ECLI:NL:RBZWB:2026:4224

ECLI:NL:RBZWB:2026:4224

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer C/02/434215 FA RK 25-1913
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vervangende toestemming erkenning toegewezen. Kinderen willen weer contact met de vader en ervaren daartoe ruimte. Voorlopige omgangsregeling bepaald. Rechter monitort zelf hoe de kinderen dat ervaren tijdens volgend kindgesprek.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/434215 FA RK 25-1913

Datum uitspraak: 16 april 2026

beschikking over vervangende toestemming erkenning

in de zaak van

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. E.M.A. Leijser, gevestigd te Tilburg.

Als belanghebbenden ten aanzien van het afstammingsverzoek worden aangemerkt:

de minderjarigen

[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017, hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017, hierna te noemen [minderjarige 2] ,

vertegenwoordigd door mr. N.M. Lindhout-Schot, advocaat te Tilburg, in haar hoedanigheid als bijzondere curator.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. Y.I.B. Grosfeld.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal in de procedure worden gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het verdere procesverloop

De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:

het op 10 april 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;

de in deze zaak gegeven beschikking van 8 juli 2025 tot benoeming van mr. Lindhout-Schot als bijzondere curator over de minderjarigen;

het verslag van de bijzondere curator van 2 september 2025 met bijlage;

het bericht van mr. Grosfeld van 9 oktober 2025 met bijlage;

het op 19 oktober 2025 ontvangen verweerschrift met bijlagen;

het proces-verbaal van de zitting van 21 oktober 2025;

de brief van mr. Leijser van 4 november 2025;

de beslissing op het verschoningsverzoek van deze rechtbank van 11 december 2025;

de e-mail van de [hulpverlening] van 20 januari 2026 met de negatieve UHA terugkoppeling;

de brief van de Raad van 18 februari 2026.

De verzoeken zijn nader mondeling behandeld op 7 april 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de man en de moeder, met hun advocaten. Ook waren aanwezig de bijzondere curator en een vertegenwoordigster van de Raad.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Zij hebben op 2 april 2026 een gesprek gehad met de rechter.

2. De nadere beoordeling

Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast:

De man en de moeder hebben een affectieve relatie gehad. Tijdens deze relatie is de vrouw zwanger geraakt.

De moeder is op [geboortedag] 2017 te [geboorteplaats] bevallen van de [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Op de geboorteakte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] staat enkel de moeder als ouder vermeld.

De man heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet erkend.

De moeder heeft het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Bij beschikking van 8 juli 2025 heeft de rechtbank mr. N.M. Lindhout-Schot benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen.

Aan de orde zijn de verzoeken van de man om, uitvoerbaar bij voorraad:

I. de toestemmingen van de moeder door de toestemmingen van de rechtbank te

vervangen, zodat de man kan overgaan tot erkenning van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ;

II. te bepalen dat de man voortaan samen met de moeder het ouderlijk gezag uitoefent over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ;

III. te bepalen dat de man en [minderjarige 2] en [minderjarige 1] recht hebben op contact met elkaar volgens de volgende regeling:

- in de week voor het verblijf bij het logeerpleeggezin van zaterdag 09.00 uur tot 19.00 uur;

- in de week na het verblijf van het logeerpleeggezin van zaterdag 09.00 uur tot zondag 19.00 uur;

- dat deze regeling doorloopt gedurende de vakanties en feestdagen, althans een zodanige omgangsregeling te treffen als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;

IV. te bepalen dat de moeder een dwangsom van € 250,00 verbeurt voor iedere keer

dat zij de door de rechtbank vastgestelde regeling niet nakomt;

V. te bepalen dat de moeder de man dient te informeren over de belangrijke gebeurtenissen in de levens van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , alsmede over de opvoeding en verzorging, aan het einde van iedere maand, voorzien van een recente foto.

Verzoek vervangende toestemming erkenning

In artikel 1:204, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, voor zover hier van belang, dat de toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, op verzoek van de persoon die het kind wil erkennen, door de toestemming van de rechtbank kan worden vervangen, tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt en die persoon de verwekker is van het kind.

Uit de overgelegde stukken, het verslag van de bijzondere curator en de zitting is gebleken dat de man en de moeder er geen twijfel over hebben dat de man de verwekker is van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] . Met de bijzondere curator is de rechtbank van oordeel dat daarom een DNA-onderzoek niet noodzakelijk is. De moeder heeft haar toestemming aan de erkenning van de kinderen door de man bij de gemeente niet verleend, omdat dit gezamenlijk gezag tot gevolg heeft. Zij voert geen verweer tegen het verzoek van de man en geeft aan dat het verzoek kan worden toegewezen. De bijzondere curator heeft aangegeven dat er geen contra-indicaties zijn tegen toewijzing van het verzoek en heeft geadviseerd het verzoek toe te wijzen.

De rechtbank zal het verzoek van de man om aan hem vervangende toestemmingen te verlenen voor de erkenning van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dan ook toewijzen. De man moet [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dan nog wel met deze beschikking bij de gemeente erkennen.

De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator.

Verzoeken gezag, omgang en informatie

Bij beschikking van 21 augustus 2025 over het treffen van een provisionele voorziening zijn partijen en de minderjarigen voor een jeugdhulptraject verwezen naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Midden-Brabant. Het loket is verzocht om uiterlijk op 19 mei 2026 pro forma, of zoveel eerder als mogelijk is, in onderhavige procedure de rapportage over het verloop en het resultaat van het jeugdhulpverleningstraject ter griffie in te dienen.

Uit de UHA-rapportage van 26 november 2026 van de [hulpverlening] is gebleken dat de resultaten niet zijn behaald, omdat het traject voortijdig is afgebroken door de man. De man heeft daarbij aangegeven geen vertrouwen te hebben in Sterk Huis, vanwege eerdere ervaringen met Sterk Huis bij de uithuisplaatsing van de oudste dochter. [hulpverlening] heeft nog geadviseerd om een andere zorgaanbieder in te zetten, maar de man heeft aangegeven daaraan geen medewerking te verlenen en te willen wachten op de zitting bij de rechtbank. [hulpverlening] heeft in de rapportage benoemd dat er zorgen zijn over de communicatieproblemen tussen de ouders, de stagnerende omgang tussen de man en de kinderen en mogelijke loyaliteitsproblemen bij de kinderen, die kunnen leiden tot belemmering van hun sociaal-emotionele en identiteitsontwikkeling. Er heeft eerder een psychodiagnostisch onderzoek van de kinderen bij Sterk Huis plaatsgevonden en er is intensieve gezinsbehandeling en NIKA ingezet voor bevordering van de hechtingsrelatie tussen de moeder en de kinderen.

De Raad heeft vanwege de negatieve terugmelding een UHA-screening uitgevoerd. In de brief van 18 februari 2026 heeft de Raad geadviseerd om op de zitting te bespreken of er al beslissingen op bepaalde verzoeken kunnen worden genomen en te bezien wat de visie van de man is over een vervolgtraject en over de (on)mogelijkheden ten aanzien van het contactherstel met de kinderen. De Raad heeft nog aanvullende informatie bij de [hulpverlening] opgevraagd. Uit het psychodiagnostisch onderzoek is gebleken dat bij [minderjarige 1] sprake is van ADHD en LVB en bij [minderjarige 2] van autisme en LVB. De moeder is overbelast in de opvoeding van de kinderen, maar zij staat open voor hulpverlening. Zij is aangemeld voor een ouder-kindtraject bij Amarant en er is hulpverlening ingezet gericht op school en dagbesteding. Ook het pleeggezin wordt betrokken om moeder te ontlasten in de zorg over de kinderen. Binnen het UHA-traject werd belangrijk geacht om de visie van de kinderen mee te nemen in de stappen tot contactherstel met de man.

De rechter heeft met [minderjarige 2] en [minderjarige 1] gesproken. [minderjarige 1] heeft verteld dat hij graag naar zijn vader wil gaan. Zijn hoofd is nu rustig. Hij vindt het wel lastig dat papa wel eens heeft gelogen. [minderjarige 2] heeft aangegeven dat hij wel excuses van vader zou willen. Hij heeft bij de rechter aangegeven dat zij mening verder niet gedeeld mag worden. De rechter geeft daarom alleen aan dat [minderjarige 2] ’ mening niet veel verschilt van de mening van [minderjarige 1] .

De man heeft naar voren gebracht dat zijn contact met de kinderen altijd goed is geweest. Het contact met de kinderen is in maart 2024 verbroken. Na de beschikking van oktober 2024 is het contact hervat tot 9 december 2024. Daarna is het contact weer verbroken door de moeder. De man heeft er onvoldoende vertrouwen in dat de moeder een opgelegde omgangsregeling zal blijven nakomen. Het frustreert de man dat hem altijd wordt gezegd dat hij naar de toekomst moet kijken en hij daardoor onvoldoende de gelegenheid krijgt zich te verweren tegen de aantijgingen van de moeder. Hij wil erkenning voor wat er in het verleden is gebeurd. De man voelt zich niet gehoord. Er is anderhalf jaar verloren gegaan, waarin hij geen contact met de kinderen heeft gehad. De man vraagt zich af waar dan zijn bescherming op family life op grond van artikel 8 EVRM is. Hij kan de kinderen rust en veiligheid geven waar zij aan toe zijn. De man is niet bereid tegen de kinderen excuses aan te bieden als hij niets fout heeft gedaan. De man is zich niet van fouten bewust.

Door en namens de moeder is naar voren gebracht dat door de opstelling van de man er geen ruimte is voor onbelast contact tussen hem en de kinderen. De man zit te vol van het verleden en zet daardoor geen stappen vooruit. Hij heeft niet meegewerkt aan het traject tot contactherstel bij Sterk Huis. Als hij dat wel had gedaan, was de zitting niet nodig geweest. De moeder acht een onderzoek door de Raad aangewezen. De kinderen hebben ieder kind-eigenproblematiek. Er speelt veel bij hen. Zij hebben dan weliswaar bij de rechter aangegeven weer contact met de man te willen, maar zij geven bij de moeder andere signalen. Recent heeft [minderjarige 1] nog uit zichzelf gechat met de politie en daarin aangegeven dat papa gestraft moet worden en moet stoppen met liegen. Dat hij nu anders tegen de rechter heeft gezegd, betekent niet dat de kinderen het contact met hun vader aankunnen. De Raad kan onderzoeken welke mogelijkheden er tot contactherstel zijn, rekening houdende met alle factoren. Mocht de rechtbank wel tot een omgangsregeling komen, dan kan het alleen begeleid, bijvoorbeeld door Sterk Huis. Sterk Huis is op dit moment niet meer betrokken bij de kinderen.

De rechtbank overweegt als volgt. In artikel 1:377a BW staat dat een ouder zonder gezag over het kind of iemand die een nauwe persoonlijke band met een kind heeft, recht heeft op omgang met het kind. De rechtbank kan op verzoek van één ouder of op verzoek van de ouders samen een omgangsregeling vaststellen. De rechtbank kan een ouder ook het recht op omgang ontzeggen. Dat kan alleen als er sprake is van één van de volgende omstandigheden:

omgang zou schadelijk zijn voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind;

de ouder is ongeschikt of niet in staat tot omgang met het kind;

het kind is twaalf jaar of ouder en heeft laten weten dat hij echt geen contact met de ouder wil;

er is een andere redenen waarom omgang in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

De rechtbank constateert een verschil in wat de kinderen nu en wat zij in 2025 hebben aangegeven met betrekking tot het contact met hun vader. De rechter heeft namelijk in 2025 ook met hen gesproken. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gaven toen duidelijk aan dat zij geen contact met hun vader wilden. Hun hoofd zat vol door alles wat er speelde. De rechtbank is positief verrast door wat de kinderen op 2 april 2026 hebben verteld aan de rechter. Hun hoofd is leeg en zij ervaren de ruimte om het contact met hun vader weer aan te gaan. De rechtbank constateert dat zij beter in hun vel zitten. Dit is hoogstwaarschijnlijk te danken aan de inzet van de hulpverlening en de moeder op meerdere fronten in hun leven. De rechtbank acht het van belang dat direct gebruik wordt gemaakt van de ruimte en de rust die de kinderen nu ervaren. Het is aan de ouders om de kinderen hierin te volgen. De inschakeling van de hulpverlening duurt door de wachtlijstproblematiek te lang. Dit probleem speelt ook bij de Raad en de rechtbank acht een raadsonderzoek op dit moment niet aangewezen. De rechtbank zal daarom een voorlopige, opbouwende omgangsregeling bepalen tussen de kinderen en de man. De rechter zal zelf monitoren door binnen circa 2,5 maand weer een gesprek met de kinderen te plannen. De Raad heeft aangegeven zich te kunnen vinden in dit plan. Zoals de Raad ter zitting heeft aangegeven, is het daarbij van belang dat beide ouders ervoor zorgen dat het hoofd van de kinderen niet weer vol raakt.

De rechtbank zal bepalen dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voorlopig vanaf 25 april 2026 om de week (in het weekend dat zij niet in het pleeggezin/ bij [persoon] verblijven) bij de man verblijven:

- de eerste twee keer: op zaterdag van 09.00 tot 14.00 uur;

- daarna twee keer: op zaterdag van 09.00 tot 19.00 uur (met avondeten);

- daarna: van zaterdag 09.00 uur tot zondag 19.00 uur (met avondeten),

waarbij de man de kinderen ophaalt en terugbrengt.

Tussentijdse (video)belmomenten zal de rechtbank nog niet bepalen voor de rust in de opbouw en om mogelijke complicaties daarbij te voorkomen.

De rechtbank acht de volgende aspecten bij deze voorlopige omgangsregeling van belang. Van de moeder en de man wordt een bepaalde mate van vertrouwen in deze aanpak verwacht. De moeder heeft in dat kader aangegeven tot op een zekere hoogte hieraan mee te werken. De rechtbank verwacht van de moeder dat zij geen eigen voorwaarden gaat stellen aan het contact tussen de man en de kinderen. De kinderen hebben mogelijk bepaalde erkenning vanuit de man nodig. De man heeft hierover aangegeven er 100% voor de kinderen te zullen zijn. De kinderen gaan zich mogelijk op een bepaalde manier uiten gedurende de regeling. Dat betekent echter niet dat de regeling dan stop moet worden gezet. Van de ouders wordt verwacht dat zij niet de kinderen belasten met de problemen die zij met elkaar hebben en dat zij de kinderen niet beïnvloeden in hun gesprek met de rechter.

De rechtbank zal de verzoeken van de man onder II tot en met V aanhouden tot de volgende zitting op [datum] 2026 om [uur] . De rechtbank zal aan de kinderen opnieuw een brief sturen met een uitnodiging voor een kindgesprek.

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben tijdens het kindgesprek aangegeven graag een brief te ontvangen van de rechter. Onderstaande brief zal zowel aan [minderjarige 1] als aan [minderjarige 2] worden gestuurd:

Beste [minderjarige 1] / Beste [minderjarige 2] ,

Wij spraken elkaar op 2 april op de rechtbank. Op 7 april heb ik met jouw ouders gesproken.

Jij en jouw broer willen weer contact met jullie vader.

Jouw ouders hebben moeite met elkaar. Het is daarom voor mij best lastig om te regelen dat jij contact kunt hebben met jouw vader. Ik wil namelijk niet dat jij er last van hebt van wat jouw ouders van elkaar vinden. Maar ik heb besloten om het wel te gaan proberen. Jouw ouders hebben toegezegd mee te werken, zo veel als zij dat kunnen.

Jij en jouw broer zullen samen eerst alleen op een zaterdag in de twee weken naar jouw vader gaan. Na een paar keer gaan jullie dan ook elke keer een nachtje bij je vader slapen. In juli komen jij en jouw broer nog een keer met mij praten over hoe dat gaat. Daarna zal ik zien hoe het in de toekomst verder gaat.

Best spannend dus voor jou en jouw broer.

Belangrijk om steeds aan te denken: jij en jouw broer kunnen er niets aan doen dat het tussen jouw papa en mama niet zo goed gaat. Dat ligt niet aan jullie. Ik kan wel zeggen: probeer daar niet aan te denken, maar ik weet dat dat moeilijk is. Jij hebt het recht om met jouw mama én met jouw papa een fijn en gezellig contact te hebben. Dat vind ik belangrijk.

Tot in juli,

Vriendelijke groet,

Van Leuven

kinderrechter

3. De beslissing

De rechtbank

verleent, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de moeder, aan de man toestemming tot het erkennen van de minderjarige [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , beiden geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017;

bepaalt dat dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voorlopig vanaf 25 april 2026 om de week (in het weekend dat zij niet in het pleeggezin/ bij [persoon] verblijven) bij de man verblijven:

- de eerste twee keer: op zaterdag van 09.00 tot 14.00 uur;

- daarna twee keer: op zaterdag van 09.00 tot 19.00 uur (met avondeten);

- daarna: van zaterdag 09.00 uur tot zondag 19.00 uur (met avondeten),

waarbij de man de kinderen ophaalt en terugbrengt;

bepaalt het onder 3.2 uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling op de verzoeken van de man onder II t/m V aan tot de zitting van [datum] 2026 te [uur] (mr. van Leuven) van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan de Stationslaan 10 (4815 GW Breda) en bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor de moeder en haar advocaat, de man en zijn advocaat en de Raad voor de Kinderbescherming;

verzoekt de griffier van de rechtbank om de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor begin juli 2026 uit te nodigen voor een kindgesprek met de rechter;

beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas, griffier.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

verzonden op:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Van Leuven

Griffier

  • mr. Verger-Maas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand