RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/445521 FA RK 26-1063
15 april 2026
beschikking betreffende voornaamswijziging
in de zaak van
1. [de moeder] ,
2. [de vader] ,
1 Het procesverloop
hierna te noemen de moeder,
en
hierna te noemen de vader,
gezamenlijk te noemen verzoekers,
beiden wonende te [woonplaats] ,
in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van na te noemen minderjarigen,
advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof.
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 25 februari 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- de akte met [nummer 1] van het jaar 2020 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] ;
- de akte met [nummer 2] van het jaar 2025 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] ;
- de brief van mr. Van Kerkhof van 9 maart 2026 met bijlagen;
- de op 19 maart 2026 ontvangen instemmingsverklaringen van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda.
Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] .
2. Het verzoek
Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2020 (hierna: de zoon);
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2025 (hierna: de dochter).
3. De beoordeling
In voormelde geboorteakte met [nummer 1] staan als voornamen van de zoon vermeld: ‘ [minderjarige 1] ’.
In voormelde geboorteakte met [nummer 2] staan als voornamen van de dochter vermeld: ‘ [minderjarige 2] ’.
Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat de minderjarigen de Nederlandse nationaliteit hebben.
In rechte staat vast dat verzoekers de wettelijk vertegenwoordigers zijn van de minderjarigen. Zij worden in hun verzoek ontvangen.
Aangezien verzoekers en de minderjarigen in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd, omdat de woonplaats van verzoekers en de minderjarigen binnen haar rechtsgebied is gelegen.
Aangezien de minderjarigen de Nederlandse nationaliteit hebben, zal de rechtbank op grond van artikel 10:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht toepassen op het verzoek.
Verzoekers verzoeken de tweede, derde en vierde voornaam van hun zoon te verwijderen en leggen aan dit verzoek het volgende ten grondslag. Tijdens een reis met hun zoon naar Canada hebben zij grote problemen ervaren met het verkrijgen van een e-visum voor hun zoon vanwege zijn lange naam. Ook bij het invullen van aanvraagformulieren betreffende formele aangelegenheden is de naam van hun zoon vaak te lang. Verzoekers willen hun zoon in de toekomst niet verder in de problemen brengen vanwege zijn lange naam.
Daarnaast verzoeken verzoekers een koppelteken te plaatsen tussen de voornamen van hun dochter. Aan dit verzoek leggen zij het volgende ten grondslag. Hun dochter draagt de dubbele voornaam ‘ [dubbele voornaam] ’. Door het ontbreken van een koppelteken tussen de twee voornamen, wordt hun dochter steevast met alleen de voornaam ‘ [voornaam 1] ’ aangesproken.
Uit voormelde instemmingsverklaringen blijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen volgens artikel 1:4 lid 2 BW niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornamen voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen ook een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.
De rechtbank is van oordeel dat met de aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamsconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang bestaat om te komen tot de verzochte wijzigingen van de voornamen van de minderjarigen. Voor wat betreft de naam van de zoon heeft de rechtbank daarbij in aanmerking genomen dat verzoekers voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij het invullen van aanvraagformulieren hinder ondervinden van de lange naam van hun zoon. De stelling van verzoekers, dat hun zoon zelf in de toekomst naar verwachting ook hinder zal ondervinden van zijn lange naam, komt de rechtbank eveneens aannemelijk voor. Ten aanzien van de naam van de dochter overweegt de rechtbank dat verzoekers voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij de intentie hebben gehad om hun dochter een dubbele voornaam te geven, maar dat hun dochter door het ontbreken van een koppelteken tussen de eerste en tweede voornaam nu steeds door derden wordt aangesproken met alleen het eerste deel van haar voornaam. Aangezien verder naar het oordeel van de rechtbank het verzochte niet in strijd is met de in artikel 1:4 lid 2 BW geformuleerde maatstaven, zal het verzoek op na te melden wijze worden toegewezen.
4. De beslissing
De rechtbank
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] om de voornamen van de minderjarige, zoals vermeld in de akte met [nummer 1] van het jaar 2020 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen in die zin dat de voornaam voortaan luidt: ‘ [voornaam 2] ’.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] om de voornamen van de minderjarige, zoals vermeld in de akte met [nummer 2] van het jaar 2025 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen in die zin dat de voornaam voortaan luidt: ‘ [voornaam 3] ’.
Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen, en in tegenwoordigheid van
mr. de Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.