RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447070 / FA RK 26-1876
Datum uitspraak: 20 april 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. M.A. Breewel-Witteveen uit Goes.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 13 april 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 april 2026, in de [verpleeginstelling] te [plaats] . Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;
- mevrouw [persoon 2] , verzorgende.
2. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van vier maanden.
3. De standpunten
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het goed met hem gaat en dat hij graag weer naar huis wil. Dat kan ook prima, want thuis ging alles goed volgens betrokkene. De verpleeginstelling voelt als een soort gevangenis voor hem. Hij wordt er goed verzorgd, maar hij heeft er weinig te doen. Thuis kan hij zijn eigen hobby’s weer oppakken.
De advocaat benoemt dat betrokkene het liefst naar huis wil, maar het ook niet erg vindt om in de verpleeginstelling te blijven. Wel mist betrokkene in de verpleeginstelling een passende dag invulling. Hier moet naar gekeken worden. Het verzoek kan worden toegewezen voor de verzochte duur van vier maanden.
De specialist ouderengeneeskunde benoemt dat betrokkene in december 2025 is gediagnosticeerd met dementie. Het korte termijn geheugen van betrokkene is duidelijk aangetast en hij beschikt niet over ziekte-inzicht. Onder invloed van de dementie is betrokkene belast met gedragsproblemen en erg wisselende stemmingen. Er is sprake van agitatie en boosheid en betrokkene kan heel intimiderend zijn naar zijn omgeving. Als gevolg daarvan zijn er in de thuissituaties veel conflicten geweest. Ook heeft betrokkene wel eens suïcidale gedachtes en is hij een keer voor een auto gesprongen. Betrokkene is hierdoor een gevaar voor zichzelf en zijn omgeving. Het steunsysteem van betrokkene is vanwege de zorg voor betrokkene erg overbelast geraakt. Het is ook niet meer mogelijk om thuis hulp of begeleiding in te zetten voor betrokkene gelet op het gedrag dat hij vertoont. Betrokkene heeft geen hulp nodig bij de alledaagse levensverrichtingen. Tot slot benoemt de specialist dat betrokkene zich duidelijk verzet tegen zijn opname en verblijf in de verpleeginstelling. Hij heeft continu een grote wegloopdrang.
De verzorgende benoemt in aanvulling op de specialist ouderengeneeskunde dat betrokkene geen hulp nodig heeft bij het douchen en aankleden. Dit doet betrokkene elke ochtend zelf. Daarna pakt hij zijn tas in en wil hij weg uit de verpleeginstelling.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van vier maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, in de vorm van dementie. Deze diagnose is in december 2025 ten aanzien van betrokkene gesteld. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel is gelegen in ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt daarbij in overweging dat betrokkene onder invloed van de bovengenoemde psychogeriatrische aandoening is belast met forse geheugenproblemen. Betrokkene valt voortdurend in herhaling en is gedesoriënteerd in tijd en plaats. Ook is er bij betrokkene sprake van inconsistentie in het denken en de oordeelsvorming en beschikt betrokkene niet over ziekte-besef of ziekte-inzicht. In de thuissituatie vertoonde betrokkene onvoorspelbaar gedrag en gedroeg hij zich geregeld verbaal agressief, met snelle ontregeling en een intimiderende houding. Er vonden geregeld conflicten en escalaties plaats, waardoor de thuissituatie onveilig was geworden. Daarnaast heeft betrokkene al meermaals gedreigd met suïcide en is hij een keer voor een auto gaan staan. Tot slot is het steunsysteem van betrokkene overbelast geraakt vanwege de zorg voor betrokkene.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is blijvend aangewezen op intensieve en gespecialiseerde 24-uurszorg, toezicht en begeleiding in de nabijheid in een veilige en gestructureerde woonvoorziening. Dit kan hem in de verpleeginstelling worden geboden. Bovendien wordt het steunsysteem van betrokkene dan ontlast.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft voortdurend aan dat hij niet langer opgenomen wil blijven in de verpleeginstelling, maar terug wil naar huis. Daarnaast zoekt betrokkene regelmatig naar de uitgang van de verpleeginstelling en heeft hij al meerdere keren geprobeerd de verpleeginstelling te verlaten.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De thuissituatie is onveilig en onhoudbaar gebleken, mede gelet op het onvoorspelbare gedrag van betrokkene en de eerdere escalaties en conflicten in de thuissituatie. Daarbij komt dat betrokkene niet open staat voor externe dagbesteding ter ondersteuning van de thuissituatie.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van vier maanden, met ingang van heden en tot en met 20 augustus 2026.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 4 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.