ECLI:NL:RBZWB:2026:4223

ECLI:NL:RBZWB:2026:4223

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer C/02/444710 / FA RK 26-603
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Vervangende toestemming inschrijving basisschool + wijziging hoofdverblijf en zorgregeling

Uitspraak

2. De feiten

Partijen hebben een geregistreerd partnerschap gehad. Bij beschikking

d.d. 13 november 2024 van deze rechtbank is het geregistreerd partnerschap ontbonden. Deze beschikking is op 28 november 2024 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Uit het geregistreerde partnerschap van partijen is het navolgende thans nog minderjarig kind geboren:

- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2022.

In genoemde beschikking d.d. 13 november 2024 is bepaald dat de onderlinge regelingen uit het aangehechte convenant en ouderschapsplan, deel uitmaken van de beschikking. In dat ouderschapsplan is, voor zover van belang, opgenomen dat de minderjarige zijn hoofdverblijf bij de man heeft en zijn partijen de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken overeengekomen:

Oneven

Even

Toevoeging

Maandag

[de vrouw]

[de man]

Op de oneven week legt [de vrouw] hem op bed, daarna neemt [de man] het over

Dinsdag

[de man]

Woensdag

Opvang/ [de man]

[de vrouw] haalt [minderjarige] op van de opvang en legt hem op bed

Donderdag

[de man]

Vanaf 17.00 neemt [de vrouw] [minderjarige] over

Vrijdag

[de vrouw]

Zaterdag

[de vrouw]

Zondag

[de vrouw]

Op de oneven week legt [de vrouw] hem op bed, daarna neemt [de man] het over

Aan deze regeling wordt door partijen in de praktijk op dit moment nog steeds uitvoering gegeven, met uitzondering van het door de vrouw op bed leggen van de minderjarige en het ophalen van de minderjarige op woensdag bij de opvang.

3. De verzoeken

De man verzoekt:

I. Ter vervanging van de toestemming van de vrouw aan de man vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van [minderjarige] op [basisschool 1] te [woonplaats 1]

II. Deze beschikking, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;

III. Kosten rechtens.

De vrouw voert verweer en verzoekt bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad de

regelingen uit het ouderschapsplan te wijzigen en te bepalen:

- Dat [minderjarige] het hoofdverblijf heeft bij de vrouw;

- Een zorgregeling vast te stellen inhoudende dat de man eens per twee weken de zorg heeft voor [minderjarige] van donderdag uit school tot en met maandagmorgen waarbij hij [minderjarige] naar school brengt en de zorg tijdens vakanties en feestdagen bij helfte tussen ouders te verdelen en daarmee de eerdere zorgregeling te wijzigen;

- De vrouw vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de man vervangt, om [minderjarige] in te schrijven op de [basisschool 2] ;

- De verzoeken van de man af te wijzen.

Op de standpunten van partijen wordt, voor zover voor de beoordeling van de verzoeken van belang, hierna ingegaan.

4. De beoordeling

Juridische kader;

Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt alsdan een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Op grond van artikel 1:253a lid 4 is artikel 1:377e van overeenkomstige toepassing. In artikel 1:377e BW is bepaald dat de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

Alvorens te beslissen dient de rechter, op grond van artikel 1:253a lid 5 Burgerlijk Wetboek BW, een vergelijk tussen beide ouders te beproeven.

Ingevolge artikel 1:253a lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Op grond van lid 2 van dit artikel kan deze regeling onder andere omvatten:

- een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken;

- de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft.

Vergelijk tussen partijen

Tijdens de mondelinge behandeling op 20 maart 2026 is het niet mogelijk gebleken om partijen tot een vergelijk te laten komen, omdat de standpunten van partijen te ver uiteen liggen. Daarom zal de rechtbank een beslissing nemen op de voorliggende verzoeken van partijen.

Zorgregeling;

Standpunten van partijen

De vrouw acht de huidige zorgregeling niet in het belang van de minderjarige. De vrouw heeft bij deze regeling altijd de zorg in de weekenden. De vrouw stelt dat zij er van uit is gegaan dat de regeling tijdelijk zou zijn en is vastgesteld voor de birdnestingregeling in de voormalige echtelijke woning. Volgens de vrouw is er geen andere regeling vastgesteld omdat de verwachting was dat de man naar Portugal zou emigreren. Tijdens de birdnestingregeling had de vrouw aanmerkelijk meer de zorg over [minderjarige] dan de man. Het is dan ook niet juist geweest om op te nemen dat [minderjarige] bij de man zijn hoofdverblijf zou krijgen. De afspraak was uitsluitend bedoeld als tijdelijke regeling tot aan de verhuizing van de man naar Portugal. De vrouw verzoekt de huidige zorgregeling te wijzigen en een regeling vast te stellen inhoudende dat de man eens per twee weken de zorg heeft voor de minderjarige van donderdag uit school tot en met maandagmorgen waarbij de man de minderjarige naar school brengt en de zorg tijdens vakanties en feestdagen bij helfte tussen ouders te verdelen.

De man voert verweer tegen de door de vrouw verzochte wijziging van de zorgregeling. De man stelt primair dat er geen wijziging van omstandigheden is. De man stelt dat een mogelijke verhuizing naar Portugal wel speelde, maar dat dit door de vrouw groter is gemaakt. De minderjarige is gewend aan de huidige regeling die naar tevredenheid verloopt. Als het verzoek van de vrouw wordt toegewezen dan zal de man de minderjarige veel minder zien, hetgeen niet in het belang is van de minderjarige.

De Raad heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de door de vrouw verzochte wijziging ingrijpend zal zijn voor de minderjarige. De Raad acht dit niet in het belang van de minderjarige.

De beoordeling

De rechtbank moet eerst beoordelen of er sprake is van een wijziging van omstandigheden. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. De regeling die partijen zijn overeengekomen in het ouderschapsplan ziet op een birdnestingregeling hetgeen ook duidelijk volgt uit de toevoeging dat de vrouw de minderjarige op bed legt en de man het daarna overneemt. Omdat niet langer sprake is van de situatie waarin partijen conform de birdnestingregeling om en om in de woning verblijven is om die reden naar het oordeel van de rechtbank reeds sprake van een wijziging van omstandigheden.

De vraag die de rechtbank moet vervolgens moet beantwoorden is of een wijziging van de huidige door partijen uitgevoerde zorgregeling in het belang van de minderjarige is. De rechtbank is van oordeel dat een substantiële wijziging van de zorgregeling niet in het belang van [minderjarige] is en overweegt daartoe als volgt.

De minderjarige is nog jong en heeft al de nodige veranderingen meegemaakt, zoals partijen hebben toegelicht is hij al meerdere keren is verhuisd, hebben partijen in eerste instantie uitvoering gegeven aan een birdnestingregeling en hebben zij nu ieder een eigen woning en is de birdnestingregeling omgezet naar een reguliere zorgregeling. De communicatie en samenwerking tussen partijen verloopt op dit moment zo stroef, dat zij samen niet meer tot beslissingen kunnen komen over de (wijziging van de) zorgregeling en de inschrijving op de basisschool voor [minderjarige] . Onder deze omstandigheden acht de rechtbank een te grote wijziging in de zorgregeling niet in het belang van minderjarige. Dit klemt temeer omdat de rechtbank tijdens de zitting met partijen heeft besproken dat de huidige zorgregeling op zich naar tevredenheid verloopt. Wél volgt de rechtbank de vrouw in haar stelling dat zij met de huidige zorgregeling waarin zij ieder weekend nagenoeg volledig de zorg draagt voor de minderjarige voor een groot deel een weekendmoeder zal zijn en daarmee ook minder betrokken zal zijn bij school. Om die reden ziet de rechtbank aanleiding om de huidige regeling aan te passen in die zin dat de vrouw ook in de even weken op maandag de zorg draagt voor de minderjarige.

De zorgregeling houdt dan in dat de minderjarige wekelijks van maandagavond 19:00 uur tot en met donderdagavond 19:00 uur bij de man verblijft, en de overige tijd bij de vrouw. De rechtbank zal deze zorgregeling op onderstaande wijze bepalen.

Vervangende toestemming inschrijving school;

Standpunten van partijen

De man wenst dat de minderjarige wordt ingeschreven op een basisschool ( [basisschool 1] ) in [woonplaats 1] . Hij stelt hierbij dat met de huidige zorgregeling waarbij de minderjarige op schoolse dagen veelal bij de man in [woonplaats 1] verblijft, dit de beste keuze is. Verder kent de minderjarige al veel kinderen die samen met hem naar de school in [woonplaats 1] zullen gaan. De man stelt verder dat opvang door derden vrijwel niet nodig is – hij is om de week op maandag vrij en hij ook iedere dinsdag en donderdag vrij. De minderjarige hoeft alleen op woensdag naar de buitenschoolse opvang.

De vrouw wenst de minderjarige in te schrijven op een basisschool in [woonplaats 2] ( [basisschool 2] ). Dit betreft een kleinschalige school op 350 meter loopafstand van de woning van de vrouw. De minderjarige hoeft geen straat over te steken en kan op dezelfde stoep blijven lopen. De vrouw kan hem bovendien altijd halen en brengen, omdat zij haar werktijden hierop kan en zal aanpassen. Het is volstrekt onjuist, zoals de man stelt, dat de minderjarige al veel kinderen kent die met hem naar [basisschool 1] gaan. Dit heeft de vrouw zelf nagevraagd. Namens de vrouw is verder gesteld dat de school in 2027 dicht zal gaan.

De Raad betreurt het dat ouders er niet samen uitkomen. Een juridische procedure zorgt ook voor verharding. Het is aan ouders om samen die keuze te maken. De Raad acht de school in [woonplaats 1] het beste voor de minderjarige. De minderjarige zit nu op de opvang in [plaats 1] en in de dorpen zie je vaak dat kinderen vervolgens naar dezelfde bassischool gaan, aldus de Raad.

De beoordeling

Vooropgesteld betreurt de rechtbank het (met de Raad) dat zij een beslissing als deze moet nemen. Met name de schoolkeuze is bij uitstek een beslissing die de ouders gezamenlijk moeten nemen. De ouders kennen hun kind het beste en kunnen het beste inschatten wat in het belang is van hun kind. Nu is het aan de rechtbank, die de minderjarige en beide scholen niet kent, om een beslissing te nemen, hetgeen zij zal doen op basis van algemene uitgangspunten, alsmede de stukken en hetgeen ter zitting is besproken.

De rechtbank overweegt als volgt. Beide partijen hebben verklaard waarom de school van hun keuze beter aansluit. Het lijkt niet zo zeer om de kwaliteit van beide scholen te gaan, maar meer om wat gelet op de woonplaats van ouders in combinatie met de (door hen gewenste) zorgregeling het meest praktisch uitvoerbaar is. De rechtbank stelt vast dat de zorgregeling nagenoeg ongewijzigd blijft en dat betekent dat [minderjarige] gedurende drie schooldagen bij de man verblijft (dinsdag, woensdag en donderdag). De schooldagen dat de [minderjarige] (gedeeltelijk) bij de vrouw verblijft vallen op maandag en vrijdag. Verder overweegt de rechtbank dat beide basisscholen naar het oordeel van de rechtbank geschikt zijn voor de minderjarige. De rechtbank stelt vast dat partijen (en de minderjarige) vanaf 27 maart 2024 tot 15 september 2025 stonden ingeschreven op het adres van de voormalige echtelijke woning in [woonplaats 1] . Vervolgens heeft de man korte tijd in [plaats 2] verbleven en vervolgens met ingang van 23 september 2025 staat hij (met de minderjarige) ingeschreven op zijn huidige adres in [woonplaats 1] . De vrouw verbleef na 15 september 2025 op een ander adres in [woonplaats 1] en staat per 19 januari 2026 ingeschreven op haar huidige adres in [woonplaats 2] . Partijen hebben beide toegelicht dat zij beide een woning hebben gevonden waar zij langere tijd willen verblijven en waar vanuit zij hun toekomst verder invulling willen geven. Tijdens de zitting is voorts (meermaals) met de man besproken of hij gelegenheid heeft om ook de zorg en opvoeding van de minderjarige in het weekend op zich te nemen, maar daartoe heeft de man geen mogelijkheid gelet op zijn werk. Dit heeft tot gevolg dat het accent van het leven van de minderjarige in de directe toekomst in [woonplaats 2] komt te liggen, hij zal daar op structurele basis het grootste gedeelte van de week verblijven. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de minderjarige het meest gebaat is bij inschrijving op de school in [woonplaats 2] . Het verzoek van de vrouw zal dan ook worden toegewezen onder gelijktijdige afwijzing van het verzoek van de man.

Hoofdverblijf;

De rechtbank stelt vast dat met voornoemde zorgregeling de minderjarige het merendeel van de tijd bij de vrouw verblijft. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw om het hoofdverblijf van de minderjarige bij haar te bepalen dan ook toewijzen, aangezien dit de juridische situatie in overeenstemming brengt met de feitelijke situatie.

Uitvoerbaar bij voorraad;

De rechtbank zal deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarige noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

5. De beslissing

De rechtbank:

verleent aan de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man – vervangende toestemming om [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2022, in te schrijven op basisschool [basisschool 2] te [woonplaats 2] ;

wijzigt de beschikking van deze rechtbank d.d. 13 november 2024 en het daarvan deel uitmakende ouderschapsplan, voor wat betreft het hoofdverblijf en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt:

bepaalt het hoofdverblijf van voornoemde minderjarige bij de vrouw;

bepaalt dat tussen partijen een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken geldt waarbij voornoemde minderjarige wekelijks van maandagavond 19:00 uur tot en met donderdagavond 19:00 uur bij de man verblijft, en voor het overige bij de vrouw;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 in tegenwoordigheid van De Pooter, griffier.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Voorn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand