ECLI:NL:RBZWB:2026:4315

ECLI:NL:RBZWB:2026:4315

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer 11601953
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer : 11601953 \ MB VERZ 25-471

CJIB-nummer : [cjib-nummer]

uitspraakdatum : 7 april 2026

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : [gemachtigde] )

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend waarbij samenhang met tien andere zaken is aangenomen. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 7 april 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. W. Geijlvoet (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 4 kilometer per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) op de Crogtdijk (kruising Terhijdenseweg) te Breda op 8 september 2023 om 17:42 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat een onjuiste proceskostenvergoeding is toegekend. Gemachtigde stelt dat ten onrechte zaken als samenhangend zijn aangemerkt, omdat de zaken niet gelijktijdig zijn behandeld en geen sprake is van nagenoeg identieke werkzaamheden. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding voor deze zaak van € 624,00. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat het niet de bedoeling is dat zaken worden opgespaard zodat er vervolgens kan worden gesteld dat er sprake is van standaardtekstblokken.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In de 11 zaken worden slechts standaardverweren gebruikt. Deze zijn nagenoeg identiek aan elkaar. De officier van justitie heeft dan ook terecht deze 11 zaken als samenhangend aangemerkt.

Overwegingen

Samenhang

Artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt dat onder samenhangende zaken het volgende wordt begrepen: door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren, die door het bestuursorgaan gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van die zaken (nagenoeg) identiek konden zijn.

Naar het oordeel van de kantonrechter is, gelet op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2022:3771, hier geen sprake van samenhangende zaken als bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. De officier van justitie heeft dan ook ten onrechte samenhang van deze zaak met tien andere zaken aangenomen. Het beroep is gegrond.

Proceskosten

De kantonrechter overweegt dat voor de fase bij de kantonrechter wegingsfactor 0,25 zal worden toegepast, nu in deze fase alleen de proceskostenvergoeding nog in geschil was.

De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:

administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 666,- = € 333,00

beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 934,- = € 233,50

zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 934,- = € 233,50

€ 800,-

Bij de uitbetaling mag de officier van justitie het aan deze zaak toe te rekenen deel van de eerder toegekende proceskostenvergoeding in mindering brengen, te weten € 468,00 / 11 = € 42,55, zodat de nabetaling € 757,45 bedraagt.

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gegrond;

‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij voor deze zaak een proceskostenvergoeding is toegekend gebaseerd op samenhangende zaken;

‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 800,-;

‒ bepaalt dat de officier van justitie daarvan € 757,45 dient (na) te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.H.C. van Eck

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand