RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446667 / FA RK 26-1674
Datum uitspraak: 17 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 31 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
de moeder van betrokkene;
mevrouw [persoon 1] , GZ-psycholoog;
mevrouw [persoon 2] , behandelaar.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
3. De standpunten
Betrokkene geeft aan dat hij een zorgmachtiging niet nodig vindt. Hij wil voortaan zorg krijgen in een vrijwillig kader. Betrokkene neemt zijn medicatie vrijwillig in en dat is wat hem betreft ook het belangrijkste onderdeel van de zorgmachtiging. De afgelopen periode heeft betrokkene een “oude gevangenisstraf” van 30 dagen moeten uitzitten. Dat heeft ervoor gezorgd dat hij niet naar school kon of werk kon gaan zoeken. Hij is sinds één maand weer op vrije voeten en hij wil nu aan zijn toekomst gaan werken.
De behandelaar stelt dat er sprake is van een wisselende houding van betrokkene ten aanzien van de afspraken met de hulpverlening. Het ziektebesef en ziekte-inzicht is bij betrokkene nog onvoldoende aanwezig. Het positieve is dat betrokkene graag wil gaan werken en dat hij zich positief wil ontwikkelen. Er is daarom geen bezwaar tegen een beperking van de duur van de zorgmachtiging.
De psycholoog vindt een zorgmachtiging voor betrokkene nog nodig. Zijn motivatie om geholpen te worden is wisselend en zijn functioneren is nog erg kwetsbaar. Op dit moment bestaat nog het risico dat hij zijn medicatie niet trouw in blijft nemen. Wanneer dat gebeurt, ontregelt betrokkene en dat leidt tot ernstig nadeel. Uit het verleden blijkt dat zijn houding snel kan omslaan, waarbij hij alle hulp buiten de deur houdt.
De advocaat verzoekt de rechtbank om het verzoek af te wijzen, omdat betrokkene van mening is dat er geen sprake is van een psychische stoornis. Betrokkene is van mening dat zijn hulp in een vrijwillig kader kan doorlopen. Hij woont nu bij zijn moeder, wil niet meer worden opgenomen, wil geen politiecontacten meer en hij wil aan zijn toekomst werken. Subsidiair verzoekt de advocaat om geen vormen van verplichte zorg op te nemen die zien op een opname en om de duur van de zorgmachtiging te beperken tot 6 maanden. Het idee dat betrokkene zou kunnen worden opgenomen, werkt voor hem beklemmend.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Hij heeft namelijk schizofreniespectrumstoornis, een disruptieve impulsbeheersingstoornis en een middelengerelateerde en verslavingsstoornis. Betrokkene betwist dat er sprake is van een psychische stoornis bij hem. De rechtbank heeft echter geen gegronde redenen om te twijfelen aan de bevindingen in de medische verklaring en van de behandelaars.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Uit de stukken blijkt dat het (dreigend) ernstig nadeel bestaat uit (fysiek) agressief gedrag naar anderen. Op het moment dat betrokkene geen antipsychotica meer neemt, raakt hij gedesorganiseerd en decompenseert hij uiteindelijk psychotisch. Er is dan sprake van onvoorspelbare agressie naar anderen en materialen. Ook bestaat het gevaar dat betrokkene met zijn hinderlijke gedrag de agressie van anderen over zich afroept. Hij mijdt zorg. Een terugval in middelengebruik alsook veelvuldig nachtelijke bewegingen leiden tot slaaptekort met hieruit voortvloeiend agressie en delictgedrag. Verder is er bij betrokkene gevaar op gezondheidsschade.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De behandelaars constateren dat het bij betrokkene ontbreekt aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Daarnaast heeft hij een wisselende houding ten aanzien van de hulp die hij krijgt. Betrokkene houdt zich niet altijd aan de afspraken met de ambulante hulp. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende dat betrokkene contact heeft met het ambulant team;
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
De overige verzochte vormen van verplichte zorg worden niet opgenomen in de zorgmachtiging.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. Gelet op de prille positieve ontwikkelingen van betrokkene, zal de rechtbank de duur van zorgmachtiging beperken tot 6 maanden.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. en 4.8. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 oktober 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Weterings, griffier, en op schrift gesteld op 1 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.