RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447147 / FA RK 26-1919
Datum uitspraak: 17 april 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
nuopgenomen bij [accommodatie] in [plaats] ,
advocaat mr. G.H.M. van Laarhoven uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 14 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden bij [accommodatie] op 17 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [persoon 1] , psycholoog;
mevrouw [persoon 2] , persoonlijk begeleider.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in een accommodatie van [accommodatie] . De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de inbewaringstelling op 13 april 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
4. De standpunten
Betrokkene geeft aan dat het de afgelopen periode niet goed is gegaan met hem. Hij is psychotisch geworden en hij heeft drugs gebruikt. Betrokkene begrijpt dat het niet wenselijk is dat hij op dit moment weer terug naar zijn woning gaat. Er wordt gekeken naar een nieuwe plek voor hem bij [afdeling] en hij vindt het goed om daar naartoe te gaan. Betrokkene heeft nooit iets om naar vooruit te kijken. Zijn hele leven ervaart hij dat dingen niet lopen zoals hij dat wil en dat vindt hij lastig.
De psycholoog is van mening dat voorzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is. Betrokkene kan nu niet terug naar zijn woning. Zijn toestandsbeeld is verbeterd, maar hij moet op dit moment nog worden beschermd voor anderen en voor zichzelf voor middel van zijn huidige opname bij [accommodatie] . Er heeft een intakegesprek plaatsgevonden bij [afdeling] en dat lijkt een passende plek te zijn voor betrokkene. Zij zijn daar gespecialiseerd in het behandelen en ondersteunen van mensen met een verstandelijk beperking in combinatie met psychische- en drugsproblematiek. Een behandeling bij [afdeling] duurt gemiddeld 9 maanden. In de laatste fase van de behandeling kan hij terug naar zijn woning.
De persoonlijk begeleider ondersteunt het standpunt van de psycholoog. Het huidige beschermde verblijf van betrokkene moet nu nog worden gecontinueerd.
De advocaat stelt dat de rechtbank moet beoordelen of er bij betrokkene sprake is van verzet. Voor het overige refereert hij zich aan het oordeel van de rechtbank.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene de afgelopen dagen spullen heeft vernield in zijn huis. Hij heeft brand gesticht in zijn woning, alle ruiten ingeslagen en hij heeft zichzelf beschadigd.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een verstandelijke handicap met een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een verstandelijke beperking in combinatie met een psychotische stoornis.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene heeft een wisselende houding ten aanzien van de hulpverlening. Hij kan het ene moment meewerkend en rustig zijn, maar hij kan ook plots opvlammen en dan niets meer willen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 mei 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Weterings, griffier, en op schrift gesteld op 1 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.