RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446787 / FA RK 26-1727
Datum uitspraak: 14 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1987 in [woonplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
feitelijk verblijvende te [plaats] , [zorginstelling] [locatie] ,
advocaat mr. P.R. Klaver uit Bergen op Zoom.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
de heer [waarnemend psychiater] , waarnemend psychiater;
de heer [groepsbegeleider/agoog] , groepsbegeleider/agoog.
Op verzoek van betrokkene en met instemming van zijn advocaat vindt de mondelinge behandeling ter zitting plaats in de Engelse taal.
De officier is zoals hij al aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verleend tot en met
3 april 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4. De standpunten
Betrokkene maakt tijdens de mondelinge behandeling opmerkingen over banden die hij heeft met andere landen, in welk verband hij Roemenië, Italië en Moldavië benoemt en dat hij in sommige van die landen een hoge functie en titel heeft. Verder heeft hij op de sales afdeling van een design company gewerkt en is hij in 2025 reservist geworden. Hij kan nu niet langer als militair werkzaam zijn wegens depressies die hij heeft opgelopen. Ook wijst betrokkene naar zijn benen, waaraan hij verwondingen heeft opgelopen. Betrokkene vertelt vervolgens over de ontvoering van een kind in de regio Roosendaal, over een teruggevonden fiets van dit kind en over dat hij de politie had kunnen helpen bij het oplossen van deze zaak. Hij merkt dat hij niet wordt geloofd in wat hij vertelt, niettemin kan hij overal bewijs van leveren. Betrokkene erkent dat hij in het verleden middelen heeft gebruikt en daardoor psychotische momenten heeft gekend. Dat is echter nu niet het geval. Zijn psychiater beeldt zich slechts in dat hij psychotisch is. Ook is er bij hem van een middelenverslaving geen sprake. Wel heeft hij een grote drang naar het gebruik van nicotine. Op de [zorginstelling] -afdeling is geprobeerd die nicotine van hem af te nemen, wat bij hem triggerend werkte en waardoor hij boos is geworden. Hij wil op dit moment juist volwassenen en vooral kinderen beschermen tegen oorlogen en geweld. De medicatie, die hij in de [zorginstelling] -instelling krijgt toegediend, ervaart hij niet als helpend. Wel heeft hij daardoor iets beter kunnen slapen. Als de rechter vindt dat hij medicatie moet blijven gebruiken is dat voor hem geen probleem.
De waarnemend psychiater brengt naar voren dat betrokkene geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. Bij betrokkene is sprake van een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middel gerelateerde en verslavingsstoornissen. Betrokkene is op enig moment in psychotisch ontregelde toestand geraakt, waarbij hij kampte met waanideeën, hij op straat in conflict raakte met anderen en grensoverschrijdend overlast gevend gedrag vertoonde en daarnaast delicten pleegde en vervolgens in aanraking kwam met de politie. Betrokkene heeft klinische [zorginstelling] -behandeling nodig om aan stabilisatie te (kunnen) werken. Dit lukt echter niet in een vrijwillig kader, omdat betrokkene geen hulpvraag heeft en hij zich bovendien zelfbepalend opstelt. Hij kan daarom achter een zorgmachtiging staan als verzocht. Dit met dien verstande, dat hij op dit moment strikt genomen niet de noodzaak ziet tot het verplicht (kunnen) toedienen van vocht en voeding. Ten slotte wijst hij erop dat gedurende de klinische behandeling steeds bekeken zal worden, afhankelijk van het verloop daarvan, of/in hoeverre er aan betrokkene (beperkte) vrijheden kunnen worden toegekend.
De groepsbegeleider/agoog sluit zich aan bij dat wat door de waarnemend psychiater naar voren is gebracht.
De advocaat van betrokkene voert aan dat zijn cliënt in beginsel open staat voor klinische [zorginstelling] -behandeling, maar dat bij hem ook de vrees aanwezig is dat hij aan medicatie verslaafd zal raken. Zijn cliënt voelt zich in de [zorginstelling] -accommodatie ook erg beperkt in zijn vrijheid, van belang is dat daaraan serieus aandacht wordt besteed. Niettemin hoopt hij dat er tot een behandeling zal worden gekomen die aansluit bij wat betrokkene nodig heeft om voldoende te stabiliseren.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middel gerelateerde en verslavingsstoornissen.
Ook is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene, die zonder vaste woon- of verblijfplaats is, in psychotisch ontregelde toestand is geraakt en onder invloed daarvan op straat conflictueus, grensoverschrijdend en delict gedrag heeft vertoond. Betrokkene is vervolgens ook met de politie in aanraking gekomen. Bij een confrontatie met de politie heeft bovendien door toedoen van betrokkene een politieagent een verwonding aan de arm opgelopen. Betrokkene laat ook zien dat hij kampt met grootheids- en waanideeën, waardoor hij naar anderen geagiteerd en dwingend overkomt.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Betrokkene geeft aan dat hij open staat voor (verdere) klinische behandeling, maar hij laat ook zien dat hij daarover de regie het liefst in eigen handen wenst te houden. Ook vreest hij aan de hem voorgeschreven medicatie verslaafd te zullen raken. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank dat er niet op kan worden vertrouwd dat bij betrokkene sprake is van voldoende intrinsieke motivatie om aan de door zijn behandelaar ter stabilisatie noodzakelijk geachte klinische zorg consequent mee te (blijven) werken indien er van een vrijwillig kader sprake is. Verplichte zorg is daarom noodzakelijk.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden, als verzocht.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1987 in [woonplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 oktober 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026 door mr. De Vlieger, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 17 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.