap, te weten een bindende taxatie door [makelaar 1] . Hij geeft daarvoor als reden dat [makelaar 1] niet onafhankelijk is en hem in het verleden onheus heeft bejegend. De man is echter niet in hoger beroep gekomen van voornoemde beschikking. Daarmee is de beschikking van [datum] 2025 in kracht van gewijsde gegaan. Dit betekent dat partijen uitvoering moeten geven aan het in die beschikking gegeven ‘spoorboekje’ met betrekking tot de verdeling van de woning. Dat dit tot op heden nog niet is gebeurd, maakt niet dat daarmee automatisch sprake is van spoedeisend belang. Daar is meer voor nodig. De omstandigheid dat de vrouw met de minderjarige bij haar ouders inwoont en pas een andere woning kan verkrijgen als zij niet meer hoofdelijk aansprakelijk is voor de op de woning rustende hypotheek, is daarvoor evenmin voldoende. Ook het gegeven dat partijen in februari 2026 een achterstand hebben laten ontstaan in de betaling van de hypotheek is niet voldoende. Immers, in de overgelegde brief van BLG Wonen van 12 februari 2026 geeft BLG Wonen aan dat nogmaals zal worden geprobeerd het openstaande bedrag (€ 1.481,91) af te schrijven en dat zij bereid is om samen naar een passende oplossing te zoeken als het nu niet lukt om te betalen. Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen van de vrouw die betrekking hebben op de woning (vorderingen onder 1. tot en met 5. en vordering onder 7.) zullen worden afgewezen bij gebrek aan spoedeisend belang.

Ook de gevorderde ontruiming van de woning met achterlating van de door de vrouw genoemde goederen (vorderingen onder 6. en 7.), zal worden afgewezen bij gebrek aan spoedeisend belang. Aangezien nog niet duidelijk is wanneer de woning zal worden verkocht en geleverd, en gesteld noch gebleken is dat de man te zijner tijd de woning niet vrijwillig zal verlaten, acht de voorzieningenrechter het te voorbarig om nu al een beslissing te nemen op de ontruiming.

Het voorgaande neemt niet weg dat partijen uitvoering moeten gegeven aan de beschikking van [datum] 2025. Aangezien de daarin opgenomen termijnen zijn verstreken, zal de woning moeten worden verkocht. Ondanks pogingen om tijdens de mondelinge behandeling tot verdere afspraken te komen blijven partijen discussiëren over de makelaar die verkoop ter hand gaat nemen. Aangezien de vrouw de gemotiveerde bezwaren van de man tegen [makelaar 1] te [plaats 1] niet heeft betwist en zowel uit de stukken als ter zitting niet is gebleken dat vrouw perse wil vasthouden aan [makelaar 1] , geeft de voorzieningenrechter partijen nogmaals mee dat wellicht een opening kan worden gevonden in het aanzoeken van een andere onafhankelijke NVM-makelaar die de verkoop van de woning ter hand zal nemen, bijvoorbeeld [makelaar 2] , [makelaar 3] of [makelaar 4] , allen gevestigd in [plaats 2] . De voorzieningenrechter geeft partijen dringend in overweging om hierover constructief in overleg te treden. Zij hebben namelijk beiden de verplichting om de beschikking van [datum] 2025 uit te voeren.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen af;

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Haerkens-Wouters, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2026 in tegenwoordigheid van mr. Bishop-van Kollenburg, griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Bishop-van Kollenburg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand