RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446754 / FA RK 26-1706
Datum uitspraak: 15 april 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[casemanager] , casemanager dementie;
echtgenote van betrokkene;
mevrouw [dochter] , dochter;
de heer [schoonzoon] , schoonzoon.
2. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
Betrokkene zegt dat het goed met hem gaat, hij heeft alles. Betrokkene zegt dat zijn vrouw hem weleens helpt, bijvoorbeeld met het vastknopen van zijn overhemd. Betrokkene zegt dat anderen om hem heen bang zijn dat hij valt, maar hij zegt dat dat niet gebeurt. Betrokkene wil niet verhuizen; hij zit hier prima.
De casemanager zegt dat betrokkene geen ziektebesef of ziekte-inzicht heeft. De casemanager zegt dat betrokkene erg afhankelijk is van zorg. De echtgenote staat 24 uur per dag aan, zeker nu betrokkene ’s nachts dwaalt. Alle mogelijkheden in de thuissituatie zijn volgens de casemanager ingezet. Betrokkene gaat graag naar de dagbesteding en heeft het daar erg naar zijn zin. De casemanager zegt dat er op dit moment nog geen opname plek is voor betrokkene.
De echtgenote zegt dat ze betrokkene helpt met aan- en uitkleden en eten maken. Ze gaat de deur niet uit omdat ze betrokkene niet alleen kan laten. De echtgenote komt niet aan slaap toe en heeft geen rust. Ze zegt dat betrokkene geen ziektebesef heeft en niet ziet wat er voor hem gedaan wordt. De echtgenote zegt alles te hebben gedaan wat kon.
De dochter zegt dat betrokkene al tien jaar geleden is gediagnosticeerd met dementie en dat hij steeds meer hulp nodig heeft. De echtgenote kan niet van huis omdat ze betrokkene niet alleen kan laten. Ook ’s nachts moet ze er een aantal keer uit voor betrokkene. De dochter is van mening dat het zo niet langer meer kan. Ze vindt het voor de kwaliteit van leven van zowel betrokkene als zijn echtgenote goed als betrokkene naar een verpleeghuis verhuist. De dochter ziet dat betrokkene erg opknapt van de dagbesteding; dat is de plek waar hij dan ook opgenomen zou worden.
De schoonzoon voegt toe dat de nachtrust voor de echtgenote van betrokkene erg belangrijk is. De huidige situatie levert gevaar voor haar op.
De advocaat zegt dat aan alle wettelijke vereisten is voldaan en het verzoek voor toewijzing gereed ligt. Betrokkene geeft heel duidelijk aan dat hij niet wil verhuizen en dat het met de hulp die hij nu krijgt goed gaat. Dit wil betrokkene graag zo voortzetten. De advocaat vraagt namens betrokkene formeel om afwijzing van het verzoek.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk dementie.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene gedesoriënteerd is in tijd en plaats. Hij begrijpt veel dingen niet en haalt namen en gebeurtenissen door elkaar. Betrokkene heeft last van apraxie. Ook heeft betrokkene de afgelopen maanden delirante periodes met ernstige verwardheid gehad ten gevolge van een urineweginfectie.
Daarnaast kan betrokkene moeilijk voorzien in zijn zelfzorg en overziet hij niet wat er nodig is. Bij alle ADL-verrichtingen, wassen en eten heeft hij hulp nodig. Betrokkene ligt veel op bed.
Verder is betrokkene achterdochtig, weigerachtig en kan hij dreigend zijn. De partner kan een krachtige houding aannemen waardoor betrokkene kalmeert. Echter ervaart de partner hierbij de nodige angst.
De partner van betrokkene is ernstig overbelast en dreigt uit te vallen. Zij verzorgt hem al tien jaar en betrokkene is volledig afhankelijk van haar zorg. Betrokkene is meermaals gevallen, maar zijn partner kan hem dan niet zelf omhoog helpen. De partner moet betrokkene in de nachten ook regelmatig helpen. Dit maakt de nachten voor haar zwaar, waardoor ze uitgeput raakt.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene wil niet verhuizen en wil de situatie zoals deze nu is graag zo voortzetten.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Alle mogelijkheden door middel van thuiszorg en dagbesteding zijn ingezet, maar niet meer toereikend.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wzd.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 oktober 2026;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 20 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.