RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/441902 FA RK 25-5866
Datum uitspraak: 16 april 2026
beschikking over gegrondverklaring ontkenning vaderschap
in de zaak van
[de moeder] ,
hierna: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. E.E.M. van Horen in Tilburg,
Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:
de minderjarige
[minderjarige] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2025, hierna: [minderjarige] ,
vertegenwoordigd door mr. N.M. Lindhout-Schot in haar hoedanigheid van bijzondere curator,
[de juridische vader] ,
hierna: de juridische vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.
Als informant in deze zaak wordt aangemerkt:
[de vermoedelijke biologische vader] ,
hierna: de vermoedelijke biologische vader,
wonende te [woonplaats] .
1. Het verdere procesverloop
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
het op 13 november 2025 ontvangen verzoek, met bijlagen;
de brief met bijlagen van mr. Van Horen van 5 december 2025;
de in deze zaak gegeven beschikking van de rechtbank van 5 januari 2026 tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige] ;
de oproep van de juridische vader door de griffier van deze rechtbank in de Staatscourant van 5 januari 2026;
het op 3 maart 2026 ontvangen verslag van de bijzondere curator.
De verzoeken zijn mondeling behandeld op 7 april 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en de vermoedelijke biologische vader. De moeder en de vermoedelijke biologische vader zijn bijgestaan door een tolk in de Oekraïense taal. Ook was aanwezig de bijzondere curator.
De juridische vader is correct opgeroepen, maar is niet gekomen.
2. De verzoeken
De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van de juridische vader ten aanzien van [minderjarige] .
De bijzondere curator heeft namens de minderjarige eveneens gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van de juridische vader verzocht.
3. De nadere beoordeling
Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank mr. Lindhout-Schot benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] . De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen.
Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast:
- De juridische vader en de moeder zijn op [datum 1] 2023 te [plaats] , Oekraïne, met elkaar gehuwd.
- Bij beschikking van de Oekraïense rechtbank van [datum 2] 2024 is in hun huwelijk de echtscheiding uitgesproken. De beslissing is kracht van gewijsde gegaan op 12 november 2024. Deze beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand in Nederland.
- De moeder is op [geboortedag 1] 2025 te [woonplaats] bevallen van [minderjarige] .
- De juridische vader staat als vader geregistreerd op de geboorteakte van [minderjarige] .
- De minderjarige en de vrouw hebben de Oekraïense nationaliteit. De juridische vader heeft vermoedelijk de Oekraïense nationaliteit.
Internationaal privaatrecht (IPR)
Vanwege het feit dat de minderjarige, de moeder en de juridische vader de Oekraïense nationaliteit hebben, draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom dient de rechtbank ambtshalve vast te stellen of de rechtbank internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek, en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek.
Internationale bevoegdheid
In artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) staat dat met uitzondering van zaken als bedoeld in de artikelen 4 en 5, in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingediend de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, indien hetzij de verzoeker of, indien er meer verzoekers zijn, een van hen, hetzij een van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbende in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. De moeder heeft haar woonplaats in Nederland, dus heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht.
Relatieve bevoegdheid
Op grond van artikel 265 Rv is de rechter van de woonplaats van de minderjarige of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige, bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. [minderjarige] en de moeder zijn woonachtig in de gemeente Tilburg zodat deze rechtbank bevoegd is kennis te nemen van het verzoek.
Rechtsgeldigheid huwelijk en juridisch vaderschap
In artikel 10:31, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig wordt erkend. In het tweede lid van dit artikel staat dat een buiten Nederland ten overstaan van een diplomatieke of consulaire ambtenaar voltrokken huwelijk dat voldoet aan de vereisten van het recht van de staat die die ambtenaar vertegenwoordigt, als rechtsgeldig wordt erkend tenzij die voltrekking in de staat waar zij plaatsvond niet was toegestaan. In het derde lid van dit artikel staat dat voor de toepassing van de leden 1 en 2 onder recht mede worden begrepen de regels van internationaal privaatrecht. In het vierde lid van dit artikel staat dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. De rechtbank geeft geen twijfels over de rechtsgeldigheid van het huwelijk tussen de moeder en de juridische vader.
In artikel 10:92, eerste lid, BW staat dat, voor zover hier van belang, of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde persoon of gehuwd geweest zijnde persoon, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die persoon of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en die persoon elk hun gewone verblijfplaats hebben, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. In het derde lid van dit artikel staat dat voor de toepassing van het eerste lid bepalend is het tijdstip van de geboorte van het kind dan wel, indien het huwelijk of geregistreerd partnerschap van de ouders voordien is ontbonden, dat van de ontbinding.
De moeder en de juridische vader hadden op het moment van de ontbinding van hun huwelijk de Oekraïense nationaliteit. Dit betekent dat het Oekraïense recht van toepassing is.
Op basis van de overgelegde stukken staat vast het huwelijk tussen de moeder en de juridische vader op 12 november 2024 is ontbonden. [minderjarige] is geboren op [geboortedag 1] 2025. Op basis van het Oekraïense recht is de vader van een kind degene die met de moeder van het kind getrouwd is geweest als het kind binnen tien maanden na beëindiging van het huwelijk is geboren (art. 122 lid 2 Familiewetboek). Dit betekent dat de juridische vader correct als juridische vader van [minderjarige] is aangemerkt.
Ontkenning vaderschap
In artikel 10:93, eerste lid, BW staat dat, of familierechtelijke betrekkingen als bedoeld in artikel 10:92 BW in een gerechtelijke procedure tot gegrondverklaring van een ontkenning kunnen worden tenietgedaan, wordt bepaald door het recht dat volgens artikel 10:92 BW op het bestaan van die betrekking toepasselijk is. Hierbij is dus ook het Oekraïense recht van toepassing.
Ten aanzien van het verzoek van de moeder geeft de rechtbank aan dat op grond van artikel 138 van het Oekraïense Familiewetboek de moeder, binnen één jaar na de geboorte van het kind, een verzoek kan indienen om de naam van de juridische vader uit het geboorteregistratiesysteem te laten verwijderen (ontkenning van het vaderschap). Op basis van lid 2 van dat artikel kan dat alleen worden gedaan als het vaderschap door een ander wordt opgeëist.
Ten aanzien van het verzoek van de bijzondere curator namens [minderjarige] geeft de rechtbank aan dat de Oekraïense wet niet de mogelijkheid biedt voor het kind om te verzoeken tot ontkenning van het vaderschap. In artikel 10:93, tweede lid, BW staat dat als volgens het toepasselijk recht de ontkenning van het vaderschap niet mogelijk is, dan kan de rechter, als dit in het belang is van het kind is en de ouders en het kind een daartoe strekkend gezamenlijk verzoek doen, een ander recht toepassen of het recht toepassen van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind ten tijde van de ontkenning of het Nederlandse recht.
Beoordeling rechtbank
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat de vrouw in september 2023 vanuit Oekraïne met haar twee minderjarige kinderen naar Nederland is gevlucht vanwege de oorlog. De juridische vader is in Oekraïne achtergebleven. De vrouw is gescheiden van de juridische vader. Zij is in Nederland een relatie aangegaan met de vermoedelijke biologische vader. Zij wonen sinds mei 2024 samen. [minderjarige] is op [geboortedag 1] 2025 geboren. Tussen de moeder en de vermoedelijke biologische vader staat vast dat hij de verwekker is van [minderjarige] . De bijzondere curator heeft daarover in haar verslag aangegeven dat zij daarom een DNA-test niet noodzakelijk vindt. De advocaat van de moeder heeft aangegeven dat zij contact heeft gehad met de Oekraïense ambassade en de gemeente Tilburg over de erkenning door de vermoedelijke biologische vader van [minderjarige] na ontkenning van het vaderschap van de juridische vader. Daaruit is gevolgd dat de moeder en de vermoedelijke biologische vader na het onherroepelijk worden van een toewijzende beschikking door de rechtbank samen de erkenning van [minderjarige] bij de gemeente Tilburg kunnen regelen. De moeder en de vermoedelijke biologische vader hebben tijdens de zitting bevestigd dat zij dit ook daadwerkelijk gaan doen zodra het mogelijk is.
De rechtbank zal, in navolging van het advies van de bijzondere curator, het verzoek van de moeder toewijzen. De moeder is ontvankelijk in haar verzoek. Artikel 138, tweede lid, van het Oekraïens Familiewetboek stelt als vereiste dat het verzoek alleen kan worden toegewezen als het vaderschap door een ander wordt opgeëist. De rechtbank acht het in dat kader voldoende dat de vermoedelijke biologische vader uitdrukkelijk heeft aangegeven de juridische vader van [minderjarige] te willen worden en dat hij en de moeder, zodra dat mogelijk is, zich zullen wenden tot de gemeente om de erkenning van [minderjarige] door de vermoedelijke biologische vader te regelen. De rechtbank acht toewijzing van het verzoek in het belang van [minderjarige] . Inwilliging van het verzoek betekent dat de moeder en de vermoedelijke biologische vader de ruimte krijgen om de juridische situatie in overeenstemming met de biologische werkelijkheid te brengen en dat er op deze wijze voor [minderjarige] duidelijkheid ontstaat over het vaderschap over hem.
Aangezien het verzoek van de moeder wordt toegewezen zal de rechtbank het verzoek van de bijzondere curator afwijzen, aangezien het inhoudelijk hetzelfde verzoek betreft.
Beëindiging taak van de bijzondere curator
De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator.
Het voorgaande betekent dat als volgt wordt beslist.
3. De beslissing
De rechtbank
verklaart gegrond de ontkenning van het vaderschap van de heer [de juridische vader] , geboren te [geboorteplaats 2] , Oekraïne, op [geboortedag 2] 1974, ten aanzien van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2025 te [geboorteplaats 1] ;
beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd;
wijst het verzoek van de bijzondere curator af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op: