RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446071 / JE RK 26-444
Datum uitspraak: 14 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 maart 2026;
de ter zitting overgelegde schriftelijke verklaring van de moeder.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 april 2026. Tijdens deze zitting is ook het verzoek van de GI om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige 1] te verlenen behandeld (zaaknummer: C/02/446164 / JE RK 26-463). Daarbij waren aanwezig:
[minderjarige 1] , (met mr. J.J. Bronsveld, haar advocaat inzake het verzoek over een machtiging gesloten jeugdhulp);
de vader;
- de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] uitgenodigd voor een gesprek om zijn mening kenbaar te maken. [minderjarige 2] is niet verschenen op het geplande kindgesprek.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 april 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 24 april 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 oktober 2025 een machtiging verleend om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 17 april 2026.
[minderjarige 2] woont bij zijn moeder. [minderjarige 1] verblijft op basis van een machtiging gesloten jeugdhulp bij [zorginstelling] .
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
Namens de GI wordt in het verzoekschrift aangevoerd dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] al lange tijd belast worden met de spanningen tussen de ouders. Ook het afgelopen jaar is erg onrustig voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlopen, ondanks dat de kinderen onder toezicht zijn gesteld. Beide ouders gunnen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] contact met de andere ouder, maar zij hebben ook twijfels of het wel goed gaat bij de andere ouder. Er is sprake van een zeer verstoord gezinssysteem, waarmee de kinderen worden belast. Er zijn grote zorgen over de vader en de grote onrust die in zijn leven heerst. Het lukt de vader niet zijn emoties onder controle te houden en zijn problemen weg te houden van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Ook in contact met de hulpverlening is de vader verbaal grensoverschrijdend. In februari 2026 is de zorgregeling tussen de vader en de kinderen gewijzigd en is bepaald dat de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] eenmaal per twee weken gedurende twee uur begeleid contact met elkaar hebben en dat de GI is belast met de regie met betrekking tot de uitbreiding van de contacten. Zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] blijven uitspreken de vader graag meer te zien. [minderjarige 1] ziet haar moeder ieder weekend nu zij bij [zorginstelling] verblijft. Dit gaat over het algemeen goed. Wel wordt gezien dat het van belang is dat aan de band tussen [minderjarige 1] en de moeder wordt gewerkt. Er zal gewerkt moeten worden aan het herstel van de band tussen [minderjarige 1] en de moeder en gekeken moet worden wat de moeder nodig heeft om [minderjarige 1] te begrijpen.
Er is een gedeelde verklarende analyse (GVA) uitgevoerd door twee gedragswetenschappers van Sterk Huis. Hierin komt naar voren dat beide ouders in de kern hetzelfde willen maar elkaar niet lijken te verstaan. Het advies vanuit de GVA is dat [minderjarige 1] vanuit de gesloten plaatsing eerst naar een tussenstation zou moeten gaan, en vanuit deze plek aan het herstel van de band tussen de moeder en [minderjarige 1] gewerkt kan worden door middel van de inzet van Attachment Based Family Therapy (ABFT). Verder heeft Sterk Huis het advies gegeven voor een JIM (een vertrouwenspersoon) voor beide kinderen. [minderjarige 2] staat hier echter niet voor open.
Ter zitting zijn twee jeugdbeschermers van Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg , verschenen. Zij hebben de zaak onlangs overgenomen van de locatie Etten-Leur, omdat de samenwerking tussen de ouders en de jeugdbeschermer van die locatie niet goed was. De recent aangestelde jeugdbeschermers willen de uitvoering van de ondertoezichtstelling anders insteken en zich richten op de samenwerking met de ouders. De jeugdbeschermers hebben inmiddels een gesprek gehad met de moeder, maar met de vader moet nog een gesprek plaatsvinden. De GI vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling voor zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] nog noodzakelijk.
Door de moeder is ter zitting een verklaring voorgedragen en deze verklaring heeft zij vervolgens op schrift aan de kinderrechter overgelegd. De moeder geeft in haar verklaring aan dat zij vandaag voor de zevende keer in één jaar tijd bij de rechtbank moet verschijnen. Elke keer heeft de moeder de hoop dat er nu echt iets gaat veranderen. Echter, afspraken worden structureel niet nagekomen en besluiten worden niet uitgevoerd. Onder andere is de begeleide omgang tussen [minderjarige 1] en de vader nog steeds niet geregeld. Niemand voelt zich verantwoordelijk voor het gevoerde beleid. De hulp die inmiddels is gestart heeft de moeder zelf moeten regelen. De moeder erkent dat de situatie complex is, maar complexiteit mag nooit een excuus zijn om je werk niet goed te doen. De moeder heeft het afgelopen jaar regie, daadkracht en verantwoordelijkheid gemist. In de kern kan de moeder zich vinden in de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling van beide kinderen. Zij merkt daarbij op dat haar gezin daarbij helderheid, regie, een duidelijk plan, diagnostiek en behandeling voor [minderjarige 1] en daadkracht nodig heeft. Tevens vraagt de moeder de kinderrechter te bepalen dat de begeleide omgang nu eindelijk daadwerkelijk uitgevoerd gaat worden.
De vader heeft aangegeven dat hij niet instemt met het verzoek. Hij vreest dat wanneer er niet snel iets gebeurt, de kinderen chronische problemen zullen oplopen. De vader is mede belast met het gezag, maar hij staat buiten spel. De vader stelt dat de kinderen het slachtoffer zijn van de situatie, maar hij is het lijdend voorwerp.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat zij nog altijd worden belast met de spanningen tussen de ouders. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in hun jonge leven al veel meegemaakt en de inzet van hulpverlening is noodzakelijk om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Deze hulpverlening is echter nog niet gestart. Dit kan de ouders niet verweten worden. Alle beloftes die in het kader van de ondertoezichtstelling door de GI zijn gemaakt, zijn tot op heden niet nagekomen. De reeds gestarte hulpverlening is door de moeder geregeld. Inmiddels zijn twee nieuwe jeugdbeschermers aangesteld die een andere aanpak willen hanteren en de samenwerking met de ouders willen aangaan. De kinderrechter verwacht dat deze jeugdbeschermers hun beloftes gaan nakomen en de regie gaan pakken in de uitvoering van de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter is van oordeel dat een ondertoezichtstelling nog steeds nodig is om de ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen weg te nemen. Het is hierbij van belang dat de GI de regie pakt bij het starten van benodigde hulpverlening en de ouders hier actief bij betrekt. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 24 april 2026 tot 24 april 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Diepen als griffier, en op schrift gesteld op 28 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.