ECLI:NL:RBZWB:2026:4213

ECLI:NL:RBZWB:2026:4213

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer C/02/445895 / KG ZA 26-121
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

KG- vervangende toestemming vakantie

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

vonnis

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

Zaak- / rolnummer: C/02/445895 / KG ZA 26-121

Vonnis in kort geding van 17 april 2026

in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende te [plaats 1] ,

eiseres,

advocaat: mr. F.J.I. van den Branden te Terneuzen,

tegen

[de man] ,

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

De voorzieningenrechter merkt als informant aan:

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd in Middelburg.

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg (hierna: de Raad), de voorzieningenrecht van de rechtbank over de vordering geadviseerd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties;

- de mondelinge behandeling op 30 maart 2026.

De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de man. Tevens was aanwezig een vertegenwoordigster namens de Raad en een vertegenwoordigster namens de GI.

De zaak is gelijktijdig behandeld met de zaken met zaaknummers C/02/419241 / FA RK 24-756 (bodemprocedure) en C/02/446158 / JE RK 26-461 (ondertoezichtstelling). Op deze zaaknummers is per separate beschikking beslist.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Bij beschikking d.d. 8 januari 2025 van deze rechtbank is in het huwelijk van partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 16 januari 2025 is ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.

Voor het huwelijk is het navolgend, thans nog minderjarig, kind geboren:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] .

De man heeft [minderjarige] erkend. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

De minderjarige verblijft bij de vrouw.

De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit. De man heeft de Nederlandse en de Marokkaanse nationaliteit.

Bij voorlopige voorzieningenbeschikking van 5 maart 2024 (gegeven onder zaaknummer C/02/418520 / FA RK 24-416) heeft de rechtbank [minderjarige] toevertrouwd aan de vrouw en bepaald dat de man en [minderjarige] in het kader van een voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar gedurende twee losse dagen per week, te weten op de dinsdag en donderdag en vanaf 1 april 2024 op de dinsdag en vrijdag. Tevens zijn partijen in die beschikking verwezen in het kader van het Uniform Hulpaanbod (UHA).

Bij beschikking van 20 januari 2026 heeft de kinderrechter van deze rechtbank de minderjarige voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming West Zeeland gesteld, zulks met ingang van 20 januari 2026 tot 3 februari 2026. Het overige deel van het verzoek is aangehouden.

Bij beschikking van 30 januari 2026 is het resterende deel van het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling van de minderjarige toegewezen, te weten voor de periode van 3 februari 2026 en tot 20 april 2026.

Bij beschikking van 9 februari 2026 heeft de rechtbank voornoemde voorlopige voorzieningenbeschikking van 5 maart 2024 gewijzigd ten aanzien van de daarin vastgestelde voorlopige zorgregeling en heeft bepaald dat er voorlopig geen omgang zal plaatsvinden tussen de man en de minderjarige [minderjarige] , dit met inachtneming van hetgeen hierover in r.o. 4.15. is overwogen. Verder heeft de rechtbank de Raad verzocht een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de onder r.o. 4.17. vermelde vragen en daarover te rapporteren en te adviseren. Het meer of anders verzochte is afgewezen.

3. De vordering

De vrouw vordert bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, aan haar, ter vervanging van de toestemming van de man, toestemming te verlenen om met de minderjarige zoon van partijen [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023, in de periode van 14 tot en met 21 mei 2026 af te reizen naar [plaats 3] , Spanje, en aldaar te verblijven.

De man voert verweer tegen de vordering van de vrouw.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling

Procesvertegenwoordiger

De man heeft tijdens de zitting opgemerkt dat hij op dit moment niet wordt bijgestaan door een advocaat, terwijl hij dit wel graag zou willen. Hij heeft dan ook contact gelegd met een advocaat uit die ‘s-Gravenhage, maar die heeft zich vanwege zijn vakantie niet gesteld in onderhavige procedure. De man heeft daarom om aanhouding van de zaak verzocht.

Een kort geding voor de voorzieningenrechter (artikel 254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv)) is een dagvaardingszaak. Volgens de hoofdregel van artikel 79, tweede lid, Rv, geldt bij dagvaardingszaken de verplichting tot procesvertegenwoordiging door een advocaat. Voor kort gedingen maakt de wet echter een uitzondering: de gedaagde mag in persoon verschijnen (artikel 255, eerste lid, Rv).

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de man gedurende een ruime periode in de gelegenheid is geweest om een procesvertegenwoordiger te regelen. Ter zitting heeft de man verklaard dat hij inmiddels contact heeft gelegd met een advocaat uit ’s-Gravenhage die bekend is met het familie- en jeugdrecht. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat deze advocaat, indien gewenst, tijdig had kunnen optreden, zich had kunnen stellen en zo nodig om aanhouding had kunnen verzoeken. Echter heeft de man ervoor gekozen om zonder procesvertegenwoordiger in persoon te verschijnen. Dat dit niet is gebeurd, komt voor rekening en risico van de man. Daarnaast is de man tijdens de zitting voldoende in de gelegenheid gesteld zijn standpunt naar voren te brengen. Van schending van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor is dan ook geen sprake. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel niet in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde heeft gehandeld door de zitting buiten aanwezigheid van een advocaat van de man doorgang te laten vinden.

Spoedeisend belang

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de zitting staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vordering vast, namelijk dat de vrouw al op 14 mei 2026 met de minderjarige op vakantie wil gaan. De spoedeisendheid is ook niet door de man betwist.

Vervangende toestemming vakantie

Door en namens de vrouw is in de stukken en tijdens de zitting aangevoerd dat zij meermaals de man heeft verzocht zijn toestemming te verlenen voor een vakantie met de minderjarige. De vrouw wil namelijk met de minderjarige van 14 mei 2026 tot en met 21 mei 2026 naar Spanje, [plaats 3] , gaan voor vakantie. Gelet op de turbulente situatie waarin de vrouw en de minderjarige al geruime tijd verkeren wenst de vrouw in een andere omgeving even tot rust te komen.

Door de man is aangevoerd dat hij, gelet op alles wat tussen partijen speelt, het van belang acht om eerst af te wachten wat tijdens de zitting wordt besproken, alvorens zijn toestemming voor de vakantie te verlenen. Desgevraagd heeft de man aangegeven de vrouw en de minderjarige wel een vakantie samen te gunnen.

De vertegenwoordigster van de Raad stelt dat de minderjarige recht heeft op vakantie en dat dit ook belangrijk is voor zijn ontwikkeling.

De vertegenwoordigster van de GI ziet geen redenen om de vordering van de vrouw voor wat betreft de vakantie met de minderjarige naar Spanje af te wijzen.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag, zoals over een reis met /van een kind naar het buitenland, op verzoek van de ouders of van een van hen aan de voorzieningenrechter kunnen worden voorgelegd. De voorzieningenrechter neemt alsdan een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Alvorens te beslissen dient de rechter, op grond van artikel 1:253a lid 5 BW, een vergelijk tussen beide ouders te beproeven.

Partijen hebben het gezamenlijk gezag over de minderjarige. Dit betekent dat de vrouw de toestemming van de man nodig heeft om met de minderjarige naar het buitenland te reizen en daar te verblijven. In het algemeen is het in het belang van een kind, dat een kind op vakantie kan met zijn of haar ouders. Uitzonderingen kunnen bijvoorbeeld zijn wanneer de ouder die met het kind op vakantie wil niet in staat is om goed voor een kind te zorgen, wanneer er een gegronde vrees zou zijn voor ontvoering van het kind door de ouder of wanneer een vakantie in strijd is met tussen partijen gemaakte afspraken over de zorg- en contactregeling.

Tijdens de zitting heeft de voorzieningenrechter geprobeerd met partijen tot een vergelijk te komen. De voorzieningenrechter zal, omdat de beproeving van een vergelijk tussen partijen vergeefs is gebleken, de door de vrouw verzochte vervangende toestemming voor de vakantie naar [plaats 3] , Spanje, beoordelen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter verzet niets zich er tegen dat de vrouw met de minderjarige op vakantie naar [plaats 3] , Spanje gaat. De man heeft geen concreet bezwaar aangevoerd dat aan de vakantie in de weg zou kunnen staan. Er is dan ook geen aanleiding om te veronderstellen dat een vakantie met zijn moeder niet in het belang van de minderjarige zou zijn. De voorzieningenrechter zal de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man – toestemming verlenen voor het verblijf van de vrouw met de minderjarigen in [plaats 3] , Spanje voor de periode van 14 mei 2026 tot en met 21 mei 2026. Het vorenstaande leidt tot toewijzing van de vordering van de vrouw.

Uitvoerbaar bij voorraadverklaring

De voorzieningenrechter zal de beslissing, gelet op de aard daarvan, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door de vrouw, nu dit in het belang van de minderjarige wordt geacht. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als daartegen hoger beroep wordt ingesteld.

Proceskostenveroordeling

Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

verleent aan de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man – toestemming om met de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] , in de periode van 14 mei 2026 tot en met 21 mei 2026 te reizen naar [plaats 3] , Spanje en aldaar te verblijven;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Voorn, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 in tegenwoordigheid van mr. De Haard, griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. De Haard

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand