RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , uit Oosterhout,
Samenvatting
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4626 OWBOUW
hierna gezamenlijk aangeduid als eisers,
(gemachtigde: mr. P.J. van den Boogaard),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout (college), verweerder.
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [persoon] uit [plaats] (vergunninghouder).
Deze uitspraak gaat over de verlening van een omgevingsvergunning aan vergunninghouder voor het uitbreiden van het bestaande gebouw en het oprichten van een woning op de verdieping van het gebouw aan de [adres 1] (hierna: het bouwplan). Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college de omgevingsvergunning mocht verlenen.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat er meerdere gebreken aan de besluitvorming kleven. Eisers krijgen dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van 25 juli 2025 over de aan vergunninghouder verleende omgevingsvergunning voor het bouwplan.
De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eisers, namens het college [vertegenwoordiger] en vergunninghouder.
De rechtbank heeft de uitspraaktermijn met zes weken verlengd.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten en omstandigheden
Op 7 mei 2024 heeft vergunninghouder een aanvraag ingediend bij het college voor een omgevingsvergunning voor het bouwplan.
Met het besluit van 9 december 2024 (primair besluit) heeft het college de omgevingsvergunning verleend. De omgevingsvergunning is verleend voor de volgende activiteiten:
omgevingsplanactiviteit ‘bouwen’ (artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet (Ow) jo. artikel 22.26 van het Omgevingsplan gemeente Oosterhout); en
(technische) bouwactiviteit (artikel 5.1, tweede lid, onder a, Ow).
Eisers hebben op 15 januari 2025 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
De Adviescommissie Algemene wet bestuursrecht Oosterhout (hierna: de commissie) heeft op 12 juni 2025 advies uitgebracht aan het college. De commissie heeft het college geadviseerd om het primaire besluit te herroepen en de aanvraag opnieuw te beoordelen. Bij bestreden besluit heeft het college aangegeven dat hij het advies van de commissie heeft overgenomen en het primaire besluit in stand heeft gelaten met een aangepaste motivering. Het college verwijst hierbij ook naar de bijgevoegde herziene omgevingsvergunning van 24 juli 2025 (hierna: herziene omgevingsvergunning).
Wettelijk kader
De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Op 1 januari 2024 is de Ow in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden. Op het perceel waar het bouwplan is gesitueerd, was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan “Centrum 2017” (hierna: bestemmingsplan) van kracht. Dit bestemmingsplan maakt dus onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Oosterhout. Van toepassing zijn de enkelbestemming ‘Centrum’ en de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’.
Bestreden besluit
De aangepaste motivering van het college in het bestreden besluit heeft betrekking op het maximale bebouwingspercentage, de hoogte van de trap aan de buitenzijde en het parkeren. Volgens het college spreken de overwegingen over het bebouwingspercentage in de herziene omgevingsvergunning voor zich. De trap overschrijdt de maximale hoogte van het bestemmingsplan (3,5 meter), omdat deze 4,75 meter hoog is. Hiervoor kan een omgevingsvergunning worden verleend op grond van artikel 24.1 van het bestemmingsplan. Omdat voor het bouwplan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA) wordt verleend, geldt dat ook voor de trap.
Herziene omgevingsvergunning
Het college overweegt dat het ‘Bouwvlak deel 1’ betrekking hebbende op het (kadastrale) perceel [adres 1] al voor 100% is bebouwd. Deze strijdigheid is bestaand en wordt niet vergroot en/of gewijzigd. Het ‘Bouwvlak deel 2’ betrekking hebbende op het (kadastrale) perceel [adres 1] , is in de bestaande situatie voor 16% bebouwd en wordt met de nieuwe situatie voor 60% bebouwd. Dit valt binnen het maximale bebouwingspercentage van 75%.
Over het parkeren overweegt het college dat op grond van de Nota Parkeernormen [adres 2] (hierna: Nota Parkeernormen) voor een koop/huurwoning (middelduur) in het centrum een norm van 1,1 parkeerplaats per woning geldt, waarvan 0,1 voor parkeren van bezoekers. Er is één parkeerplaats op het eigen terrein aanwezig, die behouden moet blijven. Voor het parkeren van bezoekers (resterende norm van 0,1 parkeerplaats) is binnen een acceptabele loopafstand van 200 meter voldoende parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig. Voor de woning aan de [adres 1] kunnen twee parkeervergunningen worden aangevraagd. Dit aantal wijzigt niet in de nieuwe situatie.
Het bouwplan valt onder het bestemmingsplan “Parapluherziening Oosterhout 2023, Wonen (‘Centrum’, ‘Gemengd’ en/of ‘Gemengd-1’) en kamerverhuur (algemeen)” (hierna: parapluherziening). Op grond van artikel 4 van de parapluherziening geldt voor het bouwen als geen aanduiding is opgenomen, dat ter plaatste géén woning is toegestaan, behoudens woningen die op het moment van inwerkingtreding van de parapluherziening – te weten 18 april 2024 – ter plaatse legaal aanwezig zijn. Het toevoegen van een (extra) woning is niet toegestaan. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een BOPA kan alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Op grond van de ingediende gegevens blijkt dat er bij de toevoeging van een woning op de verdieping sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, met inachtneming van de voorschriften die bij de omgevingsvergunning horen. Het college heeft een belangenafweging gemaakt en vindt dat de belangen van eisers niet onevenredig worden aangetast. Om die reden wordt meegewerkt aan de verlening van een omgevingsvergunning voor een BOPA inhoudende het toevoegen van de woning en het overschrijden van de maximaal toegestane bouwhoogte van de nieuwe buitentrap.
Beroepsgronden
Eisers stellen dat het bestreden besluit in zijn algemeenheid onzorgvuldig is, omdat het college de zaak te eenvoudig voorstelt en/of daarbij een aantal overwegingen en adviezen van de commissie over het hoofd ziet. Alles overziend heeft het college niet alle belangen van eisers meegewogen en/of deze niet op de juiste, zorgvuldige wijze gewogen, als gevolg waarvan eisers onrechtvaardig in hun belangen zijn geschaad.
Ten aanzien van het maximale bebouwingspercentage is ook na de herziene (motivering van de) omgevingsvergunning nog steeds sprake van een overschrijding van de bebouwingsbegrenzing waardoor er nog steeds strijd is met de planregels. Alleen het aanpassen van de motivering van het besluit waartegen bezwaar is ingediend, is onvoldoende. Anders dan het college in het algemeen en niet feitelijk beargumenteert, zijn eisers wel degelijk onevenredig in hun bezwaren geschaad.
Daarnaast is de niet-toegestane bouwhoogte van de buitentrap met het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd. Dat is onzorgvuldig en niet overeenkomstig het advies van de commissie. Hierbij merken eisers op dat zij vier tekeningen pas samen met het bestreden besluit hebben ontvangen. Het college legt ook verder in de herziene omgevingsvergunning niet uit hoe de gewijzigde tekeningen nu wel zouden voldoen aan de maatvoering.
In bezwaar hebben eisers al aangevoerd dat de perceelsgrens wordt overschreden, maar hierover heeft het college in het bestreden besluit niets geoordeeld.
Ten slotte betwisten eisers het standpunt van het college dat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat het parkeeronderzoek inhoudelijk of qua totstandkoming gebreken vertoont. Bij de toetsing is onvoldoende rekening gehouden met de feitelijke gang van zaken met betrekking tot het parkeren op het perceel en het daarachter gelegen parkeerterrein.
Oordeel van de rechtbank
Omvang van het geding
7. De rechtbank merkt op dat eisers op zitting hun beroepsgrond over de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogels hebben ingetrokken. Deze beroepsgrond behoeft daarom geen verdere bespreking meer.
Proceskosten bezwaar
Kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken worden door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende, voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
Op zitting heeft het college bevestigd dat het primaire besluit is herroepen en dat hij met het bestreden besluit een nieuwe omgevingsvergunning heeft verleend. Het college heeft hierbij erkend dat het primaire besluit is herroepen wegens een aan hem te wijten onrechtmatigheid en dat hij de proceskosten in bezwaar had moeten vergoeden. Het college heeft dit in het bestreden besluit ten onrechte niet gedaan. Dit levert een gebrek in het bestreden besluit op.
Bebouwingspercentage
9. De rechtbank overweegt dat het college met het bestreden besluit het advies van de commissie ten aanzien van het bebouwingspercentage stelt te hebben overgenomen. Het standpunt van het college over het bebouwingspercentage is echter strijdig met die van de commissie. Op zitting heeft het college erkend dat hij is afgeweken van het advies van de commissie en dit niet gemotiveerd heeft in het bestreden besluit. Naar het oordeel van de rechtbank had het college dit wel moeten doen. Ook dit levert een gebrek in het bestreden besluit op.
Bouwhoogte buitentrap
Met het bestreden besluit heeft het college gemotiveerd dat voor de overschrijding van de hoogte van de buitentrap een omgevingsvergunning kan worden verleend op grond van artikel 24.1 onder f onder 5 van het bestemmingsplan. Omdat voor het bouwplan een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt verleend, geldt dat volgens het college ook voor de trap.
Op zitting heeft het college gemotiveerd waarom eisers niet onevenredig in hun belangen worden geschaad ten aanzien van de overschrijding van de bouwhoogte van de trap. Het college hanteert het beleid dat leegstaande ruimtes zoveel mogelijk moeten worden benut en dat wonen in het winkelgebied gestimuleerd moet worden. De bouwhoogte van 4,75 meter van de buitentrap is noodzakelijk voor het binnentreden van de woning. Daarnaast kan een binnentrap de op de benedenverdieping aanwezige slagerij in de weg zitten. Ook is een (buiten)trap geen plek om te blijven staan, maar om ergens naar toe te gaan. De rechtbank stelt vast dat deze motivering ontbreekt in het bestreden besluit en oordeelt dat dit dus ook een gebrek oplevert.
Parkeren
De commissie heeft geadviseerd dat het college bij de beoordeling van de parkeerdruk uit moet gaan van de totale bestaande en nieuwe situatie. Daarbij is van belang dat het pand aan de [adres 1] – met bestaande functie – deel blijft uitmaken van het gebruik, zodat dit in de parkeerbehoefte moet worden meegenomen. Eveneens dient het aantal reeds aanwezige parkeerplaatsen op eigen terrein meegewogen te worden. De commissie heeft geadviseerd dat het college zijn motivering op het punt van het salderen beter moet onderbouwen.
De rechtbank overweegt dat het college het advies van de commissie stelt te hebben overgenomen, maar dat een nadere motivering ten aanzien van het salderen ontbreekt. Pas op zitting heeft het college nader gemotiveerd dat de parkeerplaats op eigen terrein bij de woning gaat horen. Met het vervallen van de parkeerplaats van de slager heeft het college gekeken of dit kan worden opgevangen in de openbare ruimte. De parkeerdruk moet dan onder de 85% drukte blijven en dat is het geval. De rechtbank stelt vast dat ook deze motivering niet is opgenomen in het bestreden besluit (inclusief de herziene omgevingsvergunning). De rechtbank oordeelt daarom dat dit ook een gebrek oplevert in het bestreden besluit.
Conclusie en gevolgen
Het beroep is gegrond, omdat aan het bestreden besluit meerdere gebreken kleven. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit (inclusief de herziene omgevingsvergunning) en herroept het primaire besluit (de omgevingsvergunning van 9 december 2024). De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor het toepassen van een zogenaamde bestuurlijke lus, zoals bedoeld in artikel 8:51a van de Awb, gelet op de aard en de omvang van de hiervoor geconstateerde gebreken. Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om deze zaak af te doen.
De rechtbank zal daarom met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb, bepalen dat het college een nieuw besluit op de aanvraag van vergunninghouder moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het college hiervoor een termijn van 12 weken.
De rechtbank veroordeelt het college in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.332,- voor de bezwaarfase (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting in bezwaar met een waarde per punt van € 666,- en een wegingsfactor 1) en € 1.868,- voor de beroepsfase (1 punt voor het indienen van het beroepsschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting in beroep met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). De rechtbank stelt de totale kosten voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 3.200,-.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr.S.C.J.J. van Roij, griffier op 15 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 7:13, zevende lid
Indien de beslissing op het bezwaar afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies met de beslissing meegezonden.
Artikel 7:15, tweede lid
De kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, worden door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
Artikel 8:72, vierde lid
De bestuursrechter kan, indien toepassing van het derde lid niet mogelijk is, het bestuursorgaan opdragen een nieuw besluit te nemen of een andere handeling te verrichten met inachtneming van zijn aanwijzingen. Daarbij kan hij:
a. bepalen dat wettelijke voorschriften over de voorbereiding van het nieuwe besluit of de andere handeling geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven;
b. het bestuursorgaan een termijn stellen voor het nemen van het nieuwe besluit of het verrichten van de andere handeling.
Omgevingswet (Ow)
Artikel 5.1, eerste lid, onder a
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:
a. een omgevingsplanactiviteit (…)
Artikel 5.1, tweede lid, onder a
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:
a. een bouwactiviteit,
voor zover het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval.
Besluit kwaliteit leefomgeving
Artikel 8.0a. (beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit algemeen), eerste lid
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, wordt, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, de omgevingsvergunning verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning.
Centrum 2017
Maximum bebouwingspercentage (%): 75
Artikel 5.2.1 Algemeen
Het bebouwingspercentage van het bouwperceel mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ is aangegeven. Indien geen aanduiding is opgenomen, mag het bouwvlak volledig worden bebouwd.
Artikel 5.2.4, onder d, Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende bepalingen:
a. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
Artikel 24.1, sub f, onder 5 Algemene afwijkingen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken:
f. van de planregels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van deze bouwwerken wordt vergroot:
5. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10 m.
Artikel 24.2
De omgevingsvergunning voor het afwijken, als bedoeld in lid 24.1 kan slechts worden verleend, indien:
Parapluherziening Oosterhout 2023, Wonen (‘Centrum’, ‘Gemengd’ en/ of ‘Gemengd-1’) en kamerverhuur (algemeen)
Artikel 4 Bouwregel 'Centrum', 'Gemengd' en 'Gemengd-1', onderdeel wonen
Voor het bouwen gelden de volgende algemene bepalingen:
Nota Parkeernormen 2022 gemeente Oosterhout