RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446997 / FA RK 26-1845
Datum uitspraak: 15 april 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [GZ-psycholoog] , GZ-psycholoog;
de heer [verpleegkundige] , verpleegkundige.
Tevens waren de dochter en schoondochter van betrokkene bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar zij zijn niet gehoord.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [zorgorganisatie] . De burgemeester van Tilburg heeft de inbewaringstelling op 10 april 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
4. De standpunten
Betrokkene zegt dat hij ’s nachts heel diep slaapt en dan ook heftig droomt. Vaak gaan deze dromen over vechten wat ertoe leidt dat betrokkene in zijn slaap om zich heen begint te slaan. Betrokkene zegt dat zich dat richt tegen zijn echtgenote omdat hij het eerste wat hij tegenkomt pakt. Betrokkene weet daar niets meer van en hoort dat dan pas ’s ochtends van de echtgenote. Betrokkene vindt het goed om, als oplossing, in een andere ruimte te gaan slapen, maar dat wil de echtgenote volgens hem niet.
Betrokkene vindt het hier bij [zorgorganisatie] best goed; hij heeft geen klagen, op een paar dingen na, maar die zijn uitgepraat volgens betrokkene. Betrokkene vindt niet dat hij nog langer zou moeten blijven. Hij zegt wel van alles te mankeren, maar hij wil alsnog graag naar huis.
De GZ-psycholoog zegt dat de aandachtsschommelingen, wanen en hallucinaties bekend zijn bij het type dementie dat betrokkene heeft. Betrokkene is gedurende de dag en ook tijdens zijn slaap snel geagiteerd en heeft het idee dat mensen tegen hem zijn. Deze agitatie uit hij richting zijn echtgenote. De echtgenote heeft volgens de GZ-psycholoog lichamelijke en psychische schade wat ook door familie en buren wordt bevestigd. Betrokkene dwingt gedurende de dag veel af bij zijn echtgenote. Dit kan zij fysiek momenteel niet aan. De GZ-psycholoog zegt te hebben gepoogd de remslaapstoornissen van betrokkene te behandelen en hem gedragsbeïnvloedende medicatie te laten slikken, maar dit heeft nog niet het gewenste resultaat bereikt. Betrokkene heeft een kort lontje en bij deze vorm van dementie worden deze karaktertrekken volgens de casemanager vergroot. De GZ-psycholoog geeft aan dat betrokkene de afgelopen dagen erg rustig is geweest op de afdeling.
De verpleegkundige zegt dat betrokkene zich de afgelopen dagen over het algemeen voorbeeldig heeft gedragen. Betrokkene is wel gedesoriënteerd in tijd. Betrokkene sluit zich op zijn kamer compleet af en trekt de dekens over zijn hoofd. Betrokkene is erg argwanend. Volgens de verpleegkundige heeft betrokkene een schroevendraaier bij zich en heeft hij geprobeerd om het raam open te maken.
De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil zo spoedig terugkeren naar huis. Betrokkene zegt dat er vast van alles aan de hand is met hem, maar betwist de diagnose dementie. Daarnaast betwist betrokkene ook het ernstig nadeel. Kennelijk gebeurt er wat in zijn slaap, maar betrokkene heeft volgens de advocaat zelf al uitgelegd waar dat vandaan zou komen. Daarnaast zegt de advocaat dat betrokkene ook een andere oplossing heeft geboden, namelijk in een andere kamer slapen. Daarmee wordt niet voldaan aan het subsidiariteitsvereiste.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Anders dan het standpunt van de advocaat dat betrokkene vindt dat er geen sprake is van ernstig nadeel oordeelt de rechtbank dat zij vindt dat hier wel sprake van is. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene al langere tijd agressief gedrag vertoont jegens zijn echtgenote. Zowel overdag als ’s nachts pakt betrokkene zijn echtgenote stevig vast en slaat en schopt haar. Betrokkene heeft daarnaast een dwingende houding richting zijn echtgenote waarbij hij verwacht dat zij bepaalde taken uitvoert voor hem. De echtgenote slaapt slecht en is continu alert. Ze is hierdoor erg angstig en verdrietig.
Wanneer dagelijkse handelingen niet lukken bij betrokkene raakt hij gefrustreerd.
Het agressieve gedrag van betrokkene leidt ertoe dat er een risico bestaat dat andere personen in gevaar zijn of dat hij agressie bij anderen oproept.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk Lewybodydementie. Betrokkene betwist dit. De rechtbank heeft echter geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene vindt niet dat hij nog langer zou moeten blijven en wil zo snel mogelijk terugkeren naar huis.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wzd.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 mei 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 20 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.