RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446600 / FA RK 26-1638
Datum uitspraak: 14 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
de heer [verpleegkundig specialist] , verpleegkundig specialist FACT GGZ;
mevrouw [casemanager] , casemanager.
Tevens was aanwezig:
- de moeder van betrokkene.
Verder is gebruik gemaakt van de diensten van de aldaar aanwezige mevrouw [tolk] , tolk in de Poolse taal, [registratienummer] .
De officier is zoals hij al aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 19 mei 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4. De standpunten
Betrokkene merkt op dat hij in het verleden het nodige heeft meegemaakt, waaronder het verlies van een kind en dat hij trauma’s heeft opgelopen. Hij vindt dat hij GGZ zorg, waaronder ook medicatie, nodig heeft om te kunnen stabiliseren. Ook begrijpt hij dat hij voor de ambulante hulpverlening onvoldoende bereikbaar is geweest. Dit kwam met name omdat hij intussen een ander telefoonnummer heeft, hij zal dit nummer alsnog aan de ambulante zorgverlener verstrekken. De situatie, waar hij momenteel erg veel moeite mee heeft en die hem veel stress bezorgt, is dat zijn partner en hun kind momenteel niet bij hem wonen, dat hij beiden erg mist en zij als gezin bovendien van beperkte inkomsten moeten leven. Door al deze omstandigheden is hij niet in staat zijn werk uit te oefenen, kan hij ook niet aan zijn trauma’s werken en geen sociaal leven leiden. Hij verwacht dat dit geheel anders kan worden wanneer hij met zijn gezin wordt herenigd, omdat hij dan weer meer perspectief ziet. Ten slotte maakt betrokkene duidelijk dat hij niet de intentie heeft om uit Nederland weg te gaan, omdat hij dit een fijn land vindt.
De verpleegkundig specialist FACT GGZ brengt naar voren dat betrokkene in oktober 2025 klinisch is opgenomen, nadat hij psychotisch ontregeld was geraakt. Sinds februari 2026 verblijven zijn partner en hun beider kind elders uit veiligheidsoverwegingen en is de Raad voor de Kinderbescherming betrokken. Betrokkene leidt sindsdien een teruggetrokken leven. Hoewel aangenomen wordt dat het psychotisch toestandsbeeld van betrokkene in elk geval gedeeltelijk is opgeklaard ontbreekt het de ambulante hulpverlening aan voldoende zicht op het verloop van zijn ziektebeeld. Dit omdat betrokkene zich niet of onvoldoende bereikbaar houdt voor de betrokken ambulante hulpverlening. Het is daardoor ook onduidelijk of betrokkene de hem voorgeschreven medicatie consequent gebruikt. Als positief beschouwt hij dat betrokkene zich ter zitting bereid heeft getoond zijn huidige telefoonnummer aan de ambulante zorgverlening door te geven. Wel acht hij het verplichte kader van een zorgmachtiging op dit moment nog noodzakelijk. Hij ondersteunt daarom het verzoek. Dit met als toelichting, dat de verzochte klinische opnamemogelijkheid uitsluitend ziet op situaties, waarin direct ingrijpen noodzakelijk is wegens (dreigende) ontregeling. Op dit moment is dit nadrukkelijk niet aan de orde. Verder ziet hij strikt genomen niet de noodzaak voor het verplicht (kunnen) toedienen van vocht en voeding, het verrichten van medische controles, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, voor zover dit ziet op het gebruik van communicatiemiddelen.
De casemanager sluit zich aan bij dat wat door de verpleegkundig specialist FACT GGZ naar voren is gebracht.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hem uit het voorgesprek met zijn cliënt is gebleken dat hij begrijpt dat hij nog ambulante GGZ-zorg nodig heeft om te werken aan verdere stabilisatie en ter voorkoming dat hij opnieuw ontregeld raakt. Betrokkene is bereid om zich daarvoor open te (blijven) stellen en daaraan consequent mee te werken. Dit vanuit de hoop/verwachting dat deze zorg hem verder gaat helpen en er van hem als ouder en verzorger/opvoeder bij de betrokken instanties een positiever beeld zal ontstaan en hij spoedig weer met zijn gezin zal worden herenigd. Met deze toelichting kan hij namens betrokkene achter een zorgmachtiging staan voor wat betreft de zorgvormen, zoals ter zitting besproken.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Ook is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene kampt met trauma’s uit het verleden en dat hij vorig jaar na de geboorte van het kind van hem en zijn partner opnieuw psychotisch ontregeld is geraakt en met een crisismaatregel klinisch is opgenomen. Betrokkene woont inmiddels weer thuis met ambulante zorg. Gebleken is dat betrokkene zich heeft onttrokken aan de hem voorgeschreven zorg, waaronder medicatie. Dit heeft geleid tot situaties waarin sprake was van ernstige ontremde en psychotische paranoïde ontregeling met daarbij fysieke agressie en bedreigingen. De partner van betrokkene en hun beider kind verblijven daarom sinds februari 2026 niet langer thuis. Ook is de Raad voor de Kinderbescherming betrokken. Hoewel de ambulante zorgverlening aanneemt dat het psychotisch toestandsbeeld in elk geval gedeeltelijk is opgeklaard ontbrak het tot nog toe aan voldoende zicht op het verloop van zijn ziektebeeld en op zijn medicatie- gebruik omdat betrokkene voor de ambulante zorgverlening niet bereikbaar was.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Betrokkene heeft aangegeven dat hij zich realiseert dat hij nog ambulante zorg waaronder ook medicatie nodig heeft. Ook heeft betrokkene ter zitting toegezegd zijn nieuwe telefoonnummer te zullen verstrekken, zodat het contact met de ambulante zorgverlening zal kunnen worden hersteld. Echter is dit naar het oordeel van de rechtbank op dit moment onvoldoende om ervan uit te kunnen gaan dat betrokkene over zodanig
ziekte-inzicht en intrinsieke motivatie beschikt om in geval van vrijwilligheid aan de nog noodzakelijke geachte ambulante zorg volledig en consequent mee te blijven werken. De rechtbank acht daarom verplichte zorg noodzakelijk.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot
gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder in dit geval te
verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met zijn
ambulant behandelteam;
- opnemen in een accommodatie.
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden, als verzocht.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 april 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026 door mr. de Vlieger, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 17 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.