ECLI:NL:RBZWB:2026:4134

ECLI:NL:RBZWB:2026:4134

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 15-05-2026
Datum publicatie 15-05-2026
Zaaknummer 02-150868-25, 02-049816-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Belaging: de rechtbank zal aan verdachte een taakstraf opleggen van 180 uren, met aftrek van het voorarrest.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 02-150868-25, 02-049816-26 (gev. ttz)

Vonnis van de meervoudige kamer van 15 mei 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1986,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1] ,

raadsman mr. C.J.M. Jansen, advocaat te Tilburg.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 mei 2026, waarbij de officier van justitie mr. T. de Haze en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Overeenkomstig artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering heeft de politierechter de zaak met parketnummer 02-150868-25 naar deze kamer verwezen.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan

02-150868-25: belaging van zijn ex-partner;

02-049816-26: het overtreden van een aan hem opgelegde gedragsaanwijzing.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Het dossier bevat een aangifte, meerdere screenshots en de getuigenverklaring van [getuige 1] . Uit dit alles in onderlinge samenhang bezien volgt dat verdachte stelselmatig inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster met het oogmerk haar te laten dulden dat verdachte contact zoekt en haar vrees aan te jagen. Uit de geluidsopnames van 8 en 9 november 2024 blijkt duidelijk de intentie van verdachte, namelijk het controleren, frustreren, treiteren en benadelen van aangeefster.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de ten laste gelegde handelingen niet kunnen worden aangemerkt als belagingshandelingen. Verdachte betwist een deel van de handelingen, namelijk het afsteken van vuurwerk en het contact opnemen met een oud-cliënt van aangeefster. De handelingen die hij bekent te hebben verricht, heeft hij in een andere context verricht. Hij had dan namelijk contact met aangeefster vanwege de kinderen of per toeval een afspraak in de buurt van haar werk. De woning, de auto en de fiets waar de trackers en camera zijn aangetroffen, waren eigendom van verdachte, waardoor hij deze mocht plaatsen en hadden (de trackers) als doel zijn vervoersmiddelen te kunnen volgen in het geval van diefstal. Verdachte had geen oogmerk op het plegen van belaging. Het was voor hem ook niet duidelijk dat aangeefster geen contact wenste. Zij zocht immers ook contact met verdachte en er is met hem geen stopgesprek gevoerd. Ook voor het overtreden van de gedragsaanwijzing bevat het dossier onvoldoende bewijs. Verdachte heeft indirect contact gehad met aangeefster via zijn moederen andersom communiceerde aangeefster ook op deze manier met verdachte. Verdachte was aanwezig op het judotoernooi van zijn zoon, maar hij was in de veronderstelling dat dit mocht en heeft afstand gehouden van aangeefster. De trainer heeft dat ook verklaard. De verdediging is ten aanzien van beide feiten van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzoekt de rechtbank verdachte vrij te spreken.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

02-150868-25 – Belaging

Verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 20 maart 2025 [slachtoffer] heeft belaagd. [slachtoffer] heeft op 24 februari 2025 hiervan aangifte gedaan. Uit de aangifte volgt dat [slachtoffer] en verdachte zeventien jaar een relatie met elkaar hebben gehad. Op enig moment in 2024 heeft [slachtoffer] de relatie beëindigd. Nadat zij dit aan verdachte had medegedeeld, hebben verdachte en [slachtoffer] nog tot november 2024 in hetzelfde huis gewoond. In oktober 2024 vond [slachtoffer] trackers in haar auto en op haar fiets. Ook vond [slachtoffer] een camera die verstopt zat achter de tv in de woning. In november 2024 heeft verdachte contact gezocht met een oud-patiënt van [slachtoffer] . Op 28 november 2024 heeft [slachtoffer] voor het eerst met de kinderen in haar eigen woning geslapen. Die avond ziet [slachtoffer] verdachte bij haar woning en enige tijd later hoorde zij een harde knal. Nadat zij de voordeur had geopend, zag zij dat er zwaar vuurwerk was afgestoken in de buurt van haar woning. Vervolgens heeft verdachte op 10 februari 2025 veelvuldig naar het werk van [slachtoffer] gebeld en is hij hier langsgereden. De manager van [slachtoffer] heeft verdachte een brief gestuurd met daarin het verzoek te stoppen met bellen en zich niet langer rond de ingang van het gebouw op te houden. Hierop volgend heeft verdachte op 21 februari 2025 een vriendschapsverzoek op Facebook gestuurd naar de manager van [slachtoffer] . Verder dook verdachte in de ten laste gelegde periode regelmatig op bij plekken waar [slachtoffer] was en heeft [slachtoffer] meermaals gezien dat verdachte haar volgde. Bovendien heeft verdachte in deze periode veelvuldig gebeld en berichten gestuurd naar [slachtoffer] en is hij vaak langs haar woning en de woning van haar moeder gereden.

De aangifte van [slachtoffer] wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier. Zo heeft [slachtoffer] een grote hoeveelheid screenshots overgelegd van berichten die verdachte naar haar heeft gestuurd en overzichten waaruit blijkt dat verdachte haar regelmatig belde. Daarnaast is getuige [getuige 1] gehoord. Hij heeft verklaard dat hij de camera achter de tv had geïnstalleerd ergens in augustus, september of oktober 2024. Verdachte had tegen hem gezegd dat dit was om [slachtoffer] te controleren. Ook had verdachte aan hem verteld dat hij vuurwerk had afgestoken bij het nieuwe huis van [slachtoffer] en dat hij trackers had geplaatst in de auto en onder het zadel van de fiets. Het dossier bevat daarnaast een aantal audioberichten van gesprekken tussen verdachte en [slachtoffer] . In de gesprekken is te horen dat verdachte bekent dat hij [slachtoffer] achtervolgt, de trackers en de camera heeft geplaatst en contact heeft opgenomen met een oud-patiënt van [slachtoffer] . Uit de verklaring van de moeder van [slachtoffer] volgt dat verdachte dagelijks langs het huis van [slachtoffer] reed en ook bij haar aan de deur heeft gestaan. Ook de manager van [slachtoffer] , getuige [getuige 2] , is gehoord. Zij verklaart dat er door twee oud-patiënten klachten zijn ingediend, omdat zij waren benaderd door verdachte. Zij verklaart daarnaast dat verdachte op 10 februari 2025 op het terrein van de werkgever is geweest. Naar aanleiding hiervan heeft de manager en brief gestuurd naar verdachte. Enkele dagen later ontving zij een vriendschapsverzoek op Facebook van verdachte.

Gelet op het voornoemde acht de rechtbank bewezen dat verdachte de ten laste gelegde handelingen heeft verricht.

Belaging?

Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of deze handelingen kunnen worden aangemerkt als belaging. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, Wetboek van Strafrecht (Sr) zijn verschillende factoren van belang. Het gaat daarbij om de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijke leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

Uit het dossier blijkt dat verdachte gedurende de gehele tenlastegelegde periode veelvuldig contact heeft gezocht met [slachtoffer] door haar berichten te sturen en te bellen. Uit de inhoud van de berichten blijkt dat dit contact verder strekt dan enkel over de kinderen. Dit wordt bevestigd door de audioberichten van 8 en 9 november 2024 waarin hij aangeeft [slachtoffer] te blijven volgen en dat hij haar niet vertrouwt. Uit deze audioberichten leidt de rechtbank de intentie van verdachte af, namelijk dat verdachte de handelingen heeft verricht om [slachtoffer] te irriteren, haar leven kapot te maken en haar te volgen. Verdachte wilde dan ook controle houden op het privéleven van [slachtoffer] en verrichtte hiervoor vergaande handelingen die inbreuk maken op de persoon en de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer] . Dit heeft hij niet alleen gedaan door trackers en heimelijk een camera in de woning te plaatsen, maar ook door veelvuldig langs haar woning en de woning van haar moeder te rijden, berichten te sturen, te bellen en haar te volgen. Ook op haar werk werd zij lastiggevallen door verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer] zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer kan worden gesproken. Juist door alle bewezenverklaarde handelingen in onderlinge samenhang te bezien. Verdachte had hierbij het oogmerk [slachtoffer] te dwingen tot het hebben van contact, zijn aanwezigheid te dulden en het aanjagen van vrees.

Periode

De rechtbank stelt vast dat uit het dossier niet ondubbelzinnig blijkt wanneer de relatie tussen verdachte en [slachtoffer] precies is geëindigd. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de belaging niet in augustus 2024 is begonnen. De rechtbank is wel van oordeel dat er in ieder geval vanaf oktober 2024 sprake was van belaging. [slachtoffer] heeft in oktober 2024 de trackers en de camera gevonden. Nadat zij verdachte hiermee heeft geconfronteerd, geeft hij aan dat hij deze had geplaatst en haar hiermee al wekenlang afluisterde.

Conclusie

Alles afwegend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 1 oktober 2024 tot en met 20 maart 2025 schuldig heeft gemaakt aan de belaging van [slachtoffer] .

02-049816-26 – Overtreden gedragsaanwijzing

Aan verdachte is op 10 juli 2025 een gedragsaanwijzing opgelegd inhoudende een gebiedsverbod en contactverbod met [slachtoffer] . Deze gedragsaanwijzing is meerdere keren verlengd, voor het laatst op 27 maart 2026 voor de duur van 90 dagen.

Uit het dossier blijkt dat verdachte in de periode van 7 tot en met 10 februari 2026 via zijn moeder meerdere berichten aan [slachtoffer] heeft gestuurd. In de gedragsaanwijzing staat opgenomen dat verdachte zich op enigerlei wijze zowel direct als indirect moet onthouden van contact met [slachtoffer] . De rechtbank stelt vast dat verdachte door het sturen van de berichten de gedragsaanwijzing heeft overtreden en leidt uit de inhoud van de berichten de strekking af. Het verweer van de verdediging dat verdachte zich niet bewust was van de overtreding en dat zijn moeder verantwoordelijk is geweest voor het versturen van de berichten, verwerpt de rechtbank dan ook.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 7 tot en met 10 februari 2026 meermaals de gedragsaanwijzing heeft overtreden.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

02-150868-25

hij in de periode van 1 oktober 2024 tot en met 20 maart 2025 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door:- (heimelijk) Bluetooth-trackers te plaatsen in en/of aan de voertuigen waar die [slachtoffer] gebruik van maakt en - heimelijk een camera in de woning waar die [slachtoffer] verbleef te plaatsen en- veelvuldig langs de woning van die [slachtoffer] en de woning van de moeder die [slachtoffer] te rijden en- die [slachtoffer] veelvuldig te bellen en berichten te sturen en- bij de woning van die [slachtoffer] langs te komen en nabij de woning van die [slachtoffer] te verblijven en rond te hangen en- vuurwerk nabij de woning van die [slachtoffer] af te steken en- langs het werk van die [slachtoffer] te rijden en- telefonisch en via social media contact te zoeken met collega's van die [slachtoffer] en- oud patienten van die [slachtoffer] te benaderen,met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te dulden en vrees aan te jagen;

02-049816-26

hij in de periode van 7 februari 2026 tot en met 10 februari 2026 te [plaats 1] , meermalen opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 22 december 2025, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Zeeland-West-Brabant, kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, geen contact mocht opnemen en/of leggen met [slachtoffer] , door indirect, via zijn eigen moeder, contact op te nemen en/of te leggen met die [slachtoffer] ;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 240 uur te vervangen door 120 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar met de volgende bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, locatieverbod in de straat van aangeefster en haar werk en een contactverbod met aangeefster. Daarnaast verzoekt de officier van justitie het contact- en locatieverbod ook op te leggen in de zin van artikel 38v Sr en deze maatregelen dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

Indien de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring anders oordeelt dan de verdediging en verdachte niet zal vrijspreken, stelt de verdediging zich op het standpunt dat de eis dient te worden gematigd gelet op hetgeen in vergelijkbare zaken is opgelegd. Daarnaast gaat de verdediging uit van een kortere pleegperiode. Ook heeft verdachte geen recidive. De verdediging acht een geheel voorwaardelijke taakstraf van zestig tot tachtig uur passend. Voor een maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr en dadelijke uitvoerbaarheid bestaat geen noodzaak.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in de periode van 1 oktober 2024 tot en met 20 maart 2025 schuldig gemaakt aan belaging van [slachtoffer] . Dat [slachtoffer] de relatie tussen haar en verdachte na zeventien jaar beëindigde, kwam voor verdachte onverwachts. Uit de door [slachtoffer] overlegde audioberichten blijkt dat verdachte erop uit was om [slachtoffer] het leven zuur te maken en haar te treiteren. Dit heeft geresulteerd in de belaging, waarbij verdachte onder meer trackers heeft geplaatst onder haar auto en fiets, heimelijk een camera te hangen in de woning en haar op verschillende manieren te benaderen. Verdachte is hierin erg ver gegaan door zelfs contact op te nemen met onder andere een oud-patiënt van [slachtoffer] en te dreigen naaktfoto’s van haar rond te sturen. Uit de door [slachtoffer] overlegde (audio)berichten blijkt ook de respectloze toon waarop verdachte met of over [slachtoffer] spreekt. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan, te meer nu er twee jonge kinderen betrokken zijn. Op 10 juli 2025 is een gedragsaanwijzing aan verdachte opgelegd, die daarna meermalen is verlengd. Toch heeft verdachte na het opleggen van de gedragsaanwijzing contact gezocht met [slachtoffer] . Met zijn handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] . Belaging is een ernstig feit. Slachtoffers ondervinden door belaging vaak gevoelens van angst en onveiligheid. Dat [slachtoffer] zich ook zo heeft gevoeld blijkt uit haar aangifte en de onderbouwing bij de vordering tot schadevergoeding. [slachtoffer] heeft als gevolg van de belaging psychisch letsel ondervonden en hiervoor behandeling gevolgd.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, maar dit zijn geen relevante veroordelingen en bovendien zijn de veroordelingen van 2013 en ouder.

