ECLI:NL:RBZWB:2026:4188

ECLI:NL:RBZWB:2026:4188

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 17-05-2026
Zaaknummer C/02/445871 / KG ZA 26-118
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vonnis in kort geding. Overeenstemming over voorlopige stapsgewijs opbouwende zorg- en contactregeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

vonnis

Team Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaakgegevens: C/02/445871 / KG ZA 26-118

Datum uitspraak: 16 april 2026

Vonnis in kort geding over vaststelling voorlopige zorg- en contactregeling

in de zaak van

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

wonende in [woonplaats 1] , eiser,

advocaat: mr. S.M.I. van Renterghem-Engelen te Vught,

tegen

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de vrouw,

wonende in [woonplaats 2] , gedaagde,

advocaat: mr. J.C. Hissink te Tilburg,

over hun minderjarige kind:

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, de voorzieningenrechter over de vordering geadviseerd.

1. De procedure

In het procesdossier zitten de volgende stukken:

de op 17 maart 2026 betekende dagvaarding, met producties;

de op 29 maart 2026 ontvangen conclusie van antwoord, met productie;

de brief van 31 maart 2026 van mr. Van Renterghem-Engelen, met productie.

Op 2 april 2026 heeft de voorzieningenrechter de zaak mondeling ter zitting met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van [minderjarige] en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

Tijdens deze zitting zijn verschenen en gehoord:

de man, bijgestaan door mr. Van Renterghem-Engelen;

de vrouw, bijgestaan door mr. Hissink;

een vertegenwoordigster namens de Raad.

2. De feiten

Partijen hebben een relatie met elkaar gehad. [minderjarige] is tijdens deze relatie geboren.

De man heeft [minderjarige] erkend.

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij de vrouw.

Partijen en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.

3. De vordering

De man vordert bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, om een contactregeling tussen de man en [minderjarige] te bepalen, op basis waarvan zij eenmaal per veertien dagen van vrijdag 12.00 uur tot zondag 18.00 uur alsmede in de andere week van woensdag 12.00 uur tot en met vrijdag 12.00 uur het recht hebben op contact met elkaar, waarbij de man [minderjarige] bij de vrouw ophaalt en de vrouw [minderjarige] weer bij de man ophaalt.

Namens en door de man is daartoe, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd.

Op dit moment hebben de man en [minderjarige] slechts een aantal dagen per week gedurende een tot twee uren contact met elkaar in de woning van de vrouw, terwijl de vrouw daarbij aanwezig of in de buurt is. De man wil graag dat er sprake is van gelijkwaardig ouderschap. Om een goede gehechtheidsrelatie met [minderjarige] te kunnen opbouwen, is het volgens de man belangrijk dat zij ook contact met elkaar hebben zonder dat de vrouw daarbij aanwezig is en dat [minderjarige] ook bij hem zal overnachten. Van contra-indicaties voor contact is geen sprake. Een week-op-week-af-regeling is niet mogelijk met het oog op het werkrooster van de man. Een regeling waarbij [minderjarige] drie aaneengesloten dagen (dus met twee overnachtingen) bij de man verblijft, zoals door de man is gevorderd, is voor de man wel haalbaar. De vrouw wil echter niet meewerken aan een zorg- en contactregeling waarbij [minderjarige] bij de man zal overnachten. De man betwist dat hij niet over voldoende opvoed- en verzorgingsvaardigheden zou beschikken. Dat de man soms alcoholhoudende drank drinkt en wiet gebruikt, levert naar de mening van de man geen contra-indicatie op om een ruime zorg- en contactregeling tussen hem en [minderjarige] te bepalen. De man gebruikt namelijk sporadisch en alleen als [minderjarige] daar niet bij aanwezig is. Van problematisch alcohol- en/of drugsgebruik is in ieder geval geen sprake. De man kan ermee instemmen om de zorg- en contactregeling stapsgewijs op te bouwen. De man is daarbij bereid om bij nakoming van die regeling [minderjarige] te halen en terug te brengen.

De vrouw voert verweer tegen de vordering van de man en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de man in zijn vordering dan wel tot afwijzing van die vordering.

Door en namens de vrouw is daartoe, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd.

De vrouw stelt voorop dat zij het contact tussen de man en [minderjarige] niet tegenhoudt. De vrouw maakt zich echter zorgen over het drank- en drugsgebruik van de man. De vrouw stelt daarnaast dat de onderlinge communicatie en samenwerking tussen partijen moeizaam verloopt, dat de man zich soms dwingend opstelt en dat man nog nooit volledig zelfstandig voor [minderjarige] heeft gezorgd. Om die reden vindt de vrouw een uitgebreide zorg- en contactregeling tussen de man en [minderjarige] waarbij [minderjarige] ook bij de man zal overnachten, niet in haar belang. Verder zijn er nog een aantal praktische zaken die een uitbreiding van de huidige zorg- en contactregeling tussen de man en [minderjarige] in de weg staan. De man heeft namelijk wisselende werkroosters, hij is onlangs naar een adres in [woonplaats 1] verhuisd met als gevolg dat hij verder weg woont dan voorheen en hij is bezig met een opleiding en met het opstarten van een eigen bedrijf. De afstand tussen beide adressen is ongeveer 30 km. De vrouw is niet in het bezit van een auto, waardoor zij is aangewezen op het openbaar vervoer. De vrouw wil daarom, mede met het oog op de jonge leeftijd van [minderjarige] , dat partijen eerst goede afspraken met elkaar maken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voordat de zorg- en contactregeling tussen de man en [minderjarige] kan en zal worden uitgebreid. De vrouw vindt het tot slot van belang dat partijen hulpverlening zullen aangaan.

Op de overige standpunten van partijen zal hierna, voor zover van belang voor de beoordeling van de vordering, verder worden ingegaan.

4. De beoordeling

Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

De eerste vraag die de voorzieningenrechter heeft te beantwoorden, is of de man een voldoende spoedeisend belang heeft bij zijn vordering (artikel 254 Rv). Hoewel het spoedeisend belang van de man bij zijn vordering namens de vrouw is betwist, zal de voorzieningenrechter, met het oog op de overeenstemming die partijen in deze procedure hebben bereikt, zoals de voorzieningenrechter hierna verder uiteen zal zetten, aannemen dat de man een voldoende spoedeisend belang bij zijn vordering heeft.

De Raad heeft tijdens de zitting, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. De Raad vindt het begrijpelijk dat de vrouw het spannend vindt om [minderjarige] meer tijd met de man te laten doorbrengen. De Raad vindt het echter belangrijk dat de man en [minderjarige] meer tijd met elkaar kunnen doorbrengen, ook zonder dat de vrouw daarbij aanwezig of in de buurt is. Het bestaande patroon moet daarom doorbroken worden. Hoewel de communicatie en de samenwerking tussen partijen zeker verbetering behoeft, ziet de Raad daarin geen contra-indicatie voor een uitbreiding van de contacten tussen de man en [minderjarige] met overnachtingen. Van belang is dan ook dat partijen de afspraken over en weer zullen nakomen. Vanzelfsprekend dient de man geen drank en drugs te gebruiken of onder invloed te zijn van dergelijke middelen in het bijzijn van [minderjarige] .

Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, waaronder het advies van de Raad, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

Na meerdere onderbrekingen van de zitting hebben partijen een volledige overeenstemming bereikt over de manier waarop de contacten tussen de man en [minderjarige] in de komende periode zullen worden uitgebreid. Partijen zijn namelijk, in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige] , de volgende voorlopige, stapsgewijs opbouwende verdeling overeengekomen:

in de eerste fase van drie weken: [minderjarige] verblijft eenmaal per week een dag van 08.30 uur tot 16.00 uur bij de man (op 11 april 2026, op 14 april 2026 en op 21 april 2026) en daarnaast eenmaal per week van 08.30 uur tot 11.15 uur (op 17 april 2026 en op 25 april 2026);

in de tweede fase van drie weken: [minderjarige] verblijft gedurende twee dagen per week van 08.30 uur tot 16.00 uur bij de man (op 30 april 2026 en op 1 mei 2026, op 6 mei 2026 en op 10 mei 2026 en op 16 mei 2026 en op 17 mei 2026);

in de derde fase van drie weken: [minderjarige] verblijft in de eerste week op 19 mei 2026 bij de man van 08.30 uur tot 16.00 uur bij de man. In de twee weken daarna verblijft [minderjarige] gedurende twee aaneengesloten dagen per week, dus met een overnachting, van 08.30 uur en tot de volgende dag 11.00 uur bij de man (van 26 mei 2026 tot 27 mei 2026 en van 4 juni 2026 tot 5 juni 2026). De eerste week van deze fase wijkt af van de laatste twee weken, omdat partijen in de eerste week geen twee aaneengesloten dagen hebben kunnen plannen;

in de periode daarna: [minderjarige] verblijft gedurende drie aaneengesloten dagen per week, dus met twee aaneengesloten overnachtingen, van 08.30 uur tot twee dagen later 11.00 uur bij de man. Partijen zullen de betreffende data in deze periode in goed onderling overleg nader overeenkomen.

Partijen zijn daarbij overeengekomen dat zij op een goede manier met elkaar zullen (blijven) overleggen. Als er aandachtspunten zijn, dan zullen partijen over en weer deze punten benoemen en daarnaar luisteren. Beide partijen vinden het bovendien belangrijk dat er met betrekking tot (de uitvoering van) de zorg- en contactregeling over [minderjarige] sprake is en blijft van betrouwbaarheid en voorspelbaarheid.

Volledigheidshalve overweegt de voorzieningenrechter nog het volgende. Hij gaat ervan uit dat de man bij de nakoming van de voormelde overeenkomst [minderjarige] bij de vrouw zal ophalen en naar haar zal terugbrengen, dit mede gezien de omstandigheid dat hij is verhuisd naar een adres dat ongeveer 30 km verderop is gelegen en dat de vrouw niet over een eigen auto beschikt. Daarnaast heeft hij op de zitting verklaard daartoe bereid te zijn. Tevens wordt van de man verwacht dat hij niet in aanwezigheid van [minderjarige] wiet en/of alcohol zal gebruiken, of dat hij daarnaar zal ruiken.

Gelet op voormelde overeenstemming tussen partijen, ziet de voorzieningenrechter de vordering van de man als dienovereenkomstig gewijzigd en zal hij deze (gewijzigde) vordering op de onderstaande manier toewijzen.

De voorzieningenrechter zal deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals door de man bij zijn oorspronkelijke vordering is gevorderd. Dit betekent dat de beslissing per direct van kracht is en door beide partijen moet worden uitgevoerd, ook als daartegen een hoger beroep wordt ingesteld.

Gelet op het familierechtelijke karakter van deze procedure, zal de voorzieningenrechter de kosten van partijen in deze procedure tussen hen verdelen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

stelt vast, in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen partijen, dat de man en [minderjarige] voorlopig het recht hebben op contact met elkaar volgens het schema en met inachtneming van de afspraken zoals hiervoor onder rechtsoverweging 4.5 is uiteengezet en de condities zoals die zijn beschreven in rechtsoverwegingen 4.6 en 4.7;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

verdeelt de kosten van partijen in deze procedure tussen hen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026 door

mr. Toekoen, voorzieningenrechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van

mr. Wallerbos als griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Wallerbos als griffier. De voorzieningen

Griffier

  • mr. Wallerbos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand