ECLI:NL:RBZWB:2026:4201

ECLI:NL:RBZWB:2026:4201

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 17-05-2026
Zaaknummer C/02/446700 / JE RK 26-573
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Machtiging gesloten jeugdhulp

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/446700 / JE RK 26-573

Datum uitspraak: 16 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

gevestigd te Middelburg,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2012 te [geboorteplaats] (Oekraïne),

hierna te noemen: [minderjarige] ,

advocaat: mr. R. Wouters uit Middelburg.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [plaats] .

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

verblijvende op een voor de rechtbank onbekend adres in Oekraïne,

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de stiefvader]

hierna te noemen: de stiefvader,

wonende in [plaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 april 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- [minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat;

- de moeder en de stiefvader, bijgestaan door een tolk in de Oekraïense taal;

- een vertegenwoordigster van de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige] voorafgaand aan de zitting naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Ook heeft [minderjarige] tijdens dit gesprek een brief overhandigd aan de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld en in haar brief heeft geschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

De moeder, de vader en [minderjarige] hebben de Oekraïense nationaliteit.

Bij beschikking van 7 oktober 2025 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige]

uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 7 oktober 2025 en tot 21 oktober 2025. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

Bij beschikking van 20 oktober 2025 is een machtiging verleend om [minderjarige] uit

huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 21 oktober

2025 en tot 2 december 2025. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden en vervolgens bij beschikking van 24 november 2025 afgewezen na intrekking van het verzoek.

Bij beschikking van 28 november 2025 is een voorwaardelijke machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 2 december 2025 en tot 2 mei 2026.

Bij beschikking van 2 februari 2026 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 2 februari 2026 en tot 2 februari 2027.

3. Het verzoek

De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

4. De standpunten

De GI handhaaft het verzoek. De GI licht toe dat het begrijpelijk is dat [minderjarige] niet langer bij [accommodatie] wil verblijven. Het is ook niet de bedoeling dat zij daar nog lang zal zijn. Als blijkt dat de verzochte duur van zes maanden niet nodig is en een terugkeer in de thuissituatie of uitstroom naar een open setting eerder mogelijk is, zal de GI daartoe over gaan. Desgevraagd kan de GI er achter staan dat de machtiging gesloten jeugdhulp wordt verleend voor de duur van drie maanden, onder aanhouding van het restant.

[minderjarige] wil het liefst weer thuis wonen. Zij vertelt dat haar moeder en stiefvader zijn veranderd en ze heeft het gevoel dat het onderlinge vertrouwen is gegroeid en dat zij elkaar beter begrijpen. Eerst vonden haar moeder en stiefvader vooral dat [minderjarige] moest veranderen, maar inmiddels zien zij in dat zij ook moeten veranderen en daarvoor willen zij hun best gaan doen. Daar komt bij dat de oma van [minderjarige] inmiddels ook bij de moeder en stiefvader woont en [minderjarige] verwacht dat de veranderde dynamiek ook helpend zal zijn bij een thuisplaatsing. Mocht het thuis onverhoopt niet goed gaan, dan wil [minderjarige] naar een open groep maar zij wil eerst een kans om te laten zien dat het thuis wel goed zal gaan. [minderjarige] vertelt verder dat zij het erg moeilijk heeft bij [accommodatie] , onder andere door de invloed van haar groepsgenoten. Zij voelt zich bij [accommodatie] verdrietiger dan thuis. Hierdoor is [minderjarige] bij [accommodatie] begonnen met zichzelf te beschadigen. Het verblijf bij [accommodatie] is dus niet geschikt voor [minderjarige] . Daar komt bij dat door de groepsleiding is aangegeven dat de rust en liefde die [minderjarige] nodig heeft, niet geboden kan worden binnen [accommodatie] . Omdat perspectief erg belangrijk is voor [minderjarige] , wordt verzocht de machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor maximaal drie maanden zodat binnen die periode een duidelijk plan kan worden opgesteld en kan worden toegewerkt naar een thuisplaatsing of naar een open setting.

De moeder wil graag dat [minderjarige] weer thuis komt wonen. De moeder en de stiefvader zijn bereid om aan alle benodigde hulpverlening mee te werken, zolang [minderjarige] maar naar huis komt.

De stiefvader wil graag dat [minderjarige] weer thuis komt wonen. Hij ziet dat [minderjarige] zich positief heeft ontwikkeld en dat het verblijf in [accommodatie] geen goede invloed op haar heeft. Het zal beter gaan met [minderjarige] als zij weer thuis woont, ook omdat de moeder en de stiefvader dan meer voor haar kunnen betekenen.

5. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De kinderrechter constateert dat de vader, de moeder en [minderjarige] de Oekraïense nationaliteit hebben. Dit brengt mee dat deze zaak een internationaal karakter heeft, waardoor de kinderrechter (ambtshalve) dient te beoordelen of haar in deze zaak rechtsmacht toekomt. Indien dit het geval is, dient de kinderrechter het toepasselijk recht te bepalen.

Op grond van artikel 7 lid 1 van de verordening Brussel II-ter zijn ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt.

Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, komt de Nederlandse kinderrechter rechtsmacht toe. Nu de Nederlandse kinderrechter bevoegd is om op het verzoek te beslissen, zal op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 het Nederlands recht op het verzoek worden toegepast.

Het wettelijk kader

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Tevens dienen er geen minder ingrijpende mogelijkheden te zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.

De inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter overweegt allereerst dat zij het betreurt dat [minderjarige] zich niet op haar plek voelt bij [accommodatie] . Het is duidelijk dat [minderjarige] het erg moeilijk heeft bij [accommodatie] en dat moet serieus worden genomen, zeker gelet op de omstandigheid dat [minderjarige] bij [accommodatie] is begonnen met zelfbeschadiging. Het is van belang dat [minderjarige] veilig is en dat zij zich gesteund voelt, hetgeen op dit moment niet het geval is bij [accommodatie] . Dit volgt ook uit de brief die door [minderjarige] is overhandigd, waarin de groepsleiding van [accommodatie] heeft aangegeven dat de liefde en rust die [minderjarige] nodig heeft niet bij [accommodatie] kan worden geboden. Tegelijkertijd is gebleken dat er nog verschillende punten zijn waaraan moet worden gewerkt voordat [minderjarige] kan terugkeren naar de thuissituatie van de moeder of kan uitstromen naar een open setting. Zo dient in de komende periode diagnostisch onderzoek ingezet te worden om meer zicht te krijgen op de problematiek van [minderjarige] en welke behandeling zij verder behoeft. Er zijn namelijk nog steeds zorgen over de problematiek rondom de emotieregulatie en beïnvloedbaarheid van [minderjarige] , het ontbreken van zicht op haar sociale contacten en de manier waarop zij omgaat met begrenzing en structuur. Daarnaast moet samen met [accommodatie] worden bezien welke hulpverlening nodig is in de thuissituatie van de moeder om een eventuele terugkeer van [minderjarige] in de thuissituatie te laten slagen. Hierbij overweegt de kinderrechter dat een terugkeer in de thuissituatie de voorkeur heeft boven een plaatsing in een open setting, zeker gelet op de wens van zowel [minderjarige] als de moeder en de stiefvader tot een thuisplaatsing van [minderjarige] en de omstandigheid dat de dynamiek in de thuissituatie is veranderd doordat er meerdere familieleden bij hen thuis zijn komen wonen, waaronder de oma van [minderjarige] . Tijdens het volgende overleg met [minderjarige] , de moeder, de stiefvader, de GI, [accommodatie] en de overige betrokken hulpverlening dient deze optie dan ook nadrukkelijk besproken te worden.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat, naast de formele vereisten van de Jeugdwet, aan de wettelijke vereisten van artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet is voldaan. De kinderrechter is van oordeel dat nog steeds sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden dan een voortzetting van het verblijf in de gesloten jeugdhulp zijn om deze problemen te behandelen.

Omdat het van belang is dat de terugkeer van [minderjarige] in de thuissituatie of de uitstroom naar een open groep zorgvuldig wordt vormgegeven, zal de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van drie maanden. De kinderrechter begrijpt dat [minderjarige] liever op kortere termijn wil terugkeren naar de thuissituatie, maar vindt het vooral belangrijk dat zorgvuldig wordt gewerkt aan bovengenoemde punten om de kans zo groot mogelijk te maken dat de terugkeer van [minderjarige] in de thuissituatie of uitstroom naar een open setting goed verloopt. Gelet op hetgeen de GI heeft verklaard, gaat de kinderrechter er daarbij vanuit dat de machtiging gesloten jeugdhulp niet langer ten uitvoer wordt gelegd dan strikt noodzakelijk en eerder wordt overgegaan tot een terugkeer in de thuissituatie of uitstroom naar een open setting als dit mogelijk blijkt te zijn.

De kinderrechter zal het resterende deel van het verzoek aanhouden tot donderdag 18 juni 2026 PRO FORMA. De kinderrechter verwacht dat de GI uiterlijk op die datum schriftelijk zal informeren over het verloop van de plaatsing bij [accommodatie] , het perspectief van [minderjarige] en over het gewenste verdere procesverloop.

Naast hetgeen hierboven is overwogen, vindt de kinderrechter het belangrijk dat er vanuit de GI en [accommodatie] aandacht is voor de psychische gezondheid van [minderjarige] en dat goed wordt onderzocht hoe [minderjarige] het beste geholpen kan worden en hoe het verblijf bij [accommodatie] in de komende periode prettiger kan worden gemaakt voor haar. Daarnaast is het belangrijk dat [minderjarige] in de komende periode vanuit de gesloten setting van [accommodatie] kan gaan oefenen met vrijheden, ook gelet op de wens van [minderjarige] te kunnen laten zien dat zij in de afgelopen periode is veranderd.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 16 april 2026 en tot 16 juli 2026;

houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek aan tot donderdag 18 juni 2026 PRO FORMA, in afwachting van het schriftelijke verslag van de GI, zulks met inachtneming van hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 5.8 is overwogen;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van der Meer als griffier, en op schrift gesteld op 30 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Van der Meer als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand