ECLI:NL:RBZWB:2026:4168

ECLI:NL:RBZWB:2026:4168

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 16-05-2026
Zaaknummer C/02/446620 / JE RK 26-549
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446620 / JE RK 26-549

Datum uitspraak: 15 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

Zeeland-West-Brabant, Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

de gecertificeerde instelling

Stichting Jeugdbescherming Brabant,

hierna te noemen de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 maart 2026;

het emailbericht van de griffier van de rechtbank aan de ouders;

het emailbericht van de vader van 7 april 2026;

het emailbericht van de moeder van 9 april 2026.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij zijn vader.

De kinderrechter van de rechtbank Oost-Brabant heeft bij beschikking van 21 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 24 maart 2026.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De beoordeling

De GI heeft op 20 januari 2026 een verzoek ingediend om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen. Dit verzoek was ingeschreven onder zaaknummer C/02/444183 / JE RK 26-102. De mondelinge behandeling van dit verzoek heeft geen doorgang gevonden, omdat de ouders schriftelijk hadden ingestemd met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Hierna heeft de rechtbank verzuimd om tijdig op het verzoek van de GI te beslissen waardoor de ondertoezichtstelling op 24 maart 2026 is verlopen.

De Raad heeft vervolgens het onderhavige verzoek ingediend bij de rechtbank om een (nieuwe) ondertoezichtstelling uit te spreken over [minderjarige] . De GI heeft namelijk niet de wettelijke bevoegdheid om dit verzoek in te dienen onder deze omstandigheden. De Raad heeft het verzoek onderbouwd met de stukken van de GI die ook ter onderbouwing van het eerdere verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling zijn gebruikt.

De griffier van de rechtbank heeft beide ouders op 2 april 2026 een email gestuurd met een uitleg over het verloop van het verzoek van de GI en het nieuwe verzoek van de Raad. Aan de ouders is voorgelegd of zij wel of niet kunnen instemmen met het verzoek van de Raad en of zij behoefte hebben aan een mondelinge behandeling van het verzoek van de Raad.

De ouders hebben beiden, ieder afzonderlijk, de rechtbank bericht dat zij kunnen instemmen met het verzoek van de Raad om [minderjarige] onder toezicht te stellen.

De kinderrechter overweegt als volgt. De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een GI wanneer die minderjarig zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:

de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en

de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.

De ouders van [minderjarige] zijn het eens met het verzoek en de zaak kan daarom door de kinderrechter schriftelijk worden afgedaan op basis van de stukken. De kinderrechter overweegt dat [minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De situatie van [minderjarige] blijft zorgelijk. Na een positieve ontwikkeling, bleek de vader opnieuw ziek, en dit heeft voor [minderjarige] veel impact gehad. Dit heeft ertoe geleid dat hij niet volledig naar school gaat, terwijl dit wel eerder het plan was. [minderjarige] is een kwetsbare jongen, hij heeft ADHD en vertoont fysiek agressief gedrag. Op school is er intensieve begeleiding voor [minderjarige] . Het is belangrijk dat [minderjarige] vanuit rust en stabiliteit kan toewerken naar een goede toekomst. De vader biedt [minderjarige] deze situatie zoveel mogelijk, maar hij heeft ook een beperkte draagkracht als gevolg van zijn medische situatie. Er is dan ook hulpverlening nodig om hierin te voorzien. [minderjarige] heeft omgang met zijn moeder, maar deze contacten zijn niet veilig en de moeder geeft aan dat zij [minderjarige] niet aan kan. Ook staat de moeder niet achter de medicatie die [minderjarige] krijgt voor zijn ADHD. Er is jarenlang hulpverlening betrokken geweest, maar door wisselingen van hulpverleners heeft deze hulp niet het gewenste effect gehad. Op grond van het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de hulpverlening geboden moet worden in het kader van de ondertoezichtstelling. Hulpverlening in het vrijwillige kader zal onvoldoende zijn om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] af te wenden. Het verzoek van de Raad zal dan ook worden toegewezen.

De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht tot 24 maart 2027.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5. De beslissing

De kinderrechter:

in C/02/446620 / JE RK 26-549

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 15 april 2026 tot 24 maart 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

in C/02/444183 / JE RK 26-102

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door Sumner, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026, in aanwezigheid van Boink als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand