ECLI:NL:RBZWB:2026:4248

ECLI:NL:RBZWB:2026:4248

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer 02-181556-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Een visuele weergave van seksuele aard/met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden en bezitten, meermalen gepleegd. Gevangenisstraf 182 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden meldplicht, verplichte behandeling bij Fivoor of soortgelijke instelling, contactverbod met het slachtoffer, controle op digitale omgeving. Tevens oplegging taakstraf 180 uren. Vordering benadeelde partij 1000 euro immaterieel toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-181556-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 mei 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedag 1] 1992,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

raadsman mr. A.J.C.M. de Graaff, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 april 2026, waarbij de officier van justitie, mr. M.P. de Graaf, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Namens benadeelde partij [slachtoffer] zijn verschenen zijn ouders, [de vader] en [de moeder] . De moeder van benadeelde heeft gebruik gemaakt van haar spreekrecht.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 23 december 2024 tot en met 8 juli 2025 kinderporno in bezit heeft gehad, heeft verspreid en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en baseert zich daarbij op de aangifte van [de moeder] namens haar minderjarige zoon [slachtoffer] , het aantreffen van het kinderpornografisch materiaal op de telefoon van verdachte en de bekennende verklaring van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de bewezenverklaring refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank met uitzondering voor het ten laste gelegde verspreiden van kinderporno. Daarvoor vraagt de verdediging partieel vrijspraak. De ten laste gelegde periode dient volgens de verdediging te worden verkort tot 8 mei 2025, het moment dat verdachte klinisch werd opgenomen.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Aangezien verdachte ten aanzien van onderhavig een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 30 april 2026;

- de aangifte van [de moeder] namens [slachtoffer] , opgenomen op dossierpagina 60 e.v. van het eindproces-verbaal met nummer: [nummer] onderzoek Alver/Klinovec van de politie Zeeland-West-Brabant;

- het proces-verbaal bevindingen digitaal onderzoek telefoon verdachte, opgenomen op dossierpagina 143 e.v. van het hiervoor genoemde eindproces-verbaal.

Is er sprake van het verspreiden van kinderporno?

Op pagina 149 van het dossier concludeert de politie dat één van de video’s die is aangetroffen op de telefoon van verdachte kinderpornografische afbeeldingen bevat, dat uit de gegevens van deze video kan worden opgemaakt dat deze zich bevindt in een map van verzonden Whatsapp video’s en dat het verzonden videobestand voor het laatst op 31 december 2024 is aangepast. Nu niet aannemelijk is geworden dat een ander dan verdachte de video heeft verzonden, kan naar het oordeel van de rechtbank ook het verspreiden van kinderporno wettig en overtuigend bewezen worden.

De ten laste gelegde periode

Door de verdediging is betoogd dat verdachte de kinderporno slechts tot 8 mei 2025 in bezit heeft gehad (het moment van zijn klinische opname), zodat de ten laste gelegde periode tot 8 mei dient te worden verkort. De rechtbank volgt dit verweer niet. De kinderporno is op een telefoon gevonden die tot 8 juli 2025 in het bezit was van verdachte. Pas op die dag heeft de politie de telefoon in beslag genomen. Om die reden acht de rechtbank het ten laste gelegde feit bewezen voor de gehele periode van 23 december 2024 tot en met 8 juli 2025.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 23 december 2024 tot en met 8 juli 2025 te

[plaats 1] meermalen

visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele

strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet

had bereikt, te weten [slachtoffer] en een andere persoon, die kennelijk de

leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was

betrokken, heeft verspreid en in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft

verschaft te weten foto’s en video’s en een gegevensdrager, te weten een Samsung

telefoon, bevattende afbeeldingen,

waarop te zien is dat:

die persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of voorwerp

(afbeeldingen 2,3,4,5,6,7,8,9 van de toonmap)

en

het geslachtsdeel, de billen en/of een ander lichaamsdeel van die persoon, met een

penis, vinger/hand en/of voorwerp wordt aangeraakt en/of het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met de mond/tong wordt aangeraakt door die persoon en/of die persoon, het eigen geslachtsdeel, met een vinger/hand aanraakt

(afbeeldingen 1,2,3,4,5,6,7,8,9 van de toonmap)

en

bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of

bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon, een (stijve) penis wordt

gehouden;

(afbeeldingen 6 en 7 van de toonmap)

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 182 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden de door de reclassering gestelde voorwaarden, te weten de meldplicht, een ambulante behandeling met de mogelijkheid tot een kortdurende opname, beheersing van het middelengebruik, een contactverbod met het slachtoffer en het vermijden van digitale omgevingen van seksueel kindermisbruik. Daarnaast vordert de officier van justitie een taakstraf van 180 uren, bij niet uitvoeren te vervangen door 90 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf alle positieve ontwikkelingen van verdachte zou doorkruisen en kan zich vinden in de door de officier van justitie geëiste straf.

Het oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft gedurende een periode van zeven maanden kinderporno in zijn bezit gehad en verspreid. Hij heeft ook zelf contact gelegd met een minderjarige, [slachtoffer] , die hem kinderpornografische afbeeldingen van zichzelf heeft gestuurd. Dit zijn ernstige feiten.

Voor de productie van kinderporno worden kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit.

Zij worden voor een camera gezet om te poseren en seksuele handelingen bij zichzelf en anderen te verrichten en/of te ondergaan. Handelingen die gelet op hun geestelijke en lichamelijke ontwikkeling, niet passend zijn voor hun leeftijd. Kinderen die seksuele handelingen moeten verrichten ten behoeve van de kinderporno-industrie kunnen aanzienlijke psychische schade oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Ook kunnen zij nog lange tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de verspreiding van de beelden, doordat het vrijwel onmogelijk is om een afbeelding of video die op het internet is gezet, daarvan af te halen. Dit vergroot de schade voor deze kinderen.

Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar ook degenen die kinderporno bezitten en verspreiden, omdat zij met hun handelen de productie van kinderporno in stand houden.

De impact van het handelen van verdachte blijkt uit de spreekrechtverklaring van de moeder van [slachtoffer] ter zitting. Zij beschrijft dat haar zoon behoorlijk is veranderd. Zijn zelfvertrouwen en het vertrouwen in anderen is een stuk minder en hij is een stuk minder onbevangen.

Volgens het rapport van de reclassering van 20 april 2026 is verdachte verslaafd geweest aan cocaïne en alcohol. Hij heeft de feiten gepleegd onder invloed van deze middelen. Onder invloed van middelen heeft verdachte een sterke behoefte aan seksuele spanning en is hij sneller geneigd om te handelen vanuit directe behoeftebevrediging. Hij gaat dan via sociale media en internet actief op zoek naar pornografisch materiaal en zoekt online contact met mensen met wie hij seksueel getinte berichten en beeldmateriaal uitwisselt. Hij gaat daarbij contact met jongens die aanzienlijk jonger (of minderjarig zijn) niet uit de weg. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld en adviseert een aantal bijzondere voorwaarden. Verdachte dient zich te houden aan de aanwijzingen van de reclassering, de meldplicht, een ambulante behandeling bij Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, controle op het middelengebruik, een contactverbod met [slachtoffer] en het vermijden van digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal. Verdachte heeft zich op zitting bereid verklaard hieraan mee te werken.

Hoewel verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij al enige tijd abstinent van middelen is en hij zijn leven thans op orde heeft, acht de rechtbank gelet op het genoemde recidiverisico een voorwaardelijke straf met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden passend. Conform de eis van de officier van justitie legt de rechtbank een gevangenisstraf van 182 dagen met aftrek op, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de hiervoor door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf van 180 uren op, bij niet uitvoeren te vervangen door 90 dagen vervangende hechtenis.

7. De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [de moeder] vordert een schadevergoeding namens de minderjarige benadeelde [slachtoffer] van € 1.000,=.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

Er is sprake van een aantasting in de persoon als bedoeld in artikel 6:106 BW, zodat recht bestaat op vergoeding van immateriële schade.

Gelet op de aard en ernst van de inbreuk en de gestelde gevolgen, begroot de rechtbank de schade naar billijkheid op het gevorderde bedrag van € 1.000,=.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het contact tussen verdachte en [slachtoffer] van twee kanten kwam en daarom de schadevergoeding dient te worden gematigd. De rechtbank begrijpt dit verweer zo dat de verdediging een beroep doet op de zogenoemde “eigen schuld” van benadeelde (artikel 6:101 BW). De rechtbank verwerpt dit verweer. De benadeelde was minderjarig terwijl verdachte een volwassene is. Dit brengt mee dat verdachte een ernstig verwijt kan worden gemaakt van zijn handelen, terwijl dit de benadeelde in feite niet kan worden verweten. Wegens de uiteenlopende mate van verwijtbaarheid, is het niet redelijk dat de benadeelde een deel van de schade zou moeten dragen.

Gelet op het voorgaande is de vordering toewijsbaar. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 23 december 2024.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36f, 57 en 252 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

een visuele weergave van seksuele aard/met een onmiskenbaar seksuele strekking,

waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft

bereikt, is betrokken, verspreiden en bezitten, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 182 dagen, waarvan 180 dagen gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn.Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de verslavingsreclassering van Novadic-Kentron op het adres Korte Raamstraat 3 te Breda.* dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen bij Fivoor of een soortgelijkezorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek, het vergroten van copingvaardigheden, het uitbreiden van een steunend sociaal netwerk, en seksueel grensoverschrijdend gedrag, schuldenproblematiek.Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/ crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.* dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen zoals genoemd in lijst I en II van de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek, ademonderzoek en/of een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zoekt of heeft met het slachtoffer uit onderhavig parketnummer [slachtoffer] . geboren op [geboortedag 2] 2008.* dat verdachte gedurende de proeftijd:1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografischmateriaal;2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordtgecommuniceerd;3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1 en 2 zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1 t/m 3 beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die betrokkene in gebruik heeft.Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die hij in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte.

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 180 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 1.000,= aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 23 december 2024 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , € 1.000,= te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 23 december 2024 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 10 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Kralingen, voorzitter,

en mr. L.W. Louwerse en mr. S.C.S. van Bree, rechters,

in tegenwoordigheid van G.T.A. Knoop, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 mei 2026.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

hij in of omstreeks de periode van 23 december 2024 tot en met 8 juli 2025 te

[plaats 1] en/of [plaats 2] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans

eenmaal,

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele

strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet

had bereikt, te weten [slachtoffer] en/of een ander personen, die kennelijk de

leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was

betrokken, heeft verspreid en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft

verschaft te weten foto’s en/of video’s en/of een gegevensdrager, te weten een Samsung

telefoon, bevattende afbeeldingen,

waarop te zien is dat:

die persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of voorwerp

(afbeeldingen 2,3,4,5,6,7,8,9 van de toonmap)

en/of

het geslachtsdeel, de billen en/of een ander lichaamsdeel van die persoon, met een

penis, vinger/hand en/of voorwerp wordt aangeraakt en/of

het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met de mond/tong wordt aangeraakt

door die persoon en/of

die persoon, het eigen geslachtsdeel, met een vinger/hand aanraakt

(afbeeldingen 1,2,3,4,5,6,7,8,9 van de toonmap)

en/of

bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of

bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon, een (stijve) penis wordt

gehouden;

(afbeeldingen 6 en 7 van de toonmap)

( art 252 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand