RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447129 / FA RK 26-1907
Datum uitspraak: 20 april 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat: mr. M.A. Breewel-Witteveen uit Goes.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 15 april 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 april 2026, in de [accommodatie] te [plaats 2] . Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [persoon 1] , verpleegkundig specialist, regiebehandelaar;
- [persoon 2] , begeleider.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 14 april 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten behoeve van betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het insluiten;
- het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- het onderzoeken aan kleding of lichaam;
- het onderzoeken van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- het opnemen in een accommodatie.
4. De standpunten
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat er geen zorgen over hem zijn in de thuissituatie. Zo liep hij niet op blote voeten rond buiten, maar op slippers, en veroorzaakte hij geen geluidsoverlast. Hij heeft wel een keer staan plassen in het casino, omdat de wc te ver weg was. Ook reed hij weleens auto nadat hij whisky had dronken. Verder heeft hij afgelopen weekend iemand geslagen in [accommodatie] nadat diegene hem had geslagen. Betrokkene vindt het goed om nog twee of drie weken in [accommodatie] opgenomen te blijven; het bevalt hem hier prima. Hij is het echter niet eens met de medicatie die hij moet innemen. Van bepaalde medicatie wordt hij heel slaperig en deze weigert hij daarom. Ook wil hij zelf bepalen wanneer hij weer naar huis gaat.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Betrokkene heeft er geen bezwaar tegen om nog een aantal weken in [accommodatie] te blijven; hij vindt het er wel fijn. Er is dus geen sprake van verzet. Subsidiair verzoekt de advocaat de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel enkel te verlenen voor de zorgvormen het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het beperken van de bewegingsvrijheid, het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, zonder het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen, en het opnemen in een accommodatie.
De regiebehandelaar benoemt dat er bij betrokkene sprake is van een manisch toestandsbeeld, agitatie en somatische klachten. Hiervoor is een behandeling vereist. Sinds de opname is er nog weinig verbetering opgetreden in het toestandsbeeld van betrokkene. Hij neemt bepaalde medicatie wel in, maar weigert andere medicatie. Het is daarom nodig dat de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend, en wel voor de zorgvormen het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het beperken van de bewegingsvrijheid, het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten en het opnemen in een accommodatie. Ook het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen kan volgens de regiebehandelaar nodig zijn vanwege de overlast die betrokkene veroorzaakt.
In aanvulling op de regiebehandelaar benoemt de begeleider dat betrokkene de afgelopen dagen geen overlast heeft veroorzaakt bij het gebruik van communicatiemiddelen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene de afgelopen tijd in toenemende mate verward gedrag vertoont en overlast veroorzaakt. Betrokkene zou zonder schoenen buiten rondlopen, mensen lastig vallen en onder invloed van alcohol auto rijden. Ook is er sprake van agitatie, decorumverlies en verminderde impulscontrole. Betrokkene zou iemand hebben geschopt en heeft afgelopen weekend in in [accommodatie] iemand geslagen. Tot slot is betrokkene erg onverzorgd.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van bipolaire-stemmingsstoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Betrokkene is bekend met een bipolaire stoornis en een stoornis in het gebruik van alcohol. Onder invloed van deze stoornis is betrokkene momenteel belast met een manisch ontregeld toestandsbeeld.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- het opnemen in een accommodatie.
De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg in de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel afwijzen, omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene vindt het weliswaar goed om nog enige tijd in [accommodatie] opgenomen te blijven, maar hij staat niet volledig open voor de benodigde behandeling en medicatie. Ook wil betrokkene zelf bepalen wanneer hij weer naar huis gaat. Gelet hierop is verplichte zorg voorlopig nog nodig.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, voor de verzochte duur van drie weken, met ingang van heden en tot en met 11 mei 2026.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 mei 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 4 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.