RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-203717-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 1 mei 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
raadsvrouw mr. L.V. Romme, advocaat te Breda
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 mei 2026, waarbij de officier van justitie, mr. K. Simpelaar, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 3 juli 2025 medewerkers van [zorgorganisatie] en politieambtenaren heeft bedreigd, een alarmpistool en pepperspray in zijn bezit heeft gehad en heeft geprobeerd zijn vader [slachtoffer] te bedreigen.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de verdachte van het onder 1 en 4 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken Bij feit 1 is juridisch gezien niet aan de vereisten van bedreiging voldaan. Bij feit 4 is het proces-verbaal van bevindingen van de politieonderhandelaar niet ondertekend, terwijl dit het enige bewijsmiddel is. Daarmee is niet aan het wettelijk bewijsminimum voldaan en moet verdachte ook van dat feit worden vrijgesproken.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
Voor feit 1:
De rechtbank stelt vast dat verdachte op 3 juli 2025 een aantal berichten via WhatsApp naar zijn casemanager heeft gestuurd naar aanleiding van het slechte nieuws dat bij zijn moeder keelkanker was geconstateerd. Om 09:59:12 uur heeft verdachte een bericht gestuurd met de tekst “ik wil niks niet aan me deur komen want ik schiet iedereen dood” en om 10:25:01 volgde een foto van verdachte met een bivakmuts, pet en bril op en een lang vuurwapen in zijn hand met de tekst “ik ben klaar voor de confrontatie ik ben voorbereid”. De casemanager heeft de ontvangen berichten als dusdanig dreigend ingeschat, dat de politie is ingeschakeld. Daarbij heeft de casemanager gezegd dat de kans bestond dat verdachte in een impuls zichzelf door het hoofd zou schieten of naar buiten zou schieten als de politie aan de deur zou staan.
De bedreigende teksten, in combinatie met het vuurwapen op de door verdachte verstuurde foto zijn voldoende om in redelijkheid de vrees te doen ontstaan dat de personen die aan de deur bij verdachte komen het leven zouden kunnen verliezen en leveren in de gegeven omstandigheden een bedreiging op met enig misdrijf tegen het leven gericht van de casemanager en de politie.
Voor feit 4:
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant OH5205 is niet ondertekend. Een door een opsporingsambtenaar opgemaakt, maar niet ondertekend, proces-verbaal is niet in de wettelijk voorgeschreven vorm opgemaakt en kan slechts als ander geschrift in de zin van artikel 344 lid 2 sub 5 Sv tot het bewijs meewerken. Het dossier bevat geen andere bewijsmiddelen voor dit feit, zodat de rechtbank verdachte bij gebrek aan wettig bewijs zal vrijspreken.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1op 3 juli 2025 te [plaats] een medewerker van de [zorgorganisatie] en politieambtenaren (die aan de deur moesten komen n.a.v. van de gedane melding) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door een appbericht met de tekst "ik wil niks aan me deur komen want ik schiet iedereen dood." en een foto van zichzelf met een bivakmuts op en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp vasthoudend en de tekst "ik ben klaar voor de confrontatie ik ben voorbereid" te sturen aan [behandelaar verdachte] ;
2op 3 juli 2025 te [plaats] een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een, alarm- c.q. startpistool van het merk Valtro voorhanden heeft gehad;
3op 3 juli 2025 te [plaats] een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van veertien dagen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om aan verdachte een straf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsook de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Aard en ernst van het feit
Verdachte heeft ernstige (doods)bedreigingen geuit tegen zijn casemanager en de politie en had verboden wapens in zijn woning liggen. Dit heeft geresulteerd in een grootschalige ontruiming van een deel van een woonwijk en de kostbare, urenlange inzet van specialistische politie-eenheden. Het heeft ook tot angstgevoelens geleid; niet alleen in de directe woonomgeving van verdachte, maar ook ver daarbuiten.
Persoon van verdachte
Uit het reclasseringsadvies van 21 april 2026 en de behandeling op zitting komt naar voren dat verdachte is geschrokken van zijn aanhouding, detentieperiode en de onrust die hij heeft teweeggebracht in zijn straat. Verdachte is doordrongen van de ernst van de situatie, heeft het ingezette hulpverleningstraject positief afgerond en gebruikt geen medicatie meer voor zijn depressieve klachten. Daarnaast gebruikt verdachte geen verdovende middelen meer. De reclassering schat het recidiverisico laag in en ziet geen aanleiding om bijzondere voorwaarden te adviseren. Uit het strafblad van 17 maart 2026 blijkt dat verdachte niet eerder met politie of justitie in aanraking is gekomen.
Strafoplegging
De rechtbank acht alles afwegende een gevangenisstraf voor de duur veertien dagen passend en geboden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest.
7. Het beslag
De onttrekking aan het verkeer
De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.
Gebleken is dat de feiten 2 en 3 zijn begaan met die voorwerpen.
Verder zijn die voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het onder 4 ten laste gelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
feit 3: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 (veertien) dagen;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Beslag
- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
* 1 pistool (omschrijving: PL2000-2025173798-G2879309, grijs, merk: Valtro)* 1 patroon (omschrijving: PL2000-2025173798-G2879319 knalpatroon, Walther)
* 1 wapen (omschrijving: PL2000-2025173798-G2879638 luchtdrukwapen met scope caliber.177, bruin, merk: Weihrauch)
* 40 ml pepperspray (omschrijving: PL2000-2025173798-G2879318, zwart, merk: TW 1000)* 23 stk munitie (omschrijving: PL2000-2025173798-G2879639 luchtdrukpatronen)* 75 ml Pepperspray (omschrijving: PL2000-2025173798-G2879317, zwart, merk: TW 100 Super);
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.R.R. Loeve, voorzitter, mr. J.C.A.M. Los en mr. C.E.M. Marsé, rechters, in tegenwoordigheid van F.J.M. Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 mei 2026.
10. Bijlage I
De tenlastelegging
1hij op of omstreeks 3 juli 2025 te [plaats] (een) mederwerker(s) van de [zorgorganisatie] en/of politieambtenaren (die aan de deur moesten komen n.a.v. van de gedane melding) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een app bericht met de tekst "ik wil niks aan me deur komen want ik schiet iedereen dood." en/of een foto van zichzelf met een bivakmuts op en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp vasthoudend en de tekst "ik ben klaar voor de confrontatie ik ben voorbereid" te sturen aan [behandelaar verdachte] (behandelaar van verdachte);( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2hij op of omstreeks 3 juli 2025 te [plaats] een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een, alarm- cq startpistool van het merk Valtro voorhanden heeft gehad;( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )
3hij op of omstreeks 3 juli 2025 te [plaats] een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad;( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )
4hij op of omstreeks 3 juli 2025 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] te bedreigen met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door de politieonderhandelaar dreigend de woorden toe te voegen - zakelijk weergegeven- dat als zijn moeder komt te overlijden hij zijn vader af zal maken en/of dat hij zijn vader in stukken zal snijden en hem zal neersteken en/of dat hij de woning van zijn vader in de fik zal steken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )