RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446883 / FA RK 26-1777
Datum uitspraak: 17 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] , gemeente Gilze en Rijen,
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 april 2026 op het [accommodatie] in [plaats 2] . Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
mevrouw [persoon] , klinisch psycholoog.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
Betrokkene is het eens met het verzoek om een zorgmachtiging te verlenen. Zij heeft ook zelf gevraagd om een zorgmachtiging. Sinds een week verblijft betrokkene weer thuis nadat zij was opgenomen. Zij vindt dat er vangnet moet zijn op het moment dat het niet goed met haar gaat. Betrokkene begrijpt dat het, gelet op haar psychische problematiek, niet wenselijk is dat zij drugs gebruikt.
De klinisch psycholoog geeft aan dat het de afgelopen periode niet goed is gegaan met betrokkene. Er was sprake van psychische ontregeling en in eerste instantie is er geprobeerd om betrokkene vrijwillig op te nemen. Dat heeft uiteindelijk niet gewerkt, waardoor er een crisismaatregel is gekomen. Na twee weken was het toestandsbeeld voldoende gestabiliseerd en is betrokkene weer naar huis gegaan. Deze zorgmachtiging is nodig om de (ambulante) hulp goed in te kaderen en om in te kunnen grijpen op het moment dat het niet goed gaat met betrokkene. Voor betrokkene zou het helpend zijn als zij geen middelen (drugs) meer gebruikt.
De advocaat refereert zich voor wat het betreft het verzoek aan het oordeel van de rechtbank. Betrokkene vindt het fijn om weer thuis te zijn en zij realiseert zich dat het wenselijk is dat zij een steuntje in de rug heeft middels een zorgmachtiging.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een bipolaire stemmingsstoornis.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Meer concreet blijkt uit de medische verklaring en het zorgplan dat betrokkene,
voordat zij met een crisismaatregel werd opgenomen, toenemend stagneerde op sociaal-maatschappelijk vlak. Er was sprake van financiële problemen, verminderde zelfzorg (waaronder verminderd eten) en verminderde sociale contacten. Betrokkene heeft een huurachterstand waardoor zij het risico loopt haar woning kwijt te raken. De politie heeft betrokkene in verwarde toestand naast de snelweg aangetroffen. Tijdens de opname heeft zij met een stoel gegooid. Bij een nieuwe ontregeling bestaat het risico op terugkeer van vorenstaand ernstig nadeel.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Vanuit de behandelaars wordt gezien dat betrokkene een wisselende houding heeft ten aanzien van de betrokken hulp. Zij heeft meermaals op eigen initiatief de behandeling gestaakt, terwijl zij nog niet stabiel was. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudend dat betrokkene periodiek contact heeft met de ambulante hulp.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. en 4.8. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 oktober 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Weterings, griffier, en op schrift gesteld op 1 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.