De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsrapport van 7 april 2026. Volgens verdachte heeft er na de beëindiging van de relatie ook regelmatig constructief contact tussen hen plaatsgevonden en daarnaast zou [slachtoffer] ook haar aandeel hebben in de problemen. Volgens de reclassering is er sprake van een complexe scheidingssituatie en relatiedynamiek. In oktober 2025 besloot [slachtoffer] eenzijdig om de omgangsregeling op te schorten. Verdachte vocht dit aan via een kort geding waarin werd besloten de kinderen onder toezicht te stellen van Jeugd Bescherming Brabant (JBB) en het contact met vader zo snel mogelijk, aanvankelijk onder toezicht, te hervatten. Sinds oktober 2025 hebben er zes contactmomenten met de kinderen plaatsgevonden waarna de begeleiding van JBB heeft aangegeven dat contact onder toezicht niet langer nodig is. Begin april 2026 heeft het eerste contact zonder toezicht weer doorgang kunnen hebben. De langdurige en hoogoplopende strijd met [slachtoffer] , vormt een belangrijke risicofactor. Daarnaast komt verdachte volgens de reclassering impulsief en rechtlijnig over. Naast genoemde risicofactoren zijn er ook beschermende elementen. Verdachte beschikt over stabiele huisvesting, een gestructureerde dagbesteding, een goedlopend bedrijf en een warme band met zijn ouders. Daarnaast staat hij open voor hulpverlening en kiest hij, zo lijkt het althans, in toenemende mate voor juridische en begeleide oplossingen in conflictsituaties in plaats van ondoordacht ergens op af te gaan. Behandeling gericht op emotieregulatie, het vergroten van zelfinzicht en het aanleren van adequate copingvaardigheden wordt noodzakelijk geacht om het risico op herhaling verder te beperken. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling en een locatieverbod. Ondanks dat sinds juli 2025 de gedragsaanwijzing locatieverbod en contactverbod driemaal zijn verlengd ziet de reclassering vanwege de praktische uitvoering van de afspraken, in samenspraak met de betrokken hulpverlening, momenteel geen aanleiding om het contactverbod in de bijzondere voorwaarden op te nemen.

De straf

Met name gelet op de omstandigheid dat de rechtbank een kortere periode bewezen heeft verklaard, komt de rechtbank tot een andere straftoemeting dan de eis van de officier van justitie. Alles afwegend acht de rechtbank een forse taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden inhoudende de meldplicht en de ambulante behandeling bij [hulpverlening] . Gelet op het feit dat het zoeken van contact met [slachtoffer] nog niet is gestopt, is de rechtbank van oordeel dat verdachte deze forse stok achter de deur nodig heeft om nu echt hiermee te stoppen en om te voorkomen dat hij nogmaals dergelijke strafbare feiten pleegt.

De rechtbank zal aan verdachte een taakstraf opleggen van 180 uren, met aftrek van het voorarrest. Deze straf doet naar het oordeel van de rechtbank recht aan de aard en ernst van het feit, de gevolgen daarvan voor [slachtoffer] en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals hiervoor overwogen.

Daarnaast legt de rechtbank op een maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr. Zij zal deze maatregel opleggen in de vorm van een contactverbod ten aanzien van [slachtoffer] . Ook legt zij een locatieverbod op voor de straat waar [slachtoffer] woonachtig is, te weten [adres 2] te [plaats 1] en voor het adres waar [slachtoffer] werkzaam is, te weten de [adres 3] te [plaats 2] . De rechtbank is van oordeel dat een contact- en locatieverbod noodzakelijk is ter voorkoming van strafbare feiten en ter bescherming van [slachtoffer] , haar omgeving en daarmee tevens de maatschappij. De rechtbank benadrukt dat deze verboden niet gelden indien verdachte aantoonbaar een afspraak heeft bij JJB. De verboden staan dan ook niet in de weg aan de omgang met de kinderen.

Deze maatregel zal worden opgelegd voor de duur van 2 jaar. De rechtbank beveelt daarbij dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden.

Tevens zal de rechtbank bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend jegens [slachtoffer] zal gedragen. Gebleken is dat verdachte veel moeite heeft om geen contact op te nemen met [slachtoffer] en dit dan ook nog steeds doet.

7. De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 6.385,55.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

De door de benadeelde gevorderde materiële schade acht de rechtbank deels toewijsbaar. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 29,30 aan reiskosten die zij heeft gemaakt voor een afspraak bij de politie. Reiskosten naar het politiebureau om aangifte te doen of een nadere verklaring af te leggen zijn geen kosten die zijn gemaakt ‘ter vaststelling van aansprakelijkheid of schade’, zoals bedoeld in artikel 6:96, tweede lid, onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Deze reiskosten kunnen daarom niet als schade ten laste van verdachte worden gebracht. De rechtbank zal de vordering voor dit deel afwijzen.

De overige materiële schade staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De materiële schade komt voor vergoeding in aanmerking tot een bedrag van € 1.856,25

De door de benadeelde gevorderde immateriële schade acht de rechtbank deels toewijsbaar tot een bedrag van € 2.000,00. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte acht geslagen op hetgeen in vergelijkbare zaken is toegewezen. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. Voor het overige gedeelte van de vordering zal de rechtbank benadeelde niet-ontvankelijk verklaren.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf 25 december 2024. Dit betreft het midden van de bewezenverklaarde periode.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 38v, 38w, 57, 184a en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: belaging

feit 2: opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering (meermalen gepleegd)

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* Meldplicht bij reclassering

dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Huisbezoeken zijn onderdeel van de meldplicht.

* Ambulante behandeling

dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door [hulpverlening] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De intake heeft reeds plaatsgevonden en er is een behandelaanbod gedaan. Verdachte staat op de wachtlijst. De behandeling is gericht op agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, persoonlijkheidsproblematiek en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat betrokkene voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

van rechtswege gelden de volgende voorwaarden:

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 180 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf naar rato van 2 uur per dag;

Maatregelen

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van twee jaar op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] ( [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 1990;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden.

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft.

- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon;

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van twee jaar zich niet zal ophouden in het navolgende gebied:

- - [adres 2] te [plaats 1] ,

- - [adres 3] te [plaats 2];

- dit verbod geldt niet indien verdachte aantoonbaar een afspraak heeft bij JBB gevestigd aan de [adres 3] te [plaats 2] ;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden.

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft.

- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen/zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon/bepaalde personen

Benadeelde partij (t.a.v. feiten 1 en 2)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 3.856,25 waarvan € 1.856,25 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 25 december 2024 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer] , € 3.856,25 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 25 december 2024 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 38 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door F.L. Donders, voorzitter, en mr. P.A.M. Wijffels en mr. C.R.R. Loeve, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Verdult, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 mei 2026.

De oudste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

02-150868-25

hij in of omstreeks 1 augustus 2024 tot en met 20 maart 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door:- (heimelijk) Bluetooth-trackers te plaatsen in/op/aan de voertuigen waar die [slachtoffer] gebruik van maakt en/of- (heimelijk) een camera en/of opname-apparatuur in de woning waar die [slachtoffer] verbleef te plaatsen en/of- veelvuldig langs de woning van die [slachtoffer] en/of de woning van de moeder die [slachtoffer] te rijden en/of- die [slachtoffer] veelvuldig te bellen en/of berichten te sturen en/of- bij de woning van die [slachtoffer] langs te komen en/of nabij de woning van die [slachtoffer] te verblijven en/of rond te hangen en/of- vuurwerk nabij de woning van die [slachtoffer] af te steken en/of - langs het werk van die [slachtoffer] te rijden en/of- die [slachtoffer] te volgen en/of- telefonisch en via social media contact te zoeken met collega's van die [slachtoffer] en/of- oud patienten van die [slachtoffer] te benaderen,met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )

02-049816-26

hij, in of omstreeks de periode van 7 februari 2026 tot en met 10 februari 2026 te [plaats 1] , gemeente Hilvarenbeek, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 22 december 2025, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Zeeland-West-Brabant, kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, geen contact mocht opnemen en/of leggen met [slachtoffer] , door (indirect, via zijn eigen moeder en/of kinderen) contact op te nemen en/of te leggen met die [slachtoffer] ;( art 184a lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand