beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/436455 / FA RK 25-3002
herstelbeschikking d.d. 14 april 2026
in de zaak van
[de vrouw] ,
hierna te noemen de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. M.P. Kapteijn te Middelburg,
tegen
[de man] ,
hierna te noemen de man,
wonende te [woonplaats 2] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1. Het procesverloop
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- de beschikking van de rechtbank d.d. 16 januari 2026 en de daarin vermelde stukken;
- het bericht van mr. Kapteijn d.d. 12 maart 2026.
2. De beoordeling
Bij e-mailbericht d.d. 12 maart 2026 heeft mr. Kapteijn namens de vrouw verzocht om de beschikking d.d. 16 januari 2025 te herstellen, nu per abuis op de beschikking 16 januari 2025 als uitspraakdatum is vermeld in plaats van 16 januari 2026.
De rechtbank heeft bij brief van 11 maart 2026 zowel de man als de Raad in de gelegenheid gesteld om te reageren op het bericht van mr. Kapteijn. Van beiden is geen reactie ontvangen.
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verbetert de rechtbank op verzoek van een partij kennelijke, voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fouten. De rechtbank is van oordeel dat er een kennelijke fout is opgetreden in de beschikking van 16 januari 2026, nu hierin per abuis 16 januari 2025 als uitspraakdatum is opgenomen in plaats van 16 januari 2026. De rechtbank is van oordeel dat voornoemde fout voor eenvoudig herstel vatbaar is. De belanghebbenden worden geacht niet in hun belangen te zijn geschaad door de wijziging en hebben niet laten blijken bezwaar te hebben tegen het herstel van voornoemde beschikking. De rechtbank zal derhalve op onderstaande wijze beslissen.
3. De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat het navolgende gedeelte in de beschikking van 16 januari 2026:
“datum uitspraak: 16 januari 2025”
wordt gewijzigd in:
“datum uitspraak: 16 januari 2026”
bepaalt dat deze wijziging onder vermelding van de datum van 14 april 2026 worden vermeld op de minuut van de beschikking van 16 januari 2026;
bepaalt dat de griffier van de verbeterde minuut van de beschikking van 14 april 2026 aan de in de oorspronkelijke procedure verschenen partijen een afschrift, zo nodig opgemaakt in de executoriale vorm, verstrekt.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.