[belanghebbende] , uit [plaats] (Polen), belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende dat op 8 maart 2024 is ontvangen. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021 met aanslagnummer [BSN] .H.16.01.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Betalingsonmacht
4. In het beroepschrift heeft belanghebbende aangegeven niet in staat te zijn om binnen verschillende termijnen geld te betalen. De rechtbank heeft dit opgevat als een beroep op betalingsonmacht. Bij aangetekend verzonden brief van 30 juni 2025 is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om het beroep op betalingsonmacht binnen twee weken te onderbouwen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 10 juli 2025 om 10:49 uur is ontvangen. Aan dit verzoek van de rechtbank heeft de belanghebbende niet voldaan. De griffier heeft vervolgens bij bericht van 31 juli 2025 het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?
5. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 23 september 2025 belanghebbende voor de laatste keer in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van de brief. De enveloppe waarin deze brief is verzonden, is ongeopend ter griffie terugontvangen met de melding “geweigerd; retour afzender”. Deze brief is verstuurd naar het door belanghebbende opgegeven adres. Daarop is de brief op 16 oktober 2025 nogmaals naar dat adres gestuurd, nu per gewone post en met een laatste termijn van twee weken.
6. Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
7. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 26 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.