ECLI:NL:RBZWB:2026:4397

ECLI:NL:RBZWB:2026:4397

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-04-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer C/02/446288 / JE RK 26-485
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verzoek verlenging ondertoezichtstelling, verzoek toegewezen

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/446288 / JE RK 26-485

Datum uitspraak: 20 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. W. Tiggelaar te Middelburg.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 20 maart 2026, ontvangen op 20 maart 2026;

het verweerschrift van de moeder van 13 april 2026, ontvangen op 13 april 2026.

het bericht met bijlagen van de GI van 15 april 2026, ontvangen op 15 april 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2. De feiten

Bij beschikking van 2 maart 2026 van deze rechtbank is bepaald dat de vader en de moeder voortaan gezamenlijk het gezag uitoefenen over [minderjarige] .

Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam, van 19 mei 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar, met ingang van 19 mei 2025 en tot 19 mei 2026.

[minderjarige] verblijft bij de moeder.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI handhaaft het verzoek en verwijst ter onderbouwing van het verzoek naar het verzoekschrift van 20 maart 2026. De verhouding tussen de ouders blijft een grote zorg. Er is tussen de ouders moeilijk samenwerking mogelijk. Ook tussen de moeder en de GI is de samenwerking zeer moeizaam. Hierdoor kan de GI de ondertoezichtstelling niet naar behoren uitvoeren. De ouders staan op de wachtlijst voor parallel solo-ouderschap bij [hulpverlening] , maar de GI betwijfeld of dit voldoende helpend zal zijn voor de ouders. Parallel solo-ouderschap vereist namelijk dat de ouders zich uitsluitend bezighouden met de eigen thuissituatie en niet met die van de andere ouder. Dat doen de ouders op dit moment niet. Tot slot voegt de GI toe dat het in kaart brengen van de veiligheid van de vader op dit moment geen passend doel van de ondertoezichtstelling is.

Door en namens de vader wordt aangegeven dat hij het eens is met het verzoek van de GI. De samenwerking tussen de vader en de moeder verloopt moeizaam. De moeder lijkt telkens zelf beslissingen te nemen en dat geeft wrijving. Een voorbeeld hiervan is de inschrijving van [minderjarige] bij de hockey. De vader hoopt dat parallel solo-ouderschap ervoor kan zorgen dat er duidelijke afspraken gemaakt kunnen worden. Hij begrijpt niet waar het woord femicide dat moeder gebruikt ineens vandaan komt. Eerder is dit niet gebruikt en ze onderbouwt het ook niet. Bovendien is er geen sprake van. Vader schrikt hier wel van.

De moeder voert verweer tegen het verzoek van de GI. Ze stelt dat er geen sprake is van een actuele ontwikkelingsbedreiging voor [minderjarige] . De huidige omgangsregeling heeft bovendien een negatieve impact op het welbevinden van [minderjarige] . Zij wil dat dit wordt veranderd. Daarnaast heeft de GI de afgelopen tijd niks ondernomen en is het gestelde doel voor respectvolle communicatie tussen de ouders onhaalbaar vanwege intieme terreur. Zij verzoekt om een inhoudelijk deskundige op het gebied van femicide te benoemen. De kinderrechter zal dit verzoek nu niet behandelen omdat dit een nieuw item is en vader zowel verrast is dat dit item wordt opgevoerd als betwist dat er sprake zou zijn van intieme terreur of gevaar op femicide en omdat dit verzoek niet past in deze ondertoezichtstellingsprocedure. De wensen over hoofdverblijf en omgang passen hier evenmin in. De kinderrechter zal de eerstvolgende behandeling van de ondertoezichtstelling weer samen met de omgangszaak plannen. Dan kunnen ze wel aan de orde komen.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De kinderrechter ziet dat [minderjarige] goede stappen maakt. Hij doet het goed op school en hij heeft daar vriendjes. [minderjarige] heeft één keer in de week dyslexietraining, waarbij beide ouders oefeningen meekrijgen voor thuis. Daarnaast is [coaching] betrokken voor [minderjarige] . De ontwikkeling van [minderjarige] wordt echter nog steeds ernstig bedreigd, omdat er blijvende zorgen zijn over de sociaal-emotionele ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] zit klem tussen zijn ouders, die verwikkeld zijn in een complexe scheiding met wederzijdse beschuldigingen. Doordat er nog onvoldoende duidelijkheid is over de opvoedsituatie bij beide ouders, is het nog niet goed in te schatten in hoeverre zij in staat zijn om [minderjarige] een stabiele, voorspelbare en emotioneel veilige omgeving te bieden. Daarnaast blijft de samenwerking tussen de ouders een grote zorg. Er is nog geen sprake van structurele communicatie tussen de ouders. Het is nodig voor [minderjarige] dat ouders met elkaar kunnen communiceren en afspraken in het belang van [minderjarige] kunnen maken. Verder benoemt de Raad in haar rapport dat [minderjarige] weinig van zijn gevoelens laat zien. Het lijkt erop dat hij zich onvoldoende veilig voelt om zich open te stellen. Ook hier maakt de kinderrechter zich zorgen om.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders onvoldoende in staat zijn om te communiceren en afspraken te maken over [minderjarige] . Er is regie nodig om [minderjarige] de rust, stabiliteit en emotionele veiligheid te beiden die essentieel zijn voor zijn ontwikkeling. Daarnaast moet parallel solo-ouderschap worden opgestart. Hoewel de ouders hebben aangegeven bereid te zijn mee te werken aan parellel solo-ouderschap, moet verdere bereidheid na opstart hiervan nog blijken. Gelet op het voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling voor de duur van vijf maanden. Het resterende deel van het verzoek, te weten een periode van zeven maanden, zal worden aangehouden. Op deze wijze kan de situatie op een later moment worden geëvalueerd. Er zal specifiek aandacht worden besteed aan de opstart van het parallel solo-ouderschap. Daarnaast kunnen de lopende verzoeken rondom het hoofdverblijf en de zorgregeling tegelijk worden behandeld. De GI wordt verzocht om nader te rapporteren op de wijze die in het dictum is beschreven.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 19 mei 2026 en tot 19 oktober 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] aan tot 14 augustus 2026 PRO FORMA en verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de nader te bepalen mondeling behandeling een briefrapportage in te dienen bij de rechtbank over de recentelijke ontwikkelingen, met een afschrift daarvan aan de belanghebbenden;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 4 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand