RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446750 / FA RK 26-1704
Datum uitspraak: 15 april 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
mevrouw [casemanager dementie] , casemanager dementie;
de heer [zoon] , zoon.
2. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
Betrokkene zegt dat ze geen hulp nodig heeft. Ze mankeert niets en doet alles zelf. Betrokkene wil niet naar de dagopvang of opgenomen worden.
De casemanager zegt dat betrokkene altijd een hele actieve vrouw was. Ze was altijd in de weer in of om het huis. Het laatste half jaar heeft er een snelle verslechtering plaats gevonden. Ze zit nu vooral in haar stoel. De casemanager zegt dat betrokkene in tijd en plaats gedesoriënteerd is. Ze herkent mensen en haar eigen woning niet meer. Daarnaast heeft betrokkene last van wanen en hallucinaties en ziet ze mensen voor het raam staan die er niet zijn. Volgens de casemanager is betrokkene erg bang voor brand en heeft daarom elektriciteitsdraden doorgeknipt en lampen eruit gedraaid waardoor er soms glas op de grond ligt. De casemanager zegt dat er twee organisaties betrokken zijn die meerdere keren per dag bij betrokkene langs gaan. Echter vindt betrokkene dat ze soms te lang blijven en trekt zich dan terug. Betrokkene heeft medicijnen nodig, maar die weigert ze. De casemanager zegt dat er per direct een plek is voor betrokkene waar zij opgenomen zou kunnen worden.
De zoon van betrokkene sluit zich aan bij hetgeen de casemanager naar voren heeft gebracht.
De advocaat zegt dat betrokkene duidelijk heeft aangegeven niet te willen verhuizen. Ze wil niet opgenomen worden in een verpleeghuis. Daarnaast vraagt de advocaat ook om afwijzing van het verzoek omdat het ernstig nadeel naar haar mening niet opweegt tegen de gevolgen van een opname voor betrokkene. Betrokkene komt op dit moment, met de hulp die haar geboden wordt, prima de week door.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk dementie. Betrokkene betwist dit. De rechtbank heeft echter geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene tegen haar zoon praat wanneer hij niet aanwezig is. Ze vertoont daarbij aanwijzingen voor visuele hallucinaties. Betrokkene trekt zich terug in haar eigen wereld, zit dan de hele dag met poppen op haar schoot en leest ze voor. Ze praat tegen foto’s of een beschuitrol waarbij ze doet alsof dit haar kindje is. Ook heeft betrokkene last van waanideeën. Zo vertelt ze regelmatig dat een thuiszorgmedewerker bij haar echtgenoot kwam en seksuele handelingen uitvoerde bij hem. Daardoor wil zij geen thuiszorg krijgen.
Betrokkene is weinig flexibel, rigide en heeft weinig inlevingsvermogen. Betrokkene toont weinig initiatief tot het ondernemen van activiteiten en zit bijna de hele dag in haar stoel.
Ook is betrokkene angstig voor brand in de woning en knipt daarom elektriciteitsdraden door en draait lampen uit alle fittingen.
Daarnaast pakt betrokkene geen eten of drinken en ondersteuning bij ADL lukt niet, omdat ze geen bemoeienis wil. Betrokkene toont geen initiatief tot zelfzorg en weigert hulp hierbij. Ze doet regelmatig de deur niet open. Ook zijn er aanwijzingen van decorumverlies en weigert betrokkene haar medicatie.
Verder herkent betrokkene haar eigen zoon en woning vaak niet meer. De zoon neemt al langere tijd de mantelzorg op zich en is overbelast geraakt.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene zegt dat er niets met haar aan de hand is en dat ze geen hulp nodig heeft. Ze wil niet verhuizen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wzd.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 oktober 2026;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 20 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.