RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446911 / FA RK 26-1797
Datum uitspraak: 20 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] , Nigeria,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Engelse taal;
de heer [persoon] , casemanager.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat iemand hem aan het interpreteren is met een zwaar wapen. Het wapen is erg luid en praat ook tegen hem. Betrokkene ervaart last omdat dit erg stressvol en pijnlijk is. Volgens betrokkene is medicatie niet goed genoeg en ook niet de oplossing voor de stemmen in zijn hoofd. Betrokkene wenst serieus genomen te worden door de overheid.
De casemanager verklaart dat de GGZ de vorige machtiging heeft laten aflopen zonder een nieuw verzoek tot zorgmachtiging in te dienen, omdat betrokkene toen goed in de samenwerking zat. Betrokkene heeft nu veel last van de stemmen in zijn hoofd en ervaart hierdoor ook een grote last in het ‘gewoon’ leven van zijn leven. Hij heeft op zijn eigen manier geprobeerd om ervan af te komen. Er is hem vanuit de GGZ voorgesteld om toch weer medicatie te nemen, betrokkene heeft dit een maand ingenomen om aan te tonen dat het niet werkt. Betrokkene ervaart de laatste tijd steeds meer tegenslagen en komt steeds meer in conflict met andere mensen. Verder vertelt de casemanager het niet voorzienbaar is dat betrokkene weigert mee te werken aan controles. Hij geeft tot slot aan dat eerst de psychose van betrokkene moet worden behandeld voordat er kan worden toegekomen aan de behandeling van eventuele (oorlogs)trauma’s.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil wel hulp, maar meent zelf geen medicatie nodig te hebben. betrokkene wenst serieus te worden genomen door de overheid met betrekking tot zijn problematiek. Subsidiair verzoekt de advocaat om de duur van de machtiging te bekorten tot drie maanden. In de meeste gevallen is drie maanden voldoende om iemand in te stellen op medicatie.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene vanuit zijn psychotisch toestandsbeeld in toenemende mate achterdochtig is. Vanuit de achterdocht raakt betrokkene eenvoudig in conflict met anderen en kan hij fysiek agressief gedrag laten zien. Betrokkene heeft eerder een ruit ingeslagen bij zijn buurman die hij verdenkt van ‘manipulatie’. Betrokkene is ervan overtuigd dat iemand via een radio in zijn hoofd communiceert met hem en via zijn ogen mee kan kijken waarmee hij bezig is. Verder veroorzaakt betrokkene geluidsoverlast in zijn woonomgeving, met talrijke meldingen bij de woningbouwvereniging tot gevolg. Voorts verwaarloost betrokkene zichzelf in deze toestand en stagneert hij in zijn sociaal-maatschappelijk functioneren.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene weigert een antipsychoticum te gebruiken. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] , Nigeria, wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 oktober 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 30 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.