ECLI:NL:RBZWB:2026:4225

ECLI:NL:RBZWB:2026:4225

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer C/02/442566 / JE RK 25-2128
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Ondertoezichtstelling. Nog geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar. Aanhouding ivm voornemen inzetten schottenaanpak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/442566 / JE RK 25-2128

Datum uitspraak: 17 april 2026

Nadere beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2013 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden hierna gezamenlijk genoemd: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. E.C.A.E. Verschuren te Gilze,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant,

locatie Etten-Leur,

hierna te noemen de GI.

1. Het verdere verloop van de procedure

Dit blijkt uit de volgende stukken:

de beschikking van de kinderrechter van 8 januari 2026 en alle daarin vermelde stukken;

de brief van de GI van 9 maart 2026;

de brief van de Raad van 9 maart 2026;

de brief van mr. Verschuren van 27 maart 2026 met bijlage.

Op 2 april 2026 is de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder en haar advocaat;

- de vader;

een vertegenwoordiger van de Raad.

een vertegenwoordiger van de GI.

Hoewel juist opgeroepen is namens de GI niemand verschenen. Dit is voorafgaand aan de zitting in voormelde brief van 9 maart 2025 al aangekondigd.

Gelet op de nauwe samenhang van deze zaak met de zaak met kenmerk C/02/420344 FA RK 24-1321, zijn beide zaken ter zitting gezamenlijk behandeld. In de samenhangende zaak zal bij afzonderlijke beschikking worden beslist.

De kinderen zijn in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan de zitting in een gesprek met de kinderrechter of in een brief hun mening over het verzoek kenbaar te maken. Zij hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2. De feiten

Bij voormelde beschikking van 8 januari 2026 zijn de kinderen onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 8 januari 2026 tot 8 mei 2026. De behandeling van het resterende verzoek is aangehouden tot de zitting van 2 april 2026, in afwachting van het verslag van de GI en het standpunt van de Raad over het resterende verzoek. De kinderrechter heeft zich iedere verdere beslissing voorbehouden.

3. Het aangehouden verzoek

Aan de orde is het verzoek van de Raad om de kinderen onder toezicht te stellen voor de nog resterende duur met ingang van 8 mei 2026 tot 8 januari 2027 en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De nadere beoordeling

Het verslag van de GI

Het bedoelde verslag van de GI, zoals hiervoor in 2.1. vermeld, is bij de rechtbank ontvangen op 9 maart 2026. Hieruit blijkt samengevat dat, tot een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, een monitormedewerker betrokken is bij de ouders en de kinderen. Er is een basis plan van aanpak gemaakt, er zijn aanmeldingen voor hulpverlening gedaan en er is periodiek contact met de ouders. Met de kinderen is gesproken over hun zorgen en waar zij last van hebben. Met de ouders is gesproken over de inzet van MST in de thuissituatie van moeder. Ook de vader wordt in dit traject betrokken. Er is een aanmelding gedaan bij de Viersprong. Daarnaast wordt [minderjarige 1] aangemeld bij [stichting] voor ambulante begeleiding en dagbesteding en er lopen gesprekken met [minderjarige 1] , school en leerplicht over de uiteindelijke schoolgang.

De moeder vindt MST een forse inzet. De zorgen zijn echter groot. Daarnaast hebben de kinderen de moeder nodig voor grenzen, regels en structuur om zich te kunnen ontwikkelen.

De vader heeft te kennen gegeven dat hij geen enkele betrokkenheid wenst en dat de deur bij hem dicht is. Wanneer het hem niet lukt om te gaan meewerken zal een schriftelijke aanwijzing worden overwogen. De GI ondersteunt voortzetting van de ondertoezichtstelling.

Het schriftelijk standpunt van de Raad

Bij voormelde brief van 9 maart 2026 heeft de Raad het resterende verzoek gehandhaafd, gelet op de informatie en het standpunt van de GI.

Het schriftelijk standpunt van de moeder

Op 27 maart 2026 is van de zijde van de moeder bericht dat zij zich niet kan verenigen met toewijzing van het resterende verzoek. Zowel MST als de ambulante hulpverlening kan in een vrijwillig kader worden opgestart/voortgezet. De moeder vindt MST fors maar staat hiervoor open als dat in het belang van [minderjarige 1] is. De vader lijkt gelet op zijn stellige houding niet op korte termijn zijn medewerking te verlenen. De moeder ziet dan ook geen toegevoegde waarde in de ondertoezichtstelling. Zij erkent dat er zorgen zijn maar deze kan zij in een vrijwillig kader wegnemen. Ook dan zal zij open blijven staan voor contact tussen de vader en de kinderen. Voor het contactherstel is evenmin een ondertoezichtstelling nodig.

Het verloop van de zitting

Tijdens de zitting heeft de kinderrechter met de ouders gesproken over hun voorgeschiedenis, de partnerrelatie, de ouderrelatie en hun beeld voor de toekomst. Ten aanzien van de ouderrelatie hebben beide ouders aangegeven dat hun onderlinge communicatie niet goed is. Ook stellen beiden dat zij rust willen. Het beeld voor de toekomst zien de ouders echter ieder anders. De kinderrechter constateert dat dit onrust en verdriet geeft. De spanningen tussen de ouders zijn dusdanig groot dat een onderzoek door de Raad naar wat het meest in het belang voor de kinderen is voor nu geen oplossing biedt. De vraag is dan hoe de ouders uit deze situatie kunnen komen. Door de vertegenwoordiger van de Raad is daartoe gesteld dat het inzetten van MST passend zou kunnen zijn. Dit is een intensief, maar ook effectief traject waarbij patronen kunnen worden doorbroken en veranderd, zodat er kan worden toegewerkt naar een constructieve situatie. Wanneer de ouders hier achter staan kunnen beide kinderen hiervan profiteren. De kinderrechter houdt de ouders voor dat daarnaast het inzetten van de zogenoemde ‘schottenaanpak’ wenselijk zou zijn. Deze aanpak houdt in dat ouders niet met elkaar communiceren of contact hebben gedurende een bepaalde periode,. In die periode voert de GI waar nodig regie in het ouderschap, met name op die punten waar ouders eigenlijk met elkaar overleg zouden moeten hebben. Het is een bijzondere vorm van solo / parallel ouderschap. Indien de GI nog niet de mogelijkheid heeft een volledige schottenaanpak toe te passen is een zware vorm van solo parallel ouderschap ook een mogelijkheid.

De kinderrechter heeft hierna de behandeling van de zaak voor korte tijd geschorst om de ouders en hun advocaten de gelegenheid te bieden tot het voeren van overleg. Na hervatting van de behandeling is namens beide ouders aangegeven dat zij instemmen met het inzetten van MST en de schottenaanpak.

De overwegingen van de kinderrechter

Met inachtneming van het voorgaande en de instemming van de ouders zal de kinderrechter zowel de onderhavige als de hiervoor in 1.3. genoemde samenhangende zaak aanhouden tot een hierna te bepalen nadere zitting. Doel van deze volgende zitting is om met de vaste jeugdbeschermer, de Raad, de ouders en de advocaat van moeder te bespreken hoe de voortgang van de ondertoezichtstelling en de hiervoor genoemde samenhangende zaak zal gaan verlopen. Zoals hiervoor in 4.5. is opgenomen is tijdens de zitting van 2 april 2026 het inzetten van MST en van een schottenaanpak of een daarop lijkende interventie besproken. De ouders hebben uitgesproken aan beide interventies hun medewerking te verlenen. Het inzetten van MST kan direct ingaan. De kinderrechter begrijpt dat hiermee voor de moeder al een start is gemaakt. Voor de vader kan dit nu ook van start gaan. De contactgegevens van de vader zullen, voor zover daar niet bekend, aan de GI worden doorgegeven, zodat deze bij de instantie die MST zal inzetten kunnen worden neergelegd. Vanuit het komende gesprek ter zitting zal met de vaste jeugdbeschermer van de GI en de ouders gesproken kunnen worden over de inzet van schotten of een daarmee vergelijkbare aanpak. Met het oog daarop is toewijzing van het resterende verzoek voor een korte periode noodzakelijk. Naar het oordeel van de rechtbank is aan de wettelijke criteria voor die toewijzing voldaan. Beide ouders hebben ingestemd met de gedeeltelijke toewijzing. Het is de ouders ook duidelijk dat door de door hen beiden beoogde contactherstel tussen de vader en de kinderen afhankelijk is van de inzet van MST en de inzet van de regie vanuit de GI. De kinderrechter verzoekt de GI om de rechtbank te informeren zodra er een vaste jeugdbeschermer in deze is aangesteld.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

5. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het resterende verzoek gedeeltelijk toe en stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Jeugdbescherming Brabant met ingang van 8 mei 2026 tot 8 augustus 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het resterend verzoek (met ingang van 8 augustus 2026 tot 8 januari 2027) aan tot de zitting van [datum] 2026 om [uur], welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw gevestigd te Breda, Stationslaan 10. De rechter die de zaak zal behandelen is mr. Van Leuven;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die zitting voor de Raad, de moeder en haar advocaat, de vader en de GI;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beslissing is gegeven op 17 april 2026 door mr. Van Leuven, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van Dekkers als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